Hoe meer je gaat mijmeren over ons dialect in de Westhoek, hoe meer je in bewondering gaat staan voor dat subtiele spel van woorden, spreekwoorden en uitdrukkingen.
Wie langs rijksweg 65 uit de richting Oostvleteren komt, aan het begin van Woestendorp rechtsaf zwenkt aan de ‘Centiemhoek’ en dan de Tempelstraat volgt, komt na zo’n 300 meter aan een lichte bocht.
Zekere avond ging een molenaar uit Veurne slapen. Op zijn molen stonden drie ongemalen zakken koren en er lag een pakje boterhammen bij die hij niet had opgegeten wegens buikpijn. Toen hij ’s anderendaags op de molen kwam, vond hij de drie zakken gemalen en het brood verdwenen.
Op de Coin Perdu was er een klein hofstedetje en wij zijn daar op gegaan, in plaats van die heks, Fidelia Lambrey, die daar voordien woonde. Mijn vader heeft dat overgenomen van die heks. Ik was toen twaalf Jaar oud. Zo in 1903. We woonden vroeger op de Zwarte Molen.
Van als Clemences tweede kindje een half jaar oud was, kwam ’t ziekelijk. ’t Teerde lijk geheel uit en ’t krees altijd. Dat was lijk geen schreien, maar lijk klagen, krijsen. En Clemence kreeg lijk benauwd en ze zei tegen haar vent: ‘Zouden we altemets niet naar de paters gaan?’ ‘Maar’, zei haar vent; ”t gaat algelijk zo slecht niet, ge gaat toch zo onnozel niet doen zeker?’
We hebben allemaal onze eigen tijd op aarde. Ofwel zijn we nu volop aan de gang met ons leven, ofwel is dat al voorbij. De generaties komen en gaan. Van vader en moeder op zoon of dochter. Ze veranderen al sinds mensenheugenis zowat om de 25 jaar. Elke 25 jaar staat nieuw jong geweld klaar om de fakkel over te nemen en een stuk leven voor zich te maken. Het resultaat van al die voorbije generaties noemen we ‘geschiedenis’. Wat is er allemaal geschied in die vele vorige levens?