banner
apr 17, 2019
2520 Views

Die vreselijke Richilde

Written by

In 1070 komt er vrij bruusk een einde aan het leven van Boudewijn van Bergen. De graaf krijgt te maken met een zware ziekte die zijn geneesheren voor een voldongen feit stelt.

banner

Friesland gooit roet in het eten

In 1070 komt er vrij bruusk een einde aan het leven van Boudewijn van Bergen. De graaf krijgt te maken met een zware ziekte die zijn geneesheren voor een voldongen feit stelt. Boudewijn beseft dat zijn dood slechts een kwestie van tijd is en belegt daarom een dringende staatsvergadering in Oudenaarde. Hij ontbiedt er vanuit Henegouwen en Vlaanderen de bisschoppen, de belangrijkste geestelijken, edellieden en ambtenaren. En opnieuw stel ik de vreemde gewoonte vast dat de relieken van de voornaamste heiligen ernaartoe gesleurd worden alsof ze een talisman voor de toekomst met zich meedragen. Het doel van de stervende graaf is om zijn land te verdelen onder de twee zonen die hij en Richilde samen geproduceerd hebben. Arnulf III is in 1070 een jaar of vijftien. Zijn broer Boudewijn moet een jaar jonger zijn. Boudewijn benoemt Arnulf tot graaf van Vlaanderen terwijl Boudewijn graaf van Henegouwen wordt. Hij vraagt aan de aanwezigen om hun trouw te zweren aan zijn beide zonen. In afwachting van hun meerderjarigheid neemt Boudewijns broer Robrecht de Fries het regentschap over van Arnulf III. In Henegouwen zal Richilde dat doen voor haar zoon Boudewijn II van Henegouwen. Op 17 juli van 1070 blaast graaf Boudewijn VI van Vlaanderen zijn laatste adem uit. In principe zou Robrecht de Fries zijn taak als regent direct moeten opnemen. Een oorlog in Friesland gooit echter roet in het eten waardoor zijn schoonzuster Richilde vrij spel krijgt. De lezer moet weten dat Boudewijns weduwe allerminst te spreken is over de verdeling van het land onder haar twee zonen en vermoedelijk leefde in de veronderstelling dat heel het land in haar schoot zou vallen. De afwezigheid van Robrecht de Fries komt haar nu goed uit om te beginnen met een verdeel-en-heers politiek waarbij ze niet aarzelt om de Vlamingen te koeioneren en de Franssprekenden te begunstigen. Dat zijn helaas maar de eerste pesterijen. Bij de Vlaamse edelen begint ze Robrecht de Fries af te schilderen als een heerszuchtige man van wie ze niets goed moeten verwachten, een man die er alleen maar op uit is om Vlaanderen zelf binnen te rijven in plaats van alleen maar de regent voor haar zoon Arnulf te spelen. Bedoeling is natuurlijk om de adel aan haar kant te krijgen, een objectief waar ze grotendeels in slaagt. Ze verzekert zich voor veel geld van de bijstand van koning Philippe van Frankrijk waardoor ze nu openlijk ingaat tegen de laatste wilsbeschikking van haar overleden man. Niet Robrecht maar zijzelf zal Vlaanderen besturen als regent voor Arnulf III.

