1 februari 1915, maandag. – Kanongeschut geweldig rond 11 uur, anders stil. De vluchtelingen die gebleven zijn worden voor de ogenblik wel gerust gelaten.
1 februari 1915, maandag. – Kanongeschut geweldig rond 11 uur, anders stil. De vluchtelingen die gebleven zijn worden voor de ogenblik wel gerust gelaten.
2 februari, O.L.Vrouw Lichtmis, dinsdag. – 150 communies. Om 8 1/2 kaarswijding. Omtrent al de hommelpersen en kepers van heel de parochie zijn door de soldaten meegenomen. Nochtans enige boeren hebben ze gedolven en kunnen er alzo enige redden. Het meestendeel van deze kepers dienen om de straten te vermaken, andere worden verbrand. Zij betalen wanneer zij genoeg gesurveilleerd worden en er niet uitkunnen. Maar alle bons hebben zeer veel achterloop. Soms moet men 2 of 3 maal naar Poperinge gaan. Soms zelfs naar Boeschepe. ’t Is hetzelfde met deze die stenen vervoerd hebben om de wegen te vermaken. Het kost hun soms meer loping of dat heel hun rekening bedraagt. Burgers vermaken nu de wegen op rekening van het Engels leger en winnen 3 frank daags. Dat komt wel te pas want tot nu toe is er nog niets te verdienen geweest.
Gelukkig dat ze bijna al hun eten van de soldaten kregen. veel klederen ook hebben zij van het leger. Kapoten, broeken, hemden, baais, schoenen door de soldaten achtergelaten die zij uitwassen, soms een weinig veranderen en aantrekken. Ook dragen ze veel stoffen banden die ze rond hun been en snoeren juist gelijk de soldaten, hetgeen zeer gemakkelijk is nu dat de wegen overal zo vuil zijn. Gelukkig dat veeln zo aan kleeren geraken want nievers zijn er te krijgen tenzij aan hoge prijzen en weinig beursen kunnen daartegen. Men ziet het leger heeft zijn goed en zijn kwaad.
Het hout in de bossen alsook de elzenhagen worden omtrent allen afgekapt om de wegen te vermaken, ook veel hoornen neergeveld.
In de bossen bachten Celeste Planckeel staan wel 20 tenten, enkel een dak dat komt tot aan den grond gemaakt van eiken balken en staken en overdekt met terrepapier. Andere enkel overtrokken met dicht katoen, zonder plancher. Het is voorzeker niet leutig in deze tijd van ’t jaar. Heel de dag regen.
3 februari, woensdag. – ’s Nachts veel geweergeschut. Binst de dag de Engelse kanonnen schieten meer dan gewoonte. In de voornoen vallen veel bommen In de vijver en erover. In de achternoen rond 3 1/2, 3 of 4 schrapnels ontploffen rond Congo en hert. Kogels ervan vliegen in ’t huis van Remi Onraet. Een karre wordt in stukken geslagen.
Veel Engelsen komen de Fransen vervangen te Vlamertinge en Ieper. Van zohaast de Engelsen hier gekomen zijn hebben zij hun ambulance geïnstalleerd in ’t klooster. De weide voor ’t wethuis bachten ’t huis Vermeulen dient voor werkplaats voor de genie. Het ligt er vol persen, staken, planken. stekkerdraad. Dat alles moet dienen om hinderpalen te maken voor de vijand. De Engelsen die hier nu zijn, zijn in ’t algemeen grote werkers, altijd ziet men ze bezig: marcheren, exercitie doen, werken aan wegen. Zij zijn werkzamer dan onze Belgische soldaten-werkers die het wat al te veel op hun gemak pakken. De Engelsen begraven hun doden ook in de weide van Mr Thevelin nevens de kerkweg bij de graven van de Fransen. Maar met februari leggen ze een kerkhof verder in de weide langs de gravier naar Kemmel, bijna aan ’t huis van Isidoor D’hellens.
