Om de oorsprong van de prochie van Stade te vinden en is het niet noodig hoger op te klimmen in de tijdrekening, als tot het einde van de jaren achthonderd.
Voor enige tijd leefde er te Ramskapelle een jager, Jan Tison genaamd, die nooit het wild miste waarop hij schoot en die aldus als jager een grote faam genoot.
Daar was ‘ne keer een kleen meiske, dat aleene met zijne moeder woonde. Het was zoodanig geern gezien van zijn moeder, dat het van heur een schoon rood kapke kreeg. En het meiske droeg altijd dat kapke en ’t en wierd daarom niet anders meer genoemd of Rookapke.