Richilde wordt stouter met de dag

Robrecht de Fries reageert furieus op dat nieuws en eist het zeggenschap over Vlaanderen op. Richilde reageert laconiek op zijn dreigementen. Als het nodig is zullen de wapens moeten beslissen als hij dat tenminste durft te wagen. Robrecht zweert van zich te wreken maar kent in Holland zodanig veel problemen dat hij daar onmogelijk kan vertrekken en dus moet hij zijn hoogmoedige schoonzuster noodgedwongen haar gang laten gaan. Deze boosaardige Richilde is van niemand bang en wordt stouter met de dag. Ze profiteert van Robrechts afwezigheid om met een grote krijgsmacht al zijn heerlijkheden en gebieden aan te tasten. Ze neemt eerst het graafschap Aalst in, dan de Vier-Ambachten en tenslotte verovert ze de Zeeuwse eilanden. Daarna keert ze als een opgeblazen kikker naar Vlaanderen terug. De manier waarop ze het land bestuurt slaat werkelijk alles. Bij elke beslissing bewijst ze dat er absoluut geen Vlaams bloed door haar aderen stroomt. Ze verricht alles in haar eigen naam en zet haar eigen zoon Arnulf helemaal buitenspel. De kroniekschrijvers vertellen dat ze er een dode schaduw van maakt. Ze gooit alle Vlamingen uit haar adviesraad en luistert enkel nog naar haar twee adviseurs, de Franse barons de Mailly en de Coucy die natuurlijk niet de minste voeling hebben met de inwoners van Vlaanderen. Richilde is zo vermetel en verwaand dat ze veel hooggeplaatste ambtenaren van hun functies berooft en door eigen pionnen vervangt, lieden die daar niet eens bekwaam toe zijn. Het volk moet ondertussen al ongehoorde belastingen betalen. Zo bijvoorbeeld op de levensmiddelen. Op elk bed waar in Vlaanderen op geslapen wordt eist ze bijvoorbeeld vier ponden.

De liquidatie van zestig Ieperse notabelen

De reactie van de mensen kan onmogelijk lang uitblijven. Deugdzame en rechtvaardige ambtenaren die niet willen instemmen met haar maatregelen ondergaan een wrede behandeling en worden zonder enige genade met de dood bestraft. Zo worden de wethouders en de voornaamste notabelen van Oudenaarde op bevel van Richilde met het zwaard onthoofd. Jan van Gavere, de hoogbaljuw van Ieper ondergaat hetzelfde lot. De zelfverklaarde gravin eist dat de Ieperse wethouders zich bij haar in Oudenaarde moeten komen verontschuldigen voor alles wat ze over hen gehoord heeft. Ze krijgt als antwoord dat het niet de gewoonte is dat dat wethouders zich buiten hun eigen kasselrij moeten begeven om dergelijke verklaringen af te leggen. Een antwoord dat deze Richilde nog kwader maakt. De feeks vindt er niets beter op dan met veel krijgsvolk en met haar zoon Arnulf als kapitein naar Mesen te vertrekken. De nacht van hun aankomst krijgt de plaats het hard te verduren. Alleen al om het feit dat de mensen haar naar eigen zeggen niet waardig genoeg ontvangen steekt ze hier dan maar alles in brand. De volgende morgen zet ze haar weg voort naar Ieper. De wethouders en de voornaamste notabelen willen niet diezelfde fout maken als hun Mesense collega’s en sturen zestig prominente inwoners tot buiten de stad om de ‘gravin’ alle eer te bewijzen en haar de sleutels van de stad te overhandigen. Maar ze zijn amper bij haar gearriveerd en hebben nauwelijks hun eerbetoon afgestoken als Richilde hen laat vastgrijpen en onthoofden. Als ik in mijn kronieken mag spreken over een zwarte bladzijde voor Ieper, dan zal het wel deze ongehoord criminele daad zijn. Richilde doet nu niet eens meer de moeite om nog verder naar Ieper te reizen en keer netjes terug van waar ze gekomen is.

De maat lijkt nu toch wel vol voor de Vlamingen. Deze madam verdient geen gehoorzaamheid en geen respect. Daarvoor is ze veel te boosaardig. Oproer kan de enige valabele reactie zijn om het zelfrespect van de Vlamingen enigszins gestand te houden. De Bruggelingen, Gentenaars en de Ieperlingen werpen het juk van gehoorzaamheid af. Ze sturen een brief naar Robrecht de Fries waarin ze hem omstandig op de hoogte brengen van de wrede dwingelandij van Richilde en dat ze inmiddels al heel zijn land bezet houdt. Die haast zich om met een wapenstilstand van een jaar een voorlopig einde te stellen aan zijn oorlog tegen de Friezen en snelt nu eindelijk de Vlamingen ter hulp. Hij krijgt alvast 4.000 Engelse soldaten ter beschikking van zijn zwager, de koning van Engeland. Hij belooft de mannen al van bij hun aankomst in Brugge een voorschot van vier maanden op hun soldij. Maar ondanks dat geld weigeren de Engelsen hun eed van trouw af te leggen aan Robrecht.