4 februari, donderdag. – Schoon en helder weder. De Duitsers doen meer geweld dan ze plegen. Het geweergeschut is zeer geweldig. Sedert 2 maanden hoorde men maar weinig geweergeschut meer tusschen Wijtschate en Kemmel. Nu sedert enige dagen hoort men er zeer veel. In de voornoen vallen verscheidene bommen rond het kasteel Vandenpeereboom en zeer veel rond het Hallebast. Ook veel vallen in de vijvermeersen. Sinds lang is ons grondgebied zo niet meer beschoten geweest. Het is op de Engelse kanons dat zij het gemunt hebben. Sedert 3 dagen staan er kanons in de weide van Theophiel Dochy bij ’t huis van Ch. L. Charles tusschen ’t Hallebast en de Kemmelgravier. De Duitse vliegmachines hebben ze reeds ontdekt en nu schieten ze ernaar met de grootste bommen uit. Het gaat zo geweldig dat de mannen zelf moeten wegvluchten. Zij vallen op het land en weide van Dochy, Adriaen, Thulie, Hoflack allen een weinig over de kanons. Twee dagen nadien ben ik langs daar gaan zien, en binst heel het jaar 1915 heb ik te Dikkebus nergens zulk gene grote putten gezien. Er waren er die wel 8 meters diameter hadden op 5 meter diepte. Dikke iepen van 60 cm diameter wierden met wortel en al uitgeworpen en lagen 4 meter ver. Het waren voorzeker bommen van minstens 30 cm diameter. Er waren misschien wel 18 putten.
In de avond doen de Duitse eene groote attaque langs Voormezele-Wijtschate. Alle reservetroepen moeten zich gereed houden. De munitie ook is gereed. heel de nacht is zeer onrustig. De vijand wint enige tranchées Maar wordt ze gelukkig weer ontnomen.
5 februari, vrijdag, lste vrijdag. – 125 communies. Rond 7 uur komt de kerk vol Engelse soldaten die er cantoneren. Binst de mis zijn zij nog al gemanierd. Maar het overige van de dag gedragen ze zich zeer onbetamelijk, roken, zingen, schuifelen. Maar wat kan men eraan doen? Helder weder, veel vliegmachines. Weinig geschut binst den dag, Maar met den avond veel kanon- en geweergeschut. Een Engels aalmoezenier heeft mij gezegd dat de Duitsers 2 tranchées gepakt hebben op St-Elooi. St-Elooi is sedert lang een gevaarlijk punt en reeds van ten tijde van de Fransen is ’t met een zekere schrik dat de soldaten ervan spreken. Zij maken er een spie in de Duitse posities, en kunnen langs 2 kanten beschoten worden.
6 februari, zaterdag. – In de namiddag geweldig kanongeschut van weerskanten. 18 bommen vallen rond ’t Hallebast.
7 februari, zondag. – 150 communies. 3 almoezeniers doen mis. Nogal veel kanongeschut In de achternoen, Maar geen bommen vallen op de parochie. Te Elverdinge in de kerk wordt rond 6 uur een Frans soldaat-priester dodelijk gekwetst door een bom binst dat hij mis doet. Vandaag is de Engelse politie rond geweest naar de herbergen en heeft al de sterke dranken uitgegoten. Het was reeds 5 weken dat de garde ze had moeten vermanen. Het is een maatregel die nodig is, immers er waren veel dronken soldaten en officieren. In de winkels ook mogen geen korte dranken meer verkocht worden. Gisteren is E.H. Van Temsche onderpastoor van Voormezele hier toegekomen. Hij was te Veurne sedert 25 november.
