Voor de Franse revolutie, eerde men voornamelijk Onze-Lieve-Vrouw van de zeven Weeën bij de Recoletten en zelfs in 1515, werd er besloten in een van hun vergaderingen dat het hedendaagse feest in al hun kloosters van Belgenland jaarlijks met grote plechtigheid zou gevierd worden.
Het was maandag na kleinen tuindag (kermis) van het jaar 1521. Drie jonge dochters, Magdalena Ghijselin, Lucia Larmeson en Maxima Vanden Driessche, als buurmeisjes verenigd, en door de koelte van de vallende avond uitgelokt, wandelden langzaam door de stad. In de Tempelstraat gekomen zijnde, ontmoetten zij aldaar een klein paard, dat zonder leidsman was en scheen te dwalen. Dit beest was zo wonderlijk schoon, aardig en bevallig van gedaante, dat de drie maagden bleven stilstaan om het te bezichtigen.