banner
dec 1, 2025
68 Views
Reacties uitgeschakeld voor De mislukte gok van Zannekin

De mislukte gok van Zannekin

Written by
banner

Hoog boven op de honderddrieënzeventig meter hoge Casselberg wapperen de witte, met rood kruis geweven banieren van het leger van Zannekin. De tweelingheuvels vormen een schijnbaar oninneembare vesting. De stadspoorten zijn beschilderd met hanenafbeeldingen. Sommigen beweren dat het een reusachtige strooien haan is. Het spotten met de tegenstander. Provoceren met de tekst ‘Quand ce coq chanté aura, Le Roy Cassel conquettera’. Van hieruit zien de zenuwachtige Vlamingen de silhouetten van Sint-Omaars, Sint-Winoksbergen, Poperinge en Haezebroek. De goedendags, de met ijzer beslagen knotsen, staan in aanslag.

Er is geen plaats voorzien voor schilden, die alleen maar de bewegingsvrijheid van de krijgers zullen hinderen. De troepen van Zannekin lijken natuurlijk niet gek om de Fransen te bestrijden op de open flanken van de Casselberg. Maar er wordt wel gedacht aan strategische uitvallen. Waarom zouden ze in afwachting van de aangekondigde versterkingen uit het Brugse Vrije geen verrassingsaanval uitvoeren op het Franse kamp en meer bepaald op de tent waar de Franse koning zich bevindt? Het doden of gevangen nemen van Filips van Valois zou een enorme dreun geven aan de vijand. Het is een stoutmoedige gedachte. Het plan van Zannekin is het plan van een durver. Een krijgsman in hart en ziel. Maar niet dat van een militaire strateeg.

Wil hij zelf te graag de grote leider zijn van de Vlamingen? De Brugse versterkingen zijn al in Diksmuide aanbeland en zullen zich binnen de kortste tijd aanmelden op de Casselberg. Waarom wacht Nikolaas Zannekin niet op die extra troepen? Net zoals bij de vorige militaire confrontatie op de Pevelenberg, is het op 23 augustus 1328 opnieuw bijzonder heet. De hitte zindert over het land en over het reusachtige leger dat daar bivakkeert tegen de Schoudehoekvijver in het Ruwhoutbos. Speren en bogen liggen wanordelijk dooreen.

Het lijkt er op dat veel manschappen hun roes aan het uitslapen zijn. De eerste ruiterijafdeling is net terug van hun smerige brandoperatie. Paarden en ruiters staan of liggen in hun zweet. Ze snakken naar een koele bries en naar wat verfrissende drank. De rook van het smeulende hinterland en de hitte verlammen de vlakte. De Franse ridders suffen er op rond. Enkel het voetvolk blijft present. Het lijkt een ideaal moment om een verrassingsaanval uit te voeren. Zannekin wacht nog tot 17 u maar besluit het er dan op te wagen. De Fransen houden hun vespers. Hier en nu zal hij zijn slag slaan.

De krijger en de durver halen het op de strateeg. Drie Vlaamse legerdivisies stormen van de Casselberg naar beneden. Drie colonnes Veurne-Ambachters stormen de hooggelegen stad Cassel uit: één onder leiding van Zannekin, een tweede o.l.v. Jan Craye, zijn neef, een derde onder bevel van Veurnenaar Jacob de Deckere. Eén van de colonnes is er op voorzien om de weg open te houden om terug te keren op de heuvel. Een tweede dient als afleidingsmanoeuvre. Ze vallen met luid geschreeuw de linkerflank aan waar de Henegouwers in aanslag staan.

De hoofdcolonne met Zannekin aan het hoofd, profiteert van de verwarring om zonder veel lawaai toe te slaan op de strategische plek naar keuze. Daar waar de blauwwitte banieren van de koning wapperen. De siësta van de Fransen brengt hen binnen de kortste tijd in de onmiddellijke nabijheid van de koninklijke tent. Tussen Zannekin en Filips is de afstand nog één kruisboogscheut. Tweehonderd meter. Het voetvolk van de Fransen is volkomen overrompeld door de drieste en verraderlijke aanval van de Vlamingen en roept al uit dat alles verloren is voor de Fransen. Maar veel dichter geraken de Vlamingen niet. Niet dichter bij de koninklijke tent en ook de aanval op de linkerflank mislukt.

