Men moet geen hooi in d’eyze (ruif) laten (zijn glas uitdrinken)
Ik heb er niet bij gestaan met een keirse (ik was geen getuige)
Duveltjesdomdag (zeer druk in de zaak)
Zaterdag avond toen de slachter Karel Deback in zijnen winkel kwam, zag hij daar een onbekende die voor 20 centiemen worst vroeg. Een uur nadien klonk de winkelbel, vrouw Deback ging zien, maar bemerkte niemand. Zij bestatigde echter dat een stuk vleesch van 3 kilo verdwenen was. De vermoedens vielen op den persoon die de worst gekocht had.