banner
dec 22, 2024
360 Views
Reacties uitgeschakeld voor Tempeliers in Slijpe en Middelkerke

Tempeliers in Slijpe en Middelkerke

Written by
banner

In 1134 worden de belangen in het Heilig Land nog groter voor Dirk van den Elzas. Hij trouwt immers met Sybilla, de dochter van Fulco van Anjou die koning is van Jeruzalem. In 1137 schenken de burggraaf van Sint-Omaars Willem II en zijn zoon Hosto een huis, kapellen en altaren in Slijpe en Leffinge aan de tempeliersorde. Laatstgenoemde Hosto treedt toe als tempelier in de orde. In 1139 schenkt Boudewijn IV van Henegouwen de verheffingsrechten op zijn lenen aan de orde van de tempeliers. In dit zelfde jaar verleent Paus Innocentius de tempeliers internationale onafhankelijkheid.

De tempeliers kunnen zich, dank zij hun toenemende rijkdom, strategisch positioneren op een netwerk van bevoorradingsplaatsen en depots langs de belangrijkste wegen in Europa en hun respectieve verbindingswegen naar het Heilig Land. Wat een ongelooflijke machtspositie nemen ze in! Het belang van de macht over de verbindingswegen tussen Vlaanderen en Palestina is inderdaad niet te onderschatten.

Tussen 1086 en 1091, dus nog voor de eerste kruistochten, heeft graaf van Vlaanderen Robrecht de Fries al eens een pelgrimstocht naar het Heilig Land ondernomen. Veel heeft te maken met de populaire Jezus Christus. De man is ‘hot’. Het is alleen spijtig voor het westen dat alles wat te maken heeft met de man zich afspeelt in het onveilige en door Sarazenen bedreigde Palestina. Robrecht de Vries koestert een droom om in onze streek een veilige kopie van Jeruzalem te creëren, een economische en lucratieve aantrekkingspool voor de westerse pelgrims.

Vergeet niet dat we in de tijd van de relieken leven. Een splinter van zijn kruis is al een aanbidding waard en wie zal het ooit in zijn hoofd krijgen om te twijfelen aan de authenticiteit ervan? De weg van Brugge naar Jeruzalem loopt langs de symbolische ontstaansplekken van de orde, via Ieper, de Ardennen, dwars door de Champagnestreek. Er ontstaat een economisch bondgenootschap tussen de regio’s. En dat vertaalt zich in het ontstaan van lucratieve jaarmarkten en vruchtbare handelscontacten. De weg tussen Rome en Constantinopel was ooit al aangelegd door de Romeinen en zal nu met de tempeliers opnieuw een tracé van strategisch belang worden.

Het is dan ook begrijpelijk dat de eerste schenkingen in Europa zich allemaal in de onmiddellijke nabijheid van de weg Brugge-Jeruzalem concentreren. De reeks van kruistochten die vertrekken van het noorden van Vlaanderen naar het verre Heilig Land dienen zeker bekeken te worden vanuit deze optiek. De handelsactiviteiten langs het door de tempeliers gedomineerde Europese wegennet groeien geweldig. De tempelridders zorgen er voor de beveiliging en verdienen er tezelfdertijd goed hun boterham met een massa aan commerciële activiteiten. Ze nemen het systeem van reischeques van de moslims over. Zo kan bijvoorbeeld een Engelse handelaar een, tegen diefstal beschermde betaling uitvoeren in de haven van Marseille.

Vanaf het begin van de 12de eeuw worden de pelgrims verplicht om specifieke routes te volgen. Ze krijgen de beschikking over een officiële toeristische reisgids, de Codex Callixtinus. Die gids is niet onbelangrijk voor de reizigers naar Jeruzalem. Ze bevat verhalen, voorschriften en gedragsregels en een opsomming van de veiligste wegen en rustplaatsen. De stad Brugge staat in de Codex Callixtinus aangeduid als officieel knooppunt voor al het pelgrimverkeer van en naar het Heilig Land. Als eerste stop onderweg liggen Slijpe, Ieper en de Westhoek. Vooral voor Ieper zal die ligging de volgende honderd jaar erg belangrijk worden.

Dirk van den Elzas is een snuggere man. Hij beseft maar al te goed hoe belangrijk de tempeliers aan het worden zijn in Europa en koppelt zijn lot aan dat van de orde. De as Brugge-Jeruzalem is van cruciaal economisch belang geworden voor zijn Vlaanderen. Hij zal tot aan zijn dood in 1168 fungeren als grote beschermheer en weldoener van de tempelorde. Filip van den Elzas volgt zijn vader in 1168 op als graaf van Vlaanderen en deze schenkt in 1171 op zijn beurt tienden op gronden in Slijpe, Leffinge en Mariakerke.

Naast Ieper en Slijpe, behoort Brugge eveneens tot de allereerste tempelvestigingen. Daar is het binnenhalen van het Heilig Bloed in 1150 door de grote tempeliersvriend Dirk van den Elzas niet vreemd aan. Dat is pas een reliek! De tempeliers vereenzelvigen zich immers als de grote beschermers van de heilige graal en het heilig bloed. Brugge behoort dan ook samen met Ieper en Slijpe tot de allereerste tempelvestigingen op het Europese vasteland. De positie van Brugge wordt pas duidelijk in 1185 als de Vlaming Gerard van Ruddervoorde het tot tiende grootmeester van de tempeliers schopt. Op veertig jaar tijd kent de tempeliersorde een explosieve uitbreiding over heel Europa.

De nood om zich goed te organiseren leidt al vlug tot een indeling van de orde in provincies en baljuwschappen. Zo ontstaat het baljuwschap Vlaanderen waar de stad Ieper zowat het belangrijkste centrum wordt van de orde. In het baljuwschap Vlaanderen worden er vier commanderijen gebouwd. We zien deze ontstaan in Ieper, Cassel, Sint-Omaars en Neerwaasten. Later komen er nog commanderijen in La Haie (nabij Rijsel), Slijpe en in Leffinge. Ondertussen zijn er al meerdere kruistochten georganiseerd en die worden steeds problematischer voor zowel kruisvaarders als tempeliers.

Dit is een fragment uit Boek 1 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 1
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.