De manschappen onder leiding van Robrecht van Cassel, slagen er in om de Vlaamse opmars tot staan te brengen. Robrecht van Cassel bewijst hier zijn steun aan zijn koning. Het gaat er hevig en moordend aan toe. En tot overmaat van ramp blijkt de aanval op de Henegouwers ook al geen succes en wordt de achterhoede die de weg terug moet openhouden zelf door de Fransen in de tang gezet. Van terugkeren is geen sprake meer. Het Vlaamse leger is rond 18 u volledig omsingeld door de aansnellende Franse soldaten. Er wordt in dichte drommen gestreden. De strijd duurt uren. De Vlamingen strijden voor wat ze waard zijn en de Fransen kunnen alleen maar vaststellen dat ze er op die manier niet zullen in slagen om Zannekin op de knieën te krijgen. Het is nu aan de Fransen om een krijgslist te verzinnen.

Tot verbazing van de Vlamingen openen de Fransen hun rangen richting Casselberg. De soldaten van Zannekin veronderstellen dat die opening alles te maken heeft met het oprukken van hun eigen achterhoede en willen zich aansluiten bij de op komst zijnde troepen. De succesvolle krijgsopstelling van de Vlamingen verandert in een ordeloze massa vechtende bende waar de Fransen het nu wel gemakkelijk hebben om hun numeriek overwicht uit te spelen. De kroonopstelling van de Vlamingen is verbroken. De Vlamingen vormen nu een gemakkelijke prooi voor de Franse ruiterij. De kerels van de Westhoek worden vertrappeld en afgeslacht onder de hoeven van de Franse paarden. Ze worden in de pan gehakt. Nikolaas Zannekin sneuvelt samen met zijn manschappen. Achteraf zal men zijn totaal verhakkeld en onkennelijk lichaam terugvinden in de stapel van gesneuvelde mannen.

De graaf van Henegouwen stuurt zijn legerafdeling naar de stad Cassel boven op de heuvel. Duizenden Vlamingen worden op de helling en in de stad vermorzeld en gedood. De banieren van Zannekin ruimen in de kortste tijd plaats voor de gehate blauwe lelievlaggen. Cassel, avond 23 augustus 1328. De door de Vlamingen zo verfoeide Leliaardvlaggen wapperen, op het tempo van de zomerwind, hier hoog boven de stadsmuren van de stad. Alles wat zich binnen die muren bevindt, staat nog voor de nacht gevallen is, in lichterlaaie. Koning Filips van Valois trekt zich terug in zijn tent die zo goed als intact is gebleven. Vlakbij het dorp Hardifort.

Maar niet zonder vooraf een groot ‘Te Deum’ op te dragen. De koning is zichtbaar verrukt met deze grote, zeg maar haast miraculeuze overwinning op de Vlamingen. Bij toortslicht beveelt hij zijn manschappen niet te eten of te drinken zonder vooraf de heer God te bedanken. Hij stuurt een koerier om het Franse parlement en de bewoners van Parijs er van op de hoogte te brengen dat hij en hij alleen weer de heerser is over zijn erfgoed Vlaanderen. Hoeveel mannen zijn er gesneuveld op tijdens die enkele uren van strijd?

De diverse kronieken geven een aantal aan tussen de 10.000 en de 20.000 doden. Eigenaardig genoeg is er over het aantal Franse slachtoffers geen cijfer voorhanden. De enige betrouwbare bron is een document waar de verbeurdverklaringen van 3.185 Vlaamse opstandelingen met naam en toenaam vermeld staan, samen met hun woonplaats. Ook wijlen Nikolaas Zannekin bevindt zich op die lijst.

Drieduizend honderdvijfentachtig (3.185) mensen uit de Westhoek die gedood worden in een tijdstip van amper enkele uren tijd. Nooit of te nooit zal een oorlog in onze regio op zulke korte tijd zoveel van onze mensen uit het leven wegrukken. Ook de grote wereldoorlogen die pas binnen pakweg zeshonderd jaar zullen plaatsvinden, zullen gelukkig geen zulke dramatische verliezen van eigen mensen veroorzaken. Wie zijn ze, die 3185 Westhoekers? De inventaris van de gesneuvelden spreekt letterlijk boekdelen. De slag van Cassel was er één van alle bevolkingslagen van de Westhoek. De lijst maakt geen melding van de gesneuvelden uit de Kasselrijen Ieper, Belle, Broekburg, Cassel en Duinkerke.

