banner
sep 8, 2025
65 Views
Reacties uitgeschakeld voor Vlaanderen in zijn puberteit

Vlaanderen in zijn puberteit

Written by
banner

Het jaar 947. Graaf van Vlaanderen Arnulf heeft er juist de vijandelijke Willem Langzwaard in koelen bloede vermoord. Reden? De macht in Montreuil en een Vlaams grondgebied dat zich moet uitstrekken tot aan de grens van Normandië. We herbeleven de pioniersjaren van Vlaanderen. Graaf Arnulf zorgt tijdens zijn leven eveneens voor een grondige hervorming van de abdijen in zijn territorium.

Het begint bij de Gentse Sint-Pietersabdij die eigendom was van zijn vader en waar zijn vader en moeder begraven liggen. Arnulf wil het klooster, dat er sinds de tijd van de Noormannen verarmd en vervallen bij ligt, een nieuw elan geven. Hij vraagt advies bij Transmarus de bisschop van Doornik. Transmarus is opgezet met de plannen van de graaf en stuurt zijn aartsdiaken Bernacer naar Gent die begint met een zuivering van de kloostergemeenschap.

De kanunniken worden voor de keuze gesteld: ofwel leven ze volgens de regels van de Benedictijnen ofwel verlaten ze het klooster. Gerard van Brogne wordt aangesteld als nieuwe abt. De geestelijke zuiverheid en integriteit van de abdij herstelt zienderogen. Nu moet ook nog het stoffelijk bestaan van de kloostergemeenschap gewaarborgd worden. ‘It’s all about the money’. Toen al. Arnulf staat een stuk van zijn gronden af aan de kloosterlingen. Ook in het klooster van Sint-Baafs te Gent worden er diepgaande hervormingen doorgevoerd.

Ik zou wel eens willen weten waarom Arnulf eigenlijk zoveel energie spendeert in die abdijen. Veel van die abdijen zijn zo goed als geruïneerd achtergebleven na de periode van de Noormannen, maar de kloosterlingen waren er al bij al snel teruggekeerd. De abdijen zijn in het bezit van uitgebreide domeinen in Vlaanderen en vormen hoe dan ook een macht in de macht. Bovendien leven de kanunniken in nauw contact met de lokale bevolking op wie ze grote invloed uitoefenen. Dat blijkt als er een grote hervorming in de abdij van Sint-Bertijns wordt doorgevoerd. De machtige abdijen gedragen zich vrij zelfstandig en alleen een radicale verandering in de geesten kan het grafelijk binnen de muren van de vele Vlaamse kloosters ten volle laten gelden.

De hervormingen die Gerard van Brogne zowat overal doorvoert, zijn er dus voornamelijk op gericht om het grafelijk gezag te herstellen. Hoe dan ook zijn efficiënt gerunde abdijen een garantie op een goed beheer van de onmetelijke landgoederen van graaf Arnulf. In 941 wordt de hervorming van de Sint-Pietersabdij doorgevoerd.

In 944 komt Sint-Bertijns, de machtige abdij van Ternois, aan de beurt. Op 15 april 944 worden de kloosterlingen die zich niet goedschiks willen onderwerpen aan de regel van de Benedictijnen met geweld uit de abdij verjaagd. De naburige bevolking (zo ook in Poperinge, dat eigendom is van de abdij) toont zich hevig ontstemd en noopt de graaf tot nieuwe onderhandelingen met de verjaagde monniken en hij weet een aantal onder hen te overhalen om verder te gaan onder het rechtstreekse bevel van Gerard van Brogne.

Op korte tijd worden verschillende abten versleten aan het hoofd van Sint-Bertijns, tot Hildebrand, een neef van Arnulf, in 950 aan het hoofd komt te staan van het klooster. Onder leiding van deze Hildebrand komt Sint-Bertijns opnieuw tot grote bloei en wordt het klooster een brandpunt van cultuur. Hildebrand en Gerard van Brogne voeren zijde aan zijde hervormingen door in de resterende abdijen. Uiteindelijk winnen zowel de kerk als de staat aan de doorgevoerde hervormingen van graaf Arnulf van Vlaanderen. Met de dood van koning Lodewijk van Frankrijk in 954 breekt een periode van rust aan.