Beter een luis in de pot

1071. Robrecht maakt zich klaar om al van bij het jaarbegin te beginnen aan zijn Vlaamse campagne. Een onverwachte nederlaag in Leiden zorgt er echter voor dat zijn intrede er eentje is in mineur. Hij en de rest van zijn verslagen mannen arriveren vluchtend in Gent. Toch zijn de Gentenaars best blij met dat schamel leger. Beter een luis in de pot dan niets. Ze ontvangen hem met alle eer en blijdschap. Niet veel later gaat hier een algemene vergadering door met al de staten en de leden van Vlaams Vlaanderen. Het enige agendapunt is duidelijk: hoe kunnen ze samen Richilde uit het land verdrijven? Het kreng is tegen die tijd zelf al terug in actie geschoten. Zij en haar zoon Arnulf verblijven in het kasteel van Lessen. Ze ontbiedt daar al de gewapende mannen van Atrecht, Douai, Doornik, Sint-Omer, Ariën-aan-de-Leie, Bethune, Boulogne en Saint-Pol, samen met een grote menigte Henegouwers. Dat kan ze natuurlijk omdat heel Frans of Waals Vlaanderen en Henegouwen zich in haar kamp bevindt. Robrecht de Fries mag rekenen op de gewapende mannen van Brugge, Gent, Ieper, Kortrijk, Harelbeke, Cassel, Veurne-Ambacht, Sint-Winoksbergen, Broekburg, Roeselare, Torhout, Oudenburg en Aardenburg. En ook op de Engelsen kan hij alsnog beroep doen. De Vlaamse aanval op het kasteel van Lessen is meteen een voltreffer. Het bouwwerk eindigt in vuur en vlam en as. 4.000 aanhangers van Richilde schieten er het leven bij in. Zijzelf vlucht met haar resterende mannen naar Rijsel. Robrecht vertrekt na zijn overwinning naar Ieper om er de nodige versterkingswerken te laten uitvoeren. Een revanche van Richilde valt absoluut te verwachten.

Richilde zoekt vanuit Rijsel om hulp bij de Franse koning en stuurt hem 30.000 gulden om zijn soldaten te vergoeden. Voor de Vlamingen heeft ze ondertussen al wat anders in petto. Ze wil best met hen overeenkomen om Vlaanderen te besturen in afwachting van de volwassenheid van haar zoon Arnulf. En ze wil daarbij zeker de spons vegen over wat de Vlamingen haar misdaan hebben. Het enige wat ze van hen vraagt is een bepaalde som jaargeld om haar verplichtingen te kunnen uitvoeren. Ze nodigt daarbij 360 belangrijke Vlamingen uit, 60 uit Gent, Brugge en Ieper en nog eens 180 uit de diverse kasselrijen. Ik vraag me af welke Vlaming haar nog kan geloven na de executie van de Ieperse delegatie enkele maanden geleden. Je mag ze inderdaad niet vertrouwen! Deze dame is zo vals en achterbaks als de pest. Wraak wil ze! Wraak omdat de Vlamingen Robrecht de Fries om hulp hebben verzocht. Haar enig doel is om de 360 uitgenodigde Vlamingen binnen de gesloten stadspoorten van Rijsel te liquideren. Van zodra ze de namen van haar gasten in haar bezit heeft, regelt ze het dat die per tien of per twaalf in diverse hotels en herbergen te slapen gelegd zullen worden zodat ze gemakkelijk gedood kunnen worden.