In de gemeenten Alveringem, Isenberge, Beveren en Leisele alleen al is er sprake van 250 doden. Veel onder hen zijn boeren met een hofstede of mensen met een eigen woning. Al de boeren van de streek moeten hebben deelgenomen aan de strijd. Het is zeer de vraag hoeveel onder hen het hebben gered. Uit de ellenlange lijst halen we als uiting van respect voor ons verleden volgende details naar voor in verband met gesneuvelde volksgenoten. Filip Kinbles van Alveringem, 20 ha eigendom. Diederik van Polinkhove, 28 ha in Polinkhove. Jan Rijkaard van Reningen, 21 ha. Jan Aerembout van Haringen, 19 ha. Stasen Lauwaerd van Eggewaartskapelle, 28 ha. Willem Lauwaerd, 28 ha. Boudewijn de Witte van Kaaskerke, 19 ha. Jan Lauwer van Krombeke, 21 ha. Jakemyn Swaks van Lampernisse, 25 ha.

Nikolaas en Gillis de Raedt van Lampernisse samen 51 ha. Rijkaerd Blauvoet van Pervyse, 23 ha. Willem Tastevort van Vinkem, 23 ha. Jakemon de Peyere van Renteke (Arnike), 23 ha. Nikolaas Joris van Winnezele, 19 ha. Jan van Bambeke, 1 huis, 2 schuren, 2 stallen, 1 wagenhuis, 1 molen en veel land. Jan en Roeland van der Eiste van Bambeke, 21 ha. Hendrik van Moere van Wormhout, 4 huizen, 4 schuren, 2 stallen en 23 ha land. Jan van de Borre, ergens uit het Casselse, 55 ha op verschillende plaatsen in grote partijen verspreid.

De weerslag van de verloren slag is dramatisch voor de overgebleven families. Alle gronden en goederen van elk die aan de slag heeft deelgenomen, worden verbeurd verklaard. Have en goed wordt scrupuleus in kaart gebracht door Franse schatters en zonder pardon aangeslagen door de Franse kroon. Eén derde van de gronden wordt tijdens oktober 1327 door Filips van Valois geschonken aan Robrecht van Cassel. Ook graaf Lodewijk verwerft één derde van de aangeslagen landerijen. De lijst van gesneuvelden per dorp is impressionant.

Op 23 augustus 1328 verliest een hele generatie jonge gezonde mannen het leven. 119 gesneuvelden van Veurne. 76 van Adinkerke. 37 van Wulveringem. 77 van Alveringem. 24 van Isenberge. 80 van Beveren. 70 van Leisele. 17 van Zuidschote. 43 van Lo. 28 van Wulpen. 36 van Boitshoeke. 48 van Pollinkhove. 30 van Westvleteren. 52 van Stavele. 18 van Oostkerke. 16 van Sint-Rijkers. 16 van Ramskapelle. 31 van Stuivekenskerke. 33 van Koksijde. 53 van Reninge. 42 van Haringe. 18 van Oost-Duinkerke. 3 van Zoetenaaie. 21 van Gyverinkhove. 17 van Eggewaartskapelle. 4 van Noordschote. 24 van Hoogstade. 8 van Elverdinge. 17 van Avekapelle. 22 van Proven.

26 van Kaaskerke. 31 van Bulskamp. 33 van Oostvleteren. 30 van Krombeke. 41 van Houthem. 47 van Lampernisse. 52 van Pervijze en Sinte-Katerine. 12 van Nieuwkapelle. 25 van Vinkem. 21 van Poperinge. 12 van ’s Heerenwillemskapelle. 12 van St. Jacobskapelle. 11 van Oudekapelle. 74 van Watou. 74 van Steenkerke. 174 van Nieuwpoort. 14 van Nieuweride. De lijst gaat tergend door met de slachtoffers van de vele dorpen in de Kasselrijen Cassel, Bergen, Duinkerke,…. De lijst van honderden gedode Brugse ambachtslieden is al even veelbetekenend. Een aantal afdelingen is er in geslaagd om de dans te ontspringen. Een deel van de Nieuwpoortse divisie kan ontsnappen. 284 van de 458 mannen kunnen zich redden.

Na de slag willen wraakzuchtige legerleiders het hele kustland in brand steken en iedereen doden die ze op hun weg vinden. Vrouwen en kinderen incluis. Filips gaat niet in op dit voorstel omdat hij ook wel weet dat niet iedereen in Vlaanderen het eens was met de rebellie tegen zijn rijk. Hij ziet meer gave in de onderwerping van de steden en Kasselrijen die wel degelijk tegen hun graaf in opstand zijn gekomen. De verpletterende nederlaag is als een mokerslag aangekomen bij de Vlamingen. Het volk is ontredderd. Verslagen en onthutst. Wat staat er Vlaanderen nu te wachten?

