Na de lange winter verzuchten de mensen naar de eerste deugddoende lentedagen. Ze zijn er nog schaars en daarom worden ze zo zorgvuldig opgeteld.
Schrijf het op de balke, de kalvers en zullen het niet uitlekken (van een schuld die nooit betaald wordt)
Twee katten aan een muis, twee vrouwen in een huis, twee honden aan een been…komen zelden overeen.
Twee mussen aan een korenaar maken nooit een vreedzaam paar.
Er zijn gebruikelijke gezegden aan te stippen: je zit oolsan in dadus, ter lich toa zeker nen traekploaster, je skiet to wortels, je lich to moa joengen, joazd achter da meiske, zien oeogen goan verkloaren, ze zien in kaenaesse, ze vriijen dat skowe gif,..da kotje rok, ..dad ulde iemde wikkelt, …dat skufelt, ….dat ole miensken te vele skil, ze zien van mallekoar niet skippelijk, of raker nog, maar verre van deftig: ze keunen nie pissen of kakken zoender malkoar.