Ook in Vlaanderen is dit het geval. De periode 954 tot 961 betekent een hoogtepunt in de regering van Arnulf. De zestigjarige vorst laat de schaarse opflakkeringen van geweld over aan zijn enige zoon Boudewijn. Hij zelf geniet van zijn triomfen. Boudewijn III huwt in 961 met een Duitse prinses. Mathildis is de dochter van de Saksische hertog. Boudewijn wordt aangesteld als medegraaf van zijn vader. Uit het huwelijk wordt één zoon geboren die genoemd wordt naar zijn grootvader: Arnulf. Het geluk van de oude Arnulf kan niet op: zijn vorstendom kan verder gezet worden in rechtstreekse mannelijke lijn: van vader op zoon en kleinzoon. De toekomst lijkt gegarandeerd.

Maar plots gebeurt iets vreselijk. Boudewijn wordt aangetast door de pokken en sterft na enkele dagen, (op 1 januari 962 in het Sint-Bertijnsklooster) aan zijn besmetting. De dood van zijn zoon betekent een mokerslag voor de oude graaf. Zijn kleinzoontje is amper enkele maanden oud terwijl hij zelf kromgebogen rondloopt. Hoe moet het nu verder? De strijd om de macht in Vlaanderen barst los. In 962 zijn de kinderen van zijn overleden broer Adalolf al lang volwassen. Ze eisen het erfdeel op dat hun oom Arnulf hen heeft afgenomen wanneer hun vader stierf. De oude Arnulf zit met de daver op het lijf uit angst voor die twee neven die nu plots dreigen zijn levenswerk ongedaan te maken. Hij slaat in paniek.

Hij is er van overtuigd dat die twee gasten zijn kleinzoon zullen aandoen wat hij hen heeft aangedaan. Uit pure wanhoop laat hij één van hen ombrengen. Hij hoopt zo de andere schrik aan te jagen. Het is een vergeefse poging. De overlevende neef die ook al Arnulf heet, gaat nog harder te keer tegen zijn oom. De graaf ziet geen andere uitweg om zijn opperleenheer, de Franse koning Lotharius, de zoon van zijn overleden vriend Lodewijk, om hulp te vragen. Hij stelt een deal voor: bij zijn dood zal de Franse koning alle nieuw veroverde gebieden erven in ruil voor de erkenning van zijn kleinzoon als graaf van Vlaanderen in de rest van het vorstendom Vlaanderen. In afwachting zou Lotharius de voogdij uitoefenen op de minderjarige kleinzoon Arnulf II.

Het akkoord wordt getekend in het jaar 962. De Franse koning treedt bovendien op als bemiddelaar tussen de graaf en zijn opspelende neef. Uiteindelijk volgt de toezegging dat die zijn vaderlijk erfdeel, Boulogne en Ternois, zal erven bij de dood van zijn oom. Een neef van Arnulf de Grote wordt aangesteld als voogd van de kleinzoon. De man heet Boudewijn Baldzo. Hij stelt zijn schoonzoon Hilduinus en een zekere Eric aan tot uitvoerders van het testament. Arnolf, graaf van Vlaanderen legt uiteindelijk en definitief het hoofd neer in het jaar 964.

De dood van de grijsaard betekent meteen het sein voor een algemene anarchie binnen Vlaanderenland. De krachtige hand die iedereen in toom hield, is verdwenen. Het lijkt er op dat iedereen ten volle wil genieten van een nieuwe zelfstandigheid. De edellieden gaan op hun domeinen heerlijke rechten uitoefenen die voordien enkel aan de graaf toekwamen. De leengebieden die ze in gebruik kregen van de graaf, gaan ze beschouwen als hun eigendom.

De kerken en abdijen die niet langer kunnen rekenen op hun beschermheer worden voor een groot deel van hun bezittingen beroofd door de mensen in hun omgeving. Op een hoger plan is het nog erger gesteld. De dichte verwanten van de kleine Arnulf beginnen grote delen van het vorstendom in te palmen. De zogezegde beschermer van de wees, Boudewijn Baldzo, zorgt voor de komst van een nieuw graafschap, dat van Kortrijk. Dirk, de oom van de kleine markgraaf wordt graaf van Gent en van Waas. De maatregelen die de oude graaf had getroffen hebben niettemin toch enig effect.

Koning Lotharius rukt in 965 met zijn leger door tot aan de Leie. De Vlaamse edellieden die in de waan leven dat ze baas zijn in eigen huis, bieden weerstand maar lijden het onderspit tegen hun Franse opperleenheer. Lotharius speelt het spel correct: hij laat het vorstendom intact, hij beschermt de kleine Arnulf en beheert het domein Vlaanderen in afwachting van diens volwassenheid. De zaken blijven onveranderd tot in 976.

Dit is een fragment uit Boek 1 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 1
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.