In de courante omgang hadden en hebben mensen, die een zekere etiquette moeten onderhouden, het nog altijd moeilijk om zonder scrupules over een WC of een toilet te spreken.
De willetjes groeien in de busschen
en de kaantjes groeien der tusschen,
om de willetjes te blusschen
Sedert enige tijd bevindt zich hier op de parochie een kerel die een gevaarlijk spelletje speelt. Die man is gekend onder de naam van ‘de witte haan’ en schept behagen in alles af te luisteren en over te dragen.
Hèn hèt è bierlippe
’t is doar van lek mijn liptje
Hèn laat zijn lippe hag’n
‘k moeste up mijn lippe bijt’n
Je plakt ’t hoope van de leugens
Viere die los staan en een die wikkelt (hij is niet helemaal normaal)
Steekt joene kop in een zak en bedankt de weireld
’t Is krotte met striepen
Daar was eens een man, en die man ging op reis. Als hij nu al lang gereisd had, kwam hij s’avonds geheel laat aan een herberg, en hij vroeg om daar te overnachten.
Iedereen in de streek, vooral buiten Stavele, de gemeente waar het voorviel, weet te vertellen over de geheimzinnige gebeurtenissen die meer dan honderd jaar geleden zijn voorgevallen op Coene’s hof.
Handen van de bank, ’t vlees is verkocht (lachend gezegd van iemand die een verloofd meisje ten dans vraagt)
Ze goan mank aan ’t zelfste been (ze hebben hetzelfde gebrek)
‘k goan het deur de billen jagen (ik ga het opeten, verteren of verkwisten)
Hij heeft natte voeten (hij is dronken)