Dinsdagmorgen, rond 6u30, verliet Albert Ligneel, konijnenkoopman zijn woning op Merkem dorpsplaats en hij reed […]
Donaaske’s vader en moeder waren Romeinen. Als piepjong manneke werd hij door een knecht in het water gesmeten. Zijn ouders waren radeloos. Ze baden seffens met hart en ziel om raad. Ze wierpen een wiel met vijf brandende kaarsen op het water.
In de 13de en 14de eeuw is de kerk onverbiddelijk tegenover ketters. De rechtbank van de inquisitie, samengesteld door de pauselijke afgevaardigde, speelt het hard om alle ketterijen uit te roeien. Ze gaat proactief op zoek naar mogelijke ketters omdat die de veiligheid van de staat in gevaar brengen.
Ge zoudt beter eerst kijken naar de moeder’s manieren voar da’j met de dochter trouwt.
’T is een triestige menoage als ’t henneke luuder kroait dan den hoane.
Een schoonmoeder is ossan vergeten da ze schoondochter geweest is.
O’j niet schoone gekommen zijt voor joen twintigste, nie slim voor joen dertigste en nie rijke voor joen vijftigste gaa’jt nu ook nie meer kommen.