Eggewaartskapelle is een parochie van goede en vruchtbare landen en bovendien een goede plaats om te wonen. Dat heeft veel te maken met de aanwezigheid van hout en bomen, zo middenin de parochies van het Bloote. Daarom is ze altijd goed voorzien van jachtwild.
Eggewaartskapelle maakte vroeger deel uit van de parochie van Steenkerke. Maar rond het jaar 1100 woonde daar een rijke ridder, een zekere Egalfridus die daar een kapel stichtte voor zijn gerief en dat van zijn volk.
De heerlijkheid Zandberge, te Reningelst, was een leengoed afhankelijk van de heerlijkheid en het leenhof Oosthove te Wervik. Oosthove zelf was een leengoed gehouden van de heerlijkheid Nevele, gezeid het Ronsevaalse, die rechtstreeks afhing van het grafelijk leenhof ‘de Oudburg’ te Gent.
Wulverynghem is een houtlandsche prochie, saevellanden ende hooygras, vetteweyden, die alle goede landen syn, alwaer anno 703 woonde eenen machtighen ende rycken rudder ghenaemt Wulferius, van wie dese prochie haere naeme heeft ende is naer syne naeme ghenaemt gheweest Wulverynghem, synde het woort hem te bedieden in de oude vlaemsche taele stede ofte woonplaetse, welcke naeme dese prochie sedert dies altydt ghehad heeft.
Dat was meer dan genoeg voor de mannen van leen om met de zaak korte metten te maken. Weldra zagen de mensen voor de Halle de griffier ’ten breteske’ verschijnen en het vonnis werd bekend gemaakt dat Hendrik Beun levend aan een staak zou moeten verbrand worden en dat zijn lichaam door het vuur zou moeten worden teruggebracht tot pulver en as.