8 februari, maandag. – Weinig kanongeschut, Maar veel geweergeschut. Een jongen van Vlamertinge die tranchées maakte bij de plas wordt door een Engels schildwacht doodgeschoten binst dat hij zijn pijp ontstak. Het was verboden enig licht te maken. Verscheidene vrouwspersonen wassen nu voor de soldaten in de grote wasserij die ingericht is in de brouwerij van Peirsegaele. Zij winnen 0,38 fr per uur. Daar zijn ook badplaatsen ingericht voor de soldaten met water van de vijver dat er vanzelfs naar toestroomt. veel vrouwspersonen wassen thuis voor de soldaten en winnen zo een schoon loon.
9 februari, dinsdag. – Brief ontvangen van thuis geschreven 4 januari. God zij gedankt, alles gaat wel. Weinig geschut uitgenomen In de avond. 4 begravingen Maar geen enkele berechting.
10 februari, woensdag. – De almoezenier P. Bowes is naar Voormezele geweest. De kerk is heel verwoest, ook bijna heel het dorp ligt in puinen. Het huis van de onderpastoor staat nog recht en dient voor poste de secours. Bachten ’t huis is een groote onderaardse abri gemaakt waarin ze wonen en waaruit ze gedurig moeten het water pompen. Die verdienstelijke pater heeft een hele dag overgebracht in de kerk en veel ornamenten vergaderd (de kerk van Voormezele was gekend om hare schone ornamenten) bijna al de rode en witte, Maar weinig zwarte. In ’t algemeen waren deze niet zeer bevuild, Maar verscheidene waren doorboord door de bommen en de kogels. ’s Avonds zijn 2 soldaten naar Voormezele gereden om ze te halen en zij hebben ze naar mijn huis gebracht. Bijna een kar vol. De almoezenier vertelt dat te Voormezele bij de onderpastorij 2 Duitse soldaten in een huisje zaten, van waar zij schoten op de Engelsen. Zij werden ontdekt, een werd gedood, de andere kon wegvluchten. Heel de dag veel Duitse vliegmachines, waarnaar geschoten wordt. Stukken schrapnels vallen op ons dak.
11 februari, donderdag. – Weinig geschut.
12 februari, vrijdag. – Veel geweergeschut in de nacht ; Maar weinig kanongeschut binst de dag. Leonie Vervisch van de Vierstraat, 70 jaar oud wordt doodgevonden langs de kalsijde versmoord in de gracht. Pater Keam, almoezenier heeft deze nacht in de pastorij van Voormezele de relikwie uitgehaald van ’t H. Bloed. Die kostbare schat was verdoken in de kelder van E.H. Pastoor. Hij brengt hem naar mijn huis. 2 kelken, remonstrance en zilveren kruis zijn binnengebracht geweest door P. Bowes. De relikwie van ’t H. Bloed zat rondom in ’t water en ’t zilver was zwart geworden. Weerom bommen op Ieper.
13 februari, zaterdag. – Slecht weder, veel geweergeschut.
14 februari, zondag. – Slecht weder. Weinig communies. Na de missen zegenen wij met de relikwie van ’t H. Bloed van Voormezele. Al het volk komt te zegenen. De generaal van de état-major komt de relikwie bezien in mijn huis. In de namiddag is het kanongeschut buitengewoon geweldig van weerkanten. Verscheidene bommen vallen rond het hemelrijk. De Duitsers attakeren, veel reservetroepen komen toe. De aanval duurt heel de nacht. Alles is in rep en roer. De soldaten lopen, de munitiewagens rijden in de vlucht naar de kanons. De vijand heeft eerst 2 tranchées genomen Maar door eene contre-attaque wierd hij ze ontnomen. De verliezen langs beide kanten zijn groot, Maar deze der Duitsers zijn de meeste.
15 februari, maandag. – Met de nuchtend is het kalmer. 12 Duitse krijgsgevangenen worden binnengeleid in de magazijnen van J. Thevelin. Heel de parochie is vol soldaten, de kerk ook. Met de avond verlaten zij de kerk. Deze ligt vol met vleesdozen en andere bucht welke zij achterlaten. De soldaten van ’t roodkruis komen ze kuisen,
16 februari, dinsdag. – Weerom veel geschut heel de nacht Maar minder dan den voorgaande. Helder weer. Veel vliegmachines waarnaar geschoten wordt. Een Duitse vliegmachine werpt een bom bij ’t hof van Hector Dalle en een bij ’t hof van Hilaire Lievens. Geen ongelukken. Bommen vallen bij de vijver. Twee nieuwe krijgsgevangenen worden bij den état-major binnengeleid.