Daags na de slag onderwerpt Duinkerke zich aan de koning, maar toch wordt de stad voor een groot deel in brand gestoken. Twee dagen later, op 26 augustus van 1328, houden Veurne, Nieuwpoort en Lombardsijde het voor bekeken. Ze staken de strijd. De mare van de nederlaag en de vele doden uit zoveel Westhoekfamilies heeft een desastreuze uitwerking op de mensen. Ze zijn precies van het lam Gods geslagen. Ook Reninge, Elverdinge, Vlamertinge, Noordschote en Woesten geven zich over aan de Fransen.

De legerleiding in Brugge probeert een uitweg te zoeken en de beschikbare krachten te reorganiseren. Willem de Deken heeft het niet onder de markt om na deze nederlaag, zijn eigen autoriteit te bewaren in zijn Brugge. Hij reist te paard naar Diksmuide. De strijdkrachten van Filips van Valois rukken verder richting Ieper. Op 27 augustus is de koning opgerukt tot de regio Poperinge. Via Eeke, Westouter en Berten. Poperinge onderwerpt zich aan de koning. Het Franse leger last een pauze in van enkele dagen om wat rust te bieden aan de soldaten en om de gewonden te verzorgen. Filips van Valois roept graaf Lodewijk van Nevers bij zich.

Volgens de Franse kronieken adviseert hij zijn ‘beau cousin’ om voorzichtiger en menselijker om te gaan met de Vlamingen zodat hij minder te maken zal krijgen met rebellie. En er volgt vooral de dreiging dat het de laatste keer is dat hij Vlaanderen ‘in vrede’ aanbiedt aan zijn vazal. In het geval hij dit ooit nog eens moet doen, zal dit alleen nog maar in zijn eigen voordeel zijn en niet langer in dienst van Lodewijk. Lodewijk van Nevers slaat de woorden van de koning in de wind. Hij denkt er het zijne van.

De teruggekeerde graaf denkt maar aan één zaak: wraak. Hij wil zich ongenadig wreken op die vuile Vlamingen. Willem de Deken doet vergeefse pogingen om het parlement samen te roepen in Diksmuide. Er worden brieven verstuurd naar Sint-Winoksbergen, Poperinge en Ieper. Maar Poperinge is al gevallen en de Ieperlingen laten weten dat de Fransen al veel te dicht genaderd zijn en dat het veel te laat is om ook maar enige weerstand te kunnen organiseren.

Inderdaad! Op 1 september 1328 staan de Fransen aan de poorten van Ieper dat met zijn omwalde buitenvesten een reusachtig bastion geworden is. De Ieperse schepenen zien het zinloze van hun strijd in en openen de poorten van de stad om bloedverlies van de stedelingen te voorkomen. Tweeduizend Fransen onder leiding van Gauchez de Châtillon proberen de stad binnen te komen. Maar ze krijgen in die eerste dagen te maken met hevig verzet van het gewone volk en de wevers die het niet eens zijn dat hun schepenen de deur wagenwijd hebben gezet voor hun aartsvijanden. De vuile patriciërs hebben het hen weer gelapt.
Het verzet van de Ieperlingen wordt georganiseerd door de pastoor van Sint-Michiels. Op 7 september 1328 valt het doek over Ieper. De soldaten onderdrukken op meest bloedige wijze de opstand van de wevers. De priester van Sint-Michiels bekoopt zijn verzet met zijn leven als zijn woning gebarricadeerd wordt en hij levend verbrand wordt. De Ieperlingen worden verplicht hun wapenuitrustingen in te leveren. De Fransen gooien de alarmklok uit het belfort en stellen Jan van Belle aan als kapitein van de stad. Ze geven het bevel om de vestingen af te breken en de grachten te vullen. Veel Ieperlingen worden verbannen of worden veroordeeld tot het betalen van fikse boetes.

Ondertussen komen de Gentenaars uit hun blauwe schulp. Deinze, dat tot op het laatste aan de zijde van de opstandelingen is blijven staan, wordt door de Gentenaars onder de voet gelopen en in brand gestoken. De regio van Maldegem wordt afgezet en er worden voorbereidingen getroffen om Brugge aan te vallen. Willem de Deken beseft dat zijn milities nu vanuit twee richtingen in de tang worden genomen. Hij ziet geen uitweg meer.

