Het jaar 1386. Er worden in Vlaanderen grote voorbereidselen getroffen om ten oorlog te trekken. […]
18 april 1579. Al bijna drie weken niet meer geschreven in mijn dagboek. Privé had ik wel wat verwikkelingen te verwerken maar dat gaat jullie geen barst aan. Dat is iets tussen Lizelot en mijzelf.
5 november, donderdag. – De nacht is tamelijk kalm. Rond 5 uur doen de Fransen een contreattaque. Het gaat er buitengewoon geweldig, in den voornoen wat min, doch in den. achternoen erger dan ooit. Verscheidene Duitse krijgsgevangenen worden ingebracht en onderhoord in de onderpastorij. Zij vertellen dat de keizer hier op het front is. Kost wat kost moeten zij hier doorboren.
De strijd om de offerandegelden is gestreden. De zevende en de dertigste dag na het overlijden wordt er eerst en vooral in de kerken een gezongen kerkdienst gehouden, compleet met alles erop en eraan. En als de parochiepriesters al eens toestemming geven om wel een dienst te laten doorgaan, dan eisen ze wel alle offerandegelden op. Een duivelszak geraakt nooit gevuld.
Na een flinke misrekening in 1383, nemen de Nieuwpoortnaars hun voorzorgen. Tijdens de jaren 1400 bouwen ze geduldig verder aan stevige muren rond hun stad. Dat blijkt geen overbodige luxe als de opstand uitbreekt in Vlaanderen en Nieuwpoort door de Fransen en de Bruggelingen in de tang wordt genomen.