17 februari, woensdag, Aswoensdag. – heel de nacht alweer veel geschut van geweren en kanonnen. Rond de noen bemerkt men veel gejaagdheid onder de troepen: de Duitsers beginnen een attacke. Reeds na een paar uur komen de reservetroepen toe van Westouter, Reningelst, Belle, gedurig heel de achternoen. Allen zijn haastig, de munitiewagens rijden in de vlucht. Maar de Duitsers ziende dat de Engelsen gereed waren hebben hun aanval niet voortgedaan. Rond 3 uur zijn enige schrapnels gevallen rond de vijver. De kerk wordt nu gebezigd voor magazijn. Slecht weer.
18 februari, donderdag. – De kannonen die stonden bij ’t huis van Ch. L. Charles staan nu in schuur en wagenhuis van Remi Lamerant waar zij reeds veel geschoten hebben. Alle avonde schieten de Engelse kanons geweldig binst dat de mannen in en uit hun tranchées gaan.
19 februari, vrijdag. – Kalme dag.
20 februari, zaterdag. – Kanonnen zijn geplaatst in de weide van Jules Forceville langs deze kant de vijver. Belgische kanoniers zijn toegekomen met hun kanons bij Cyriel Lamerant en Henri Desmarets. Zij plaatsen hun kanons over de Café Français. Nog nooit zijn hier zoveel troepen geweest, alweer maken ze gebruik van de kerk. Tot de minste huizekes toe zitten stampvol. Rond 5 uur ontploffen schrapnels bij Jules Verschelde en Benjamin Dequeker.
21 februari, zondag. – Omdat de kerk meer dan halfvol soldaten is, is het zeer ongemakkelijk voor de diensten. Het zijn Schotten. Alhoewel bijna allen protestant zijn zij toch binst de diensten nogal gemanierd. Weerom wordt er gezegend met de relikwie van ’t Heilig Bloed.
De Engelsen timmeren nog veel nieuwe tenten op verscheidene plaatsen. In de hof van ’t klooster maken zij 2 schone grote tenten die moeten dienen voor hospitaal. ’t Is nu 7 weken dat de Engelsen hier zijn, en reeds is ons dorp veel meer vermoord. Zij maken wegen overal en staat een haag In de weg ze kappen er een opening in, zo is er bijna geen enkel hoveke van de parochie meer dat niet openstaat. Zij maken ook even gemakkelijk gaten in de muren. Te Vlamertinge waar de Fransen nog zitten en even talrijk als hier de Engelsen is op verre na niet verwoest gelijk Dikkebus.
Nog andere Belgische artillerie is toegekomen op het hof van Celeste Planckeel, Hilaire Lievens. Almoezenier P. Keam heeft mis gedaan bij de tenten in ’t bos van Celeste Planckeel. Weinig geschut.
22 februari, maandag. – Feestdag van de H. Margarita van Cortona wiens beeld in onze kerk geplaatst is. veel mensen in de mis. Dikke mist. Vandaag dragen ik en Mr de kapelaan van Voormezele het h. Bloed naar het klooster van Reningelst waar de zusters zijn van ’t oudemanhuis van Voormezele. Deze overhandigen het aan de andere zusters van ’t klooster die op de Abele gevlucht zijn. Deze zullen er voortaan voor zorgen. In de avond veel geweergeschut.