Gerard De Buck behoedt de Vlamingen

Gelukkig is er Gerard De Buck, de kastelein van Rijsel die beseft wat Richilde hier in zijn stad van plan is. Voor hem is dit ontoelaatbaar. Hij stuurt bodes naar de diverse Vlaamse steden en informeert hen zo over haar snode plannen. Ze zouden beter per afgevaardigde nog drie of vier extra kloeke knechten meesturen welke onder hun kleren sterk bewapend moeten zijn. En dat ze beter zouden wachten om Rijsel binnen te komen tot rond de middag, het tijdstip wanneer ze effectief in gesprek zullen gaan met Richilde. Ook Robrecht de Fries wordt bij de plannen betrokken. Hij regelt vanuit Ieper dat alle afgevaardigden op een bepaald moment met de hoorns ten teken van aanval moeten blazen terwijl Rijsel dan al zal ingesloten zijn door zowat 10.000 van zijn soldaten. Al die plannen worden op de gestelde dag stipt uitgevoerd. De 360 afgevaardigden en hun ‘knechten’ stappen kort na de middag binnen in Rijsel terwijl Robrecht zich met zijn soldaten verschuilt in het bos, op de plaats waar nu de abdij van Marquette te vinden is. De Vlaamse afgevaardigden zijn amper binnengekomen te Rijsel als de stadspoorten al dichtgaan. De kastelein had warempel gelijk. Richilde laat al de namen van haar gasten noteren en laat ze inderdaad in groepjes van een man of tien naar hun hotels leiden. Met de niet mis te verstane boodschap dat wie zich in de stad begeeft voor dat hij bij haar ontboden wordt dat met de doodstraf zal bekopen. Rond de avond krijgt de Gentse delegatie het bezoek van Richildes kanselier de Mailly. De afgevaardigden zijn aan het eten en mogen daar direct mee ophouden. De Fransman verwijt hen de aanval op Lessen en de dood van veel Picardiërs en Henegouwers. ‘Stop maar met eten’, eist hij, ‘jullie magen zullen niet eens de tijd krijgen om het voedsel verder te verteren!’. Hij toont hen demonstratief de touwen en de stroppen waarmee ze buiten de ramen van hun hotel zullen opgehangen worden.

Voor de knechten is het dringend tijd om de hoorns te blazen, een actie die de Vlamingen in de omringende hotels overnemen. Het hoorngeschal weergalmt weldra over de hele stad, ze blazen verzamelen. De Vlamingen gaan vervolgens in bende naar het bewust hotel van de Gentenaars. De Mailly en zijn volk bekopen hun doodsbedreigingen nu zelf met de dood. De Vlamingen rukken nu op naar het kasteel. Gerard De Buck aarzelt niet om hen binnen te laten zodat ze zich daar kunnen verschansen tegen het geweld van een uitzinnige gravin. Richilde en zoon Arnulf beginnen al de volgende morgen aan een bestorming van de burcht. Hun leger geraakt er echter met geen voet binnen. De Vlamingen bieden er immers hardnekkig weerstand. Meer zelfs; Robrecht de Fries heeft de schetterende trompetten gehoord en maakt korte metten met de vijand buiten de Rijselse stadsmuren. Als de Vlamingen op hun beurt nog een geslaagde uitbraak wagen in hun kasteel en de stadspoorten openzetten ziet het er benard uit voor Richilde. Robrecht dringt binnen in Rijsel. Richilde en Arnulf kunnen maar net ontkomen aan de Vlaamse invasie en vluchten halsoverkop tot bij de koning van Frankrijk. Ze vinden er een luisterend oor om mee te helpen aan de weerspannigheid van Vlaanderen, Philippe mobiliseert op korte tijd een omvangrijk leger dat in de aanwezigheid van de bijna voltallige Franse adel oprukt in de richting van de Vlaamse grenzen.

Een intense haat tegen deze vreselijke Richilde 

Robrecht de Fries heeft ondertussen natuurlijk niet stilgezeten. Hij voorziet de steden Rijsel, Veurne, Sint-Winoksbergen, Broekburg en Ieper van stevige garnizoenen geleid door trouwe kapiteinen. Zelf trekt hij met bendes Hollanders, Friezen en Engelsen naar de stad Cassel. Met de hulp van de lokale baljuw Bonifacius laat hij het lokale kasteel verder versterken. Robrecht verzoekt om onderstand aan de diverse steden die zijn land rijk is. Ze zorgen allemaal samen voor 16.000 mannen, weliswaar een bescheiden krijgsmacht in vergelijking met het immens Frans leger dat zich heeft aangesloten bij Richilde. Het zal voor de manschappen van Robrecht de Fries allerminst een sinecure zijn om stand te houden tegen deze overmacht. Gelukkig is hij al ervaren in de zwaarste oorlogen en kan hij rekenen op zijn medestanders die allemaal drijven op een intense haat tegen deze vreselijke Richilde.