Op 5 september geeft Diksmuide zich over. Op 8 september besluiten ook de Bruggelingen om de strijd te staken. De volgende dag wordt er een nieuw stadsbestuur verkozen dat zich rept naar een tentenkamp nabij Ieper om zich te onderwerpen aan grote baas Filips van Valois. De nieuwe wind in Brugge komt van de rijke adellijke grootgrondbezitter Willem van der Stove. Deze onvervalste patriciër neemt het roer over als stadsvoogd. Er wachten harde tijden voor de Brugse ambachtslieden en het werkvolk. De schepenen die aanstuurden op een onafhankelijk Vlaanderen worden opgepakt en opgesloten in het ‘Ghiselhuus’, de halle op de Burg.

Overal in Vlaanderen worden honderden opstandelingen terechtgesteld of voor eeuwig uit Vlaanderen verbannen. Willem de Deken weet aanvankelijk te ontkomen naar Brabant maar wordt alsnog door de Fransen opgepakt en naar Parijs gevoerd. Hij wordt er twee dagen gemarteld op de pijnbank. Op 24 december 1328 wordt hij terechtgesteld. Zijn handen worden afgehakt. Hij wordt op een wissen mat door de straten van Parijs gesleept en uiteindelijk aan een galg in Montfaucon opgehangen. Zeger Janszone van Bredene, de compagnon van Nikolaas Zannekin, wordt pas in februari 1329 gevat in Oostende wanneer hij probeert om een nieuwe opstand te ontketenen.

Zijn opstand mislukt na verraad van enkele Brugse patriciërs. Hij wordt geketend en ontkleed op een brandwagen door de straten gevoerd terwijl hij met een gloeiend ijzer wordt bewerkt en daarbij over zijn hele lichaam brandwonden oploopt. Zijn ledematen worden stuk voor stuk gebroken. De wakkere en dappere verzetsstrijder Zeger Janszone sterft op 2 februari na verschrikkelijk lijden. Geradbraakt en onthoofd. Zijn ontzielde lichaam wordt aan de galg opgehangen.

De ooit zo machtige stadsklerk en priester Pieter van Sinnebeke, vlucht naar Utrecht en komt er uiteindelijk terecht in de gevangenis van een bisschop. Wat er tussen de vlucht en de gevangenis heeft afgespeeld, oogt niet zo fraai. Er bestaan geschriften over zijn verraad aan de eigen idealen. Vooral als hij zich verlaagt door als verklikker op te treden voor de graaf en daarmee gewezen medestrijders de zak in draait. Op 28 november 1329 geeft paus Johannes XXII de opdracht om hem te bestraffen omdat hij andere geestelijken tot opstand heeft opgezet.

Hij wordt tegen de betaling van losgeld uitgeleverd aan de graaf van Vlaanderen. Het laatste spoor van de ‘magistrum Petrum Flamingi de Brugiis’ leidt ons naar het Châtelet in Parijs. Zelfs de doden worden niet met rust gelaten. Het stoffelijk overschot van de vorige zomer vermoorde Jacob Peyt wordt op bevel van de bisschop van Terwaan opgegraven en als aartsketter verbrand. Het lijk van de dode ketter wordt tot as verpulverd. Graaf Lodewijk van Nevers heeft de Vlamingen opnieuw in zijn macht en vertrappelt ze zonder genade. 1700 gijzelaars van alle rangen en standen uit Brugge en Ieper worden als gijzelaars uitgeleverd aan de koning.

Ze vertrekken op 17 september. Zij zullen als borg dienen voor de onderwerping van hun landgenoten. Duizenden Bruggelingen worden te Damme opgeknoopt, veel ambachtslieden van Ieper worden gedecimeerd. Vrijheidsstrijder Lambrecht Bovyn en veel anderen worden geradbraakt. Ontelbare burgers worden verbannen. De goederen van allen die gestreden hebben in Cassel zijn al lang verbeurd. De steden zijn beroofd van hun keuren en voorrechten en worden doodgeslagen met ontzaglijke boeten. De stadsgrachten moeten gedempt zijn voor Pasen van 1329. Er staat een periode van jarenlange repressie voor de deur van Vlaanderen.

Dit is een fragment uit Boek 3 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 3
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.