23 februari, dinsdag. – Weinig geschut. De gezondheidstoestand wordt van langs om slechter. Wat het leger aangaat dat kunnen we moeilijk zeggen, immers de soldaten zijn onbekend en wanneer ze ziek zijn, worden ze aanstonds naar de hospitalen gevoerd dikwijls eer dat hun ziekte van de burgers gekend is. Maar het schijnt toch dat er veel zijn. Veel krijgen de tyfus, ook veel verkoudheden en pleuris, en zeer veel hebben vervroren voeten, veel meer dan in ’t Frans leger, misschien wel het vijfde deel van de mannen.
Wat de burgers aangaat de typhus woedt met alle geweld ten allen kante van de parochie en in sommige plaatsen is het in ieder huis te doen. Bij sommige personen zijn het enkel koortsen die enige dagen aanslepen en allengskens passeren. Maar andere krijgen de ziekte dwarsdoor. En helaas hun getal is groot. In het begin werden er geen grote maatregelen genomen tegen de besmettelijke ziekten. Maar nu wil men met alle middelen de ziekte tekeer gaan en uitroeien.
Te Poperinge hebben de Engelsen een groot hospitaal ingericht ‘St-Elisabethsgasthuis’ voor burgers-tyfuslijders. De eerste zieken die van Dikkebus er naartoe gevoerd werden hadden het zelf gevraagd. Maar nu voeren de Engelsen ze er zelf naar toe met of tegen dank. Al wie zij van de ziekte aangedaan bevinden moeten weg, hetzij veel hetzij weinig ziek. Het hospitaal van Poperinge is reeds vol en nu hebben zij ook het zothuis van Ieper ingericht als hospitaal (sedert enige tijd vallen er daar maar weinig bommen meer).
In beide hospitalen van Poperinge en Ieper blijven de zieken totdat ze dood zijn of buiten gevaar zijn, en ze worden dan verder gevoerd naar het hospitaal van St-Orner. In die hospitalen worden de zieken wel bezorgd door zusters en juffrouwen van ’t rood kruis. Alles is er buitengewoon proper. De doktoor doet vandaag de visite in al de huizen van de neerplaats, waar de ziekte meest woekert. 7 tyfuslijders worden weggevoerd.
En van nu voort zullen er wel 3 of 4 te weke weggevoerd worden. Sommige zieken hebben er niets tegen van naar ’t hospitaal te gaan, andere integendeel zijn er benauwd van. En daarom zij zullen alle middelen gebruiken opdat hun ziekte niet zou gekend worden, dikwijls in hun nadeel. Zo zijn er die gedurig zouden moeten in bed blijven en er nochtans bij dage niet durven naartoe gaan uit vrees van er door den doktoor bevonden te worden. Andere durven geen doktoor halen om dezelfde reden. De doktoors die hier komen zijn doktoor Verbeke van Vlamertinge en doktoor Van Walleghem van Zonnebeke, vluchteling te Poperinge. Die doktoors zijn ook verplicht de tyfuslijders aan de Engelse overheid kenbaar te maken.
De huizen waar er zieken geweest zijn worden ontsmet. Men gaat ook overal om de kelders te bezien en het water te onderzoeken. Orders worden gegeven van alle water te ontsmetten met te laten koken een uur lang of nog gemakkelijker met er wat poeier in te doen. Dat poeier mag men gaan halen bij den veldwachter. Ook wordt een algemeen order gegeven van zich te doen vaccineren. Dat is verplichtend en kosteloos. maandag, donderdag en zaterdag van iedere week van 4 1/2 tot 6 1/2 bij Jules Lauwyck ’t enden de Kerkstraat.
Die droevige ziekte woekert niet alleen op Dikkebus maar ook geweldig op Vlamertinge, Ieper, Boesinge, Elverdinge, zelfs Reningelst. Al den zuidkant Loker, Kemmel enz. is het veel beter. veel personen worden weggevoerd, maar ook veel kunnen hun ziekte verstoppen en lijden en sterven hier.
