Hoog boven op de honderddrieënzeventig meter hoge Casselberg wapperen de witte, met rood kruis geweven […]
Het jaar 1382 loopt op zijn einde. Het slechte weer van het winterseizoen noodzaakt de […]
Het jaar 1328. De Fransen zullen Vlaanderen binnenvallen via Sint-Omaars. Ze zullen de Aa oversteken […]
Aan Franse zijde lopen de militaire voorbereidingen bijzonder gesmeerd. De koning heeft de heilige banier […]
22 juli 1328. De strijdmacht van Frankrijk verzamelt zich bij Atrecht. 176 banieren verdeeld in […]
Er moeten zich ongetwijfeld bronnen van de Kortrijkse jaarboeken in dat kamp bevinden en die […]
27 november 1382. Een donderdag. Filips van Artevelde is al heel vroeg opgestaan en laat […]
De komende oorlog is van uitzonderlijk belang voor de kersverse Franse koning. Een kruistocht tegen […]
9 juni 1382. Op één maand tijd hebben de Gentenaars onwaarschijnlijke zaken verricht. 200.000 Vlamingen […]
11 juli 1302. Bij het eerste ochtendlicht laat Robrecht van Artesië zijn leger oprukken. De Vlamingen staan dan al in slagorde langs de vier meter brede Groeningebeek. Gwijde van Namen voert het bevel over de linkervleugel waar onder andere die van Veurne en de leden van de kleine Brugse gilden de dienst uitmaken.
De jeugdige Boudewijn van Henegouwen, hij moet dan een jaar of vijftien zijn, rept zich tot bij de Franse monarch om er manschap af te leggen als graaf van Vlaanderen. Philippe gaat er op in. Voor Robrecht de Fries is dat best een probleem.
De boom van Filips van Artevelde In die ‘Chronycke van Bachten de Kupe’ van 7 oktober 1974 ontdek ik een heel interessant artikel over de dood van Filips van Artevelde.
8 augustus 1380. Opperbaljuw Goossen De Wilde wil de Brugse wevers straffen die op 30 mei de zijde hadden gekozen van de Gentenaars. Ze zijn volgens hem medeverantwoordelijk voor het aangerichte bloedbad aan de Vrijdagmarkt en verdienen een sanctie omwille van hun weerspannigheid.
Filips van Artevelde stelt zich aan het hoofd van 9.000 Gentenaars en vertrekt uit zijn thuisstad. Een gelijk aantal volk van het Vrije, de Vier-Ambachten, Geraardsbergen, Aardenburg, Damme, het land van Waas en uit andere gewesten komt zich bij hem aansluiten. Samen met zijn leger bij Oudenaarde beschikt hij nu over een leger van 40.000 vechtbare mannen.
Bij mijn bezoek aan het Ieperse stadsarchief stoot ik per toeval op een krantenknipsel uit 1930. Een heel erg informatief stukje journalistiek uit vroegere dagen. Spijtig genoeg kan ik niet rekenen op enige bronvermelding.