22 februari 1071. Van zodra ze het Frans-Henegouws leger gewaar worden stellen die van ons zich op in verspreide slagorde. Met vooraan de lichtbewapende manschappen en de boogschutters, achteraan ingedekt door stevig bewapende Friezen, Duitsers en Vlamingen. De ruiters nemen beide flanken voor hun rekening. Robrecht leidt de cavalerie aan de rechterzijde. Zijn peptalk aan het adres van Richilde, gevoed door de minachting voor haar onervaren zoon Arnulf drijven de Vlaamse woede ten top. Bij het naderen van Cassel krijgen de Fransen niet eens de tijd om hun kamp op te slaan. Vermoeid van hun tocht krijgen ze al meteen te maken met het oprukkend leger van Robrecht de Fries. De vijand is trouwens zo hautain in zijn overmoed en overwicht dat de aanvoerders het niet eens nodig vinden om zich in hun gevechtsposities of gewenste slagorde op te stellen. Ze trekken met wilde en woeste gebaren op de Vlamingen af en beginnen zo aan een uiterst bloedige veldslag. Plaats van het gebeuren: de voet van de Casselberg. Van beide kanten vechten de strijders met een ongekende furie en colère. De van de berg aflopende Vlaamse ruiters zorgen voor een grote ravage bij de Fransen. Richilde staat best wel haar mannetje tussen haar eigen soldaten. Uiteindelijk na een strijd met veel wisselende gezichten moet het Frans-Henegouws leger wijken en vluchten. De Vlamingen slagen er in om Richilde bij de kraag te vatten. Ongelukkig genoeg ondergaat Robrecht de Fries een identiek lot als hij zich te ver waagt bij de achtervolging van de vluchtende Franse koning en raakt hij gevangen in Sint-Omer. Beide kampen hoeven niet lang te treuren om hun gevangengenomen leiders. Nog diezelfde dag leveren ze Richilde uit aan die van Bergen terwijl de Fransen onze Robrecht overleveren aan zijn eigen volk.

Het water in de grachten kleurt rood

23 februari 1071. Zowel Richilde als Robrecht zitten nu natuurlijk met een bepaalde gêne, een kater dat ze er persoonlijk niet bij waren om de slag af te ronden. Al in de vroegte geraken hun beide legers opnieuw slaags. Een handgemeen dat ontaardt in een even vreselijk bloedbad als gisteren. Dit keer zijn het de Fransen die aanvankelijk de overhand hebben en de rechtervleugel van de Vlamingen terugdringen tot aan de stadsmuren van Cassel. Tot Robrecht de Fries de Fransen kan terugdringen. Aan de overzijde krijgt Richilde een dikke nederlaag aangesmeerd. Haar derde echtgenoot, de Normandisch-Engelse edelman Willem Osbern en haar Franse opstoker de Coucy vallen dood neer aan haar zijde. Haar zoon Arnulf, pas zeventien, vecht dapper maar krijgt een Vlaamse ridderzwaard door zijn torso gepriemd en eindigt daardoor zijn leven. Dat is ook het geval voor 22.000 Franse en Henegouwse soldaten. Historicus Despars beweert zelfs dat er nog 20.000 meer zijn. Het water in de omliggende beken en grachten kleurt rood van het bloed. Koning Philippe vlucht naar Vitry en Richilde doet hetzelfde naar Henegouwen. Ze laat daarbij haar ontredderd leger in de grootste wanorde achter, ten prooi aan de zegevierende Vlamingen. Heel wat Franse edelen komen als krijgsgevangen terecht in Vlaamse gevangenissen…

