Zaterdag avond toen de slachter Karel Deback in zijnen winkel kwam, zag hij daar een onbekende die voor 20 centiemen worst vroeg. Een uur nadien klonk de winkelbel, vrouw Deback ging zien, maar bemerkte niemand. Zij bestatigde echter dat een stuk vleesch van 3 kilo verdwenen was. De vermoedens vielen op den persoon die de worst gekocht had.
Reninghe
Zaterdag avond toen de slachter Karel Deback in zijnen winkel kwam, zag hij daar een onbekende die voor 20 centiemen worst vroeg.
Een uur nadien klonk de winkelbel, vrouw Deback ging zien, maar bemerkte niemand. Zij bestatigde echter dat een stuk vleesch van 3 kilo verdwenen was. De vermoedens vielen op den persoon die de worst gekocht had.
De schepene Soenen en de veldwachter Haghebaert gingen op zoek. Zij kwamen spoedig zijne woning te weten en trokken er naar toe. Het gestolen vleesch lag in een ketel die op de stoof stond. Hij had aan de personen bij wie hij woonde gezegd dat hij het stuk vleesch gekocht had voor hun middagmaal.
Proces verbaal is tegen den dief opgemaakt.
Uit ‘Het Nieuwblad van Yper en het arrondissement’ van 3 februari 1906 (www.historischekranten.be)


