In december 1278 volgt de 52-jarige Gwijde van Dampierre zijn moeder definitief op als 21ste […]
Wat doe je met het vel en het geld?
Eerst het vel afstropen.
Wat doe je met dat vel?
Een beurs maken.
Jan van Dadizele was begerig van die twee weldaden aan zijn eigen heerlijkheid te bezorgen en hij kreeg van zijn opperheer Filips de Goede een brief van inrichting van jaar- en weekmarkten. Die brief werd gegeven te Brussel in de junimaand van 1462. Hij was geschreven in het Frans en is in onze Franse druk voortgebracht.
Wat is d’ Heilige Kerke?
Een gebouw van moortel en steen,
van boven nen torre,
van onder een schorre,
van binnen ne zak
waar elkendeen z’n pennink in stak.
Zelden gebeurt het dat een Roeselaars handelsmens niet op zijn zaken past, dat hij ‘strontaffairens doet’, dat hij ‘mê z’n gat vul schulden zit’, dat hij ‘van ponte tuut stronte’ gaat, dat hij moet ‘uutscheen van krotte’, dat hij ‘gene roste cent’ meer heeft, en dat hij ‘gereneweerd’ is.
t Is joamer zukk’ è schoon gat in de weke te dragen.
z’ Hanget ol aan heur gat. (ze koopt veel kleren)
Ze peist datt ‘er è karre goud an neur gat hangt.
Handen van de bank, ’t vlees is verkocht (lachend gezegd van iemand die een verloofd meisje ten dans vraagt)
Ze goan mank aan ’t zelfste been (ze hebben hetzelfde gebrek)
‘k goan het deur de billen jagen (ik ga het opeten, verteren of verkwisten)
Hij heeft natte voeten (hij is dronken)