Geen markten zonder ezels. – Waar veel volk is zijn er mensen die zich laten foppen.
Dat was een wuuvetje, Romanie Breyne, Romtje, Dat was een klein vernukkeld wuuvetje die alzo altijd hele nachten op straat zat. Iedereen was daar benauwd van. Als ze sprak, ze kon niet klappen lijk een ander, dat was lijk ‘albolalbelal’ dat zij zei.