Van zodra de soldaten het nieuws van Arnulfs dood vernemen roepen de edelen en de krijgslieden prompt hun aanvoerder Robrecht de Fries uit als hun nieuwe graaf van Vlaanderen. Een verbitterde Richilde stuurt onmiddellijk afgevaardigden naar koning Philippe dat de troonsbestijging van haar schoonbroer een misdaad is omdat haar tweede zoon Boudewijn van Henegouwen nu automatisch de opvolger moet worden. Ze heeft daar in principe een punt! De koning van Frankrijk beseft hoe verdomd moeilijk het zal zijn om Robrecht met de wapens van zijn titel te houden en beslist om toch maar eerst eens te onderhandelen met de Fries. Hij nodigt hem uit tot een gesprek in Parijs en biedt hem daarvoor een vrijgeleide aan. Robrecht vertrouwt het zaakje niet helemaal en antwoordt dat hij met plezier manschap zal afleggen aan de Franse kroon, maar hij vraagt of de koning niet tot in Rijsel zou willen komen. De Fransman beschouwt die vraag als een regelrecht affront. Dergelijke onbescheiden vragen behoren nu eenmaal niet tot de etiquette van het Franse hof. Die Vlamingen zijn zo onhoffelijk als de pest! Als het zo zit dan zullen de wapens nog maar eens moeten spreken. Hij verzamelt een leger van (alweer) 72.000 mannen en slaat zijn kamp op in Vitry, niet zo ver van de grens met Vlaanderen. De jeugdige Boudewijn van Henegouwen, hij moet dan een jaar of vijftien zijn, rept zich tot bij de Franse monarch om er manschap af te leggen als graaf van Vlaanderen. Philippe gaat er op in. Voor Robrecht de Fries is dat best een probleem. Gelukkig heeft hij ondertussen al enkele bondgenoten in Frankrijk, zo bijvoorbeeld de kanselier van Frankrijk en diens broer de graaf van Boulogne die Robrecht duidelijk verkiezen boven deze verraderlijke Richilde en dat deze oorlog en inzet van Franse lieden zijn keuze niet waard is, vooral omdat Boudewijn ook sterk Duitsgezind blijkt te zijn.

De dodenhaag

De Franse koning lijkt te zwichten voor zijn adviseurs en trouwt om te beginnen al met Robrechts stiefdochter Bertha van Holland. Het is natuurlijk een ander paar mouwen om de aanstelling van Boudewijn tot graaf van Vlaanderen te herzien. Richilde denkt er nog niet aan om af te zien van haar rechten. De Henegouwse gravin zoekt en vindt steun in Luik. Bisschop Theoduinus stuurt haar de nodige hulpbenden en ook uit Neder-Lotharingen krijgt ze manschappen ter beschikking. De graven van Leuven, Namen, Chiny, Montaigu en Clairmont regelen dat in het jaar 1072. Robrecht de Fries wacht niet op een aanval en trekt met zijn geoefende strijders Henegouwen binnen tot aan Broqueroie, een plaats in de buurt van Bergen. Zijn bondgenoten richten daar een vreselijke slachting aan, zo erg doordrongen van bloed dat de plek voor altijd de bijnaam van ‘La Haie des Morts’ zal genoemd worden. De ‘dodenhaag’. Na dat beulenwerk verwoesten Robrecht en zijn mannen zowat het hele land tussen Bergen en Valenciennes en veroveren de Vlamingen zelfs het kasteel van Varrechin aan de Schelde. Een ideaal steunpunt om Henegouwen te controleren. Zijn neef Boudewijn van Henegouwen slaagt er echter in om met een list zijn versterking te heroveren.