24 februari, woensdag. – veel geschut langs Langemark, weinig langs hier. Toch vallen In de achternoen nog al veel bommen bij Krommenelst. Ook in de vijver en een schrapnel boven den molen. Hier en daar staan valse kanons geplaatst, munitiewagens of karren onder boomtakken om de vliegmachine te bedriegen.
Van langs om meer burgers gaan werken naar de tranchées. Nu zijn er wel 250 van alle kante. In ’t begin waren er zelfs jongens van 13 of 14 jaar oud, maar nu moeten allen ten minste 16 jaar zijn. Ze werken meestal tussen Voormezele en Vierstraat. Zij dragen veel hinderpalen, 3 of 4 staken van 1,50 m lang kruisen elkaar in hun midden en 2 zulke kruisstaken worden in hun midden verbonden door een pers van 4 of 5 meter en stekkerdraad wordt gespannen van de een staak naar de andere van langs en rond, om ze voor de tranchées te plaatsen.
Ze kappen ook in de bossen bij de plas veel sparren om zulke hinderpalen te maken. Kappen ook veel ander hout om er de weg mee te beleggen dien zij maken van de Ruisschaert naar de kalsijde dwars door de bossen. Anderen delven tranchées. Deze werklieden bestaan uit 8 compagnies van 40 mannen ieder onder gebied van 2 soldaten van den genie en een interprête. Reeds 3 tranchéewerkers zijn doodgeschoten door de Duitse kogels, deze komen immers rondom gevlogen. Ook wel 150 mannen werken bij dag in de wegen, kuisen en vermaken, en delven de vuiligheid of voeren ze weg. Zij winnen 3 fr daags.
Het leven is min duur dan het pleegt. Ingelegd vlees in overvloed, petrol 0,80 cm in plaats van 1,20 fr; zwijns 1,10; eieren in de winkels 20 cm bij de boeren 15 cm. Het brood wordt uitgevochten. Er zijn 4 bakkers die zoveel bakken of ze kunnen en altijds is er tekort. De soldaten hebben er veel te weinig. Boter bij de boeren 4 fr. In de winkels 4,50. De hommel gaat 30 fr. De suikerijbonen in oktober 16 fr nu 36. Veel vluchtelingen die ze achtergelaten hebben gaan ze halen.
25 februari, donderdag. – Sneeuw. Een Duits krijgsgevangene. Weinig geschut van weerskanten.
26 februari, vrijdag. – Aan Ieper-Kruisstraat worden 6 personen door de bommen doodgeslagen, waaronder 3 die naar Dikkebus kwamen om in de tranchées te werken. ‘r Is immers op de plaats van Dikkebus dat de tranchéewerkers vergaren.
27 februari, zaterdag. – In de voornoen rond 11 uur vallen schrapnels tussen plaats en Hallebast. Een paard wordt gekwetst op ’t hof van Rerni Onraet en een ander doodgeslagen voor Gysels. De interprête die het bereed was ongedeerd. In de achternoen worden op de vijverdarn 2 soldaten geslagen van een schrapnel, een dood een ander dodelijk gekwetst. Ook bommen bij Th. Leroy. Opnieuw is men verplicht onze kerk te gebruiken om troepen te logeren: 200 mannen. De tenten welke men opgeslagen had in de weide en de bossen alhoewel veel met plancher komen onder water door de geweldige regens. Het water kan zoveel te moeilijker weg omdat veel grachten en waterlopen hier en daar gevuld zijn om erover te rijden en ook veel duikers versluist zijn. Op Dikkebus zijn nu tenminste 20 Franse interprêten en 5 of 6 Belgische.
28 februari, zondag. – Weerom de 2/3 van de kerk vol soldaten. De hoogmis gezongen door aalmoezenier Pater Bowes. Bommen in de voornoen langs deze kant den vijver, Razelpud en Wede Alf. Huyghe. In de achternoen bij het Hemelrijk.
–
Uit ‘De oorlog te Dickebusch en Omstreken 1914-1918’ van A. Van Walleghem
–


