Een van mijn favoriete onderwerpen in de ‘Kronieken van de Westhoek’ is ongetwijfeld de legendarische […]
De Erembalden zitten als ratten in de val. De afrekening op de moordende kliek die Karel de Goede botweg heeft vermoord, vangt aan. Dat hebben de prinsen van het land beslist. Zaterdag 12 maart. De prinsen noemt Galbert hen. Daniel, Richard, Thierry en konsoorten worden in elk geval met het nodig respect omschreven.
Op 4 oktober 1818 schreef de Ieperse dichteres en auteur Lambin een heel interessant artikel over de eerste burggraven van de stad Ieper. Een prima onderwerp voor de ‘Kronieken van de Westhoek!’
De abt Elias van Coxyde (1189-1203) verwierf zo in 1191 het patronaatsrecht van Estchirche, een parochie op Sheppey, een zompig eiland op de monding van de Theems. Het was dus enkel een tiendenrecht, nog geen bezitting: maar de abdij kreeg daardoor wel voet in Engeland. Door aankoop en ontvangen schenkingen weet de Duinenabdij in den loop van de 13de eeuw een ‘Engels domein’ tot stand te brengen.
Na de dood van Karel de Goede, werd zijn erfdeel door drie prinsen betwist. De Vlamingen kozen de zijde van diegene die het meest bereid was om hun vrijheden te beschermen. Deze drie mededingers waren Willem van Lo, markgraaf van Ieper, wiens vader, Philippus van Vlaanderen, zoon was van Robert de Vrieslander; Dirk van de Elzas, zoon van Gertrudis, dochter van de zelfde Robert; en eindelijk Arnold van Denemarken, neef van de goede graaf Karel.