De oorlog tussen Vlaanderen en Henegouwen zal nog jaren aanslepen. Grote veldslagen blijven echter uit. Er is wel voortdurend sprake van overvallen en schermutselingen. Roofpartijen zijn aan de orde van de dag, een aanhoudende strijd die de gemoederen aan weerszijden verwildert. In Henegouwen proberen de baronnen te breken met Richilde en Boudewijn en met Vlaanderen is het al even erg gesteld. Het leven gaat hoe dan ook verder. Vlaanderen heeft nu op zijn minst de graaf die het wenste. Robrecht de Fries is vanaf 1071-1072 eindelijk benoemd tot officiële graaf van Vlaanderen. Al van bij zijn aantreden laat hij veel kerken bouwen ter ere van de heilige Petrus. Zogezegd omdat hij op diens feestdag zijn grootste overwinning op de vijand heeft behaald. Een belangrijkere reden zal vermoedelijk wel de druk van de paus van Rome zijn. Een soort schuldbekentenis omdat zijn neef Arnulf gedood werd tijdens deze oorlog. Het komt er op neer dat Robrecht zijn zieltje wit wil wassen en dat hij met de bouw van die kerken zijn hemel kan verdienen. Of dat inderdaad zal lukken weet ik niet. Wel weet ik dat er op een jaar of tien tijd een dertigtal Sint-Pieterskerken bijkomen in Vlaanderen. De eerste en de schoonste kerk is die van Cassel. Ze zal bediend worden door twintig kanunniken. De kerk van Torhout krijgt er tien. Pieter krijgt verder nog kerken in Brugge, Ieper, Hulst, Sint-Winoksbergen, Oostende, Oostkamp, Tielt, Merelbeke, Maldegem, Zwijnaarde en op andere plaatsen.

Oorlog voeren heeft geen zin meer

In 1076 sterven heel wat dieren en mensen door de bittere winterkoude. De strenge vorst begint op 1 november 1076 en eindigt pas op 16 april van het volgende jaar. Nog voor het uitbreken van de winter boekt Robrecht een overwinning tegen zijn neef Boudewijn van Henegouwen. Die laatste beseft dat oorlogen geen zin meer heeft. Dankzij de tussenkomst van de bisschop van Luik komt het nu eindelijk tot een vredesregeling tussen beiden. Robrecht krijgt nu officieel het graafschap van Vlaanderen en zal voortaan jaarlijks een soort van schadeloosstelling betalen aan Richilde en Boudewijn. Boudewijn blijft in het bezit van Henegouwen en krijgt er de regio van Douai bij. Het voornaamste is wel dat Richilde zich nu volledig terugtrekt en de politiek overlaat aan haar zoon. Dat zullen ze in Vlaanderen best een schone zaak vinden. Graaf Robrecht wil Vlaanderen nog meer verankeren door weer op goede voet te komen met de keizer van Duitsland en een nieuw verbond te maken met de koning van Frankrijk. Nu zijn Vlaams bezit goed geconsolideerd is, kan hij zich nu eindelijk weer focussen op Holland. Hij kan dat land bevrijden uit de handen van zijn vijanden, hoewel dit met vallen en opstaan gebeurt. Zoals de lezer weet is Holland het erfdeel van zijn vrouw Geertruide van Saksen met wie hij nu al twaalf jaar getrouwd is. Na de bevrijding van Holland komt graaf Diederik, de zoon van Geertruide nu aan de macht en kan Robrecht de Fries zich nu met gerust gemoed verder concentreren op Vlaanderen.

De geschiedenisboeken van Vlaanderen hebben bepaald niet veel aandacht voor deze Geertruide. Hoewel de toekomst van Vlaanderen en Holland in haar buik groeit. Van haar eerste man Floris I van Holland verwekt ze onder andere Dirk (of Diederik) V van Holland. Haar dochter Bertha zal tussen 1072 en 1092 getrouwd zijn met de koning van Frankrijk. En dan zijn er natuurlijk nog de kinderen die ze baart dankzij Robrecht de Fries. Hun eerste kind is een dochter: Adela van Vlaanderen (°1064) die trouwt met Knoet IV van Denemarken. Adela’s zoon Karel de Goede zal op termijn een legendarische rol spelen in onze vaderlandse geschiedenis. Robrecht de Fries en zijn Geertruide verwelkomen hun oudste zoon Robrecht II van Jeruzalem in 1065. Die zal op termijn zijn vader opvolgen als graaf van Vlaanderen. Later zal Geertruide ook nog het leven schenken aan Filips van Lo en aan Gertrudis van Vlaanderen (°1080). Ook Filips en Gertrudis zullen belangrijke figuren worden, eerstgenoemde zal de vader worden van Willem van Lo (of van Ieper) terwijl Gertrudis tijdens haar tweede huwelijk het leven zal schenken aan onze toekomstige graaf Dirk van de Elzas.

Uit deel 9 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ (verschijnt einde 2019)

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *