De elite van de Menapiërs leeft het liefst op de strategische versterkte heuvels van ondermeer […]
In het jaar 1119 verklaart Lodewijk de Dikke de oorlog aan koning Hendrik I van […]
Boudewijn VII met de bijl of graaf Apken (1111). 18 jaar is hij als hij […]
Oostelijk gelegen van het laaggelegen moerasgebied van Ieper en Zillebeke doemen de dichtbeboste heuvels van […]
April 1915. Op zekere afstand gelegen van Ieper bevond zich Roeselare. Het vroeger zo weelderig […]
Zondag 5 oktober 1578. Al van in de vroegte trekt er heel wat volk naar […]
Honderdzeventig jaar geleden, in 1798, werd het woelig in de streek. Reeds vier jaar leefde men toen onder de druk van commissarissen en sansculotten, de kerken waren gesloten en de godsdienstbeoefening verboden, de jonge mannen moesten dienst nemen in het Franse leger.
15 april 1437. Terwijl de situatie wat onduidelijk is in Brugge breekt nu oproer uit in Gent. De Gentenaars die het beleg van Calais hebben getorpedeerd zijn nog altijd kop van jut bij hun stadsbestuur.
In vroegere tijden was het ‘Familieboek’ in ieder gezin de geestelijke bron waaruit sterkte voor het dagelijks bestaan werd geput en waaruit de fierheid straalde om het eigen familiebezit.
In de hoge oudheid in het uitgestrekte ‘Vlaamse Woud’ verscholen, was Roeselare’s bodem grotendeels met bos bedekt. Vanaf de 12de eeuw werd de ontbossing overal ijverig doorgevoerd, en ook toen moeten er uit Roeselare verschillende bossen verdwenen zijn.
In 1070 komt er vrij bruusk een einde aan het leven van Boudewijn van Bergen. De graaf krijgt te maken met een zware ziekte die zijn geneesheren voor een voldongen feit stelt.
De volksverhalen worden gemeenzaam in drie verschillende groepen ingedeeld: de sprookjes, de sagen en de […]
Woensdag, 1 juli om 7 uren ’s morgens, heeft Karel-Lodewijk Kastelyn, te Ieper, de schelmstukken geboet voor dewelke hij door het assisenhof van West-Vlaanderen was ter dood veroordeeld geworden.
Vlaanderen was aan het einde van de 9de eeuw tot het einde van de 18de eeuw een graafschap, waarvan het grondgebied thans gedeeltelijk tot België, Nederland en Frankrijk behoort. Het was verdeeld in ‘Kroonvlaanderen’, en ‘Rijksvlaanderen’. Eerstgenoemde omvatte ‘Vlaams-Vlaanderen’ en ‘Waals-Vlaanderen’.
18 april 1579. Al bijna drie weken niet meer geschreven in mijn dagboek. Privé had ik wel wat verwikkelingen te verwerken maar dat gaat jullie geen barst aan. Dat is iets tussen Lizelot en mijzelf.
Het volksonderwijs, door Karel de Grote ingericht, was reeds in de 9de eeuw in de handen van de kerk overgegaan, terwijl het door de burgerlijke overheid veronachtzaamd werd. Zo staat de oudste Roeselaarse volksschool, die voor de eerste maal in 1152 wordt vermeld, onder het oppertoezicht van de abt van Zonnebeke.
Naast de handel aan huis, heeft te Roeselare in alle tijden ook een bloeiende leurhandel bestaan, waarbij de koopwaar langs de straat, van huis tot huis, werd aangeboden. Blijkens het ‘Register Protocol’ werden de huizen in de 18de eeuw door tientallen rondventers bezocht.
Het woord ‘goed’ is hier zoveel te zeggen als heerlijk slot of burcht. Verscheidene burchten, met ophaalbrug en twee- of driedubbele walling, bestonden hier vroeger. Enige werden ten onder geholpen door de Bortoenen, in 1382, de meeste hoop door de geuzen in de tweede helft van de 16de eeuw, en de twee laatste, te weten het kasteel Ter Beke of Rattekasteel en de burcht van Jeruzalem, zijn met de Franse Revolutie verdwenen.
Zelden gebeurt het dat een Roeselaars handelsmens niet op zijn zaken past, dat hij ‘strontaffairens doet’, dat hij ‘mê z’n gat vul schulden zit’, dat hij ‘van ponte tuut stronte’ gaat, dat hij moet ‘uutscheen van krotte’, dat hij ‘gene roste cent’ meer heeft, en dat hij ‘gereneweerd’ is.
Sinds aloude tijden is de weefnijverheid de voornaamste bron van welvaart voor de bevolking van de Roeselaarse binnenstad geweest. In de hoge middeleeuwen was de lakennijverheid in het schependom de spil waarrond zich de economische bedrijvigheid van gilden (koopliedenverenigingen) en ambachten (handwerkersverenigingen) bewoog.
In het oude Roeselare was het voor eenieder plicht de straten en wegen rein en ongeschonden te bewaren, en door de stadsmagistraat waren, te dien einde, strenge verordeningen uitgevaardigd
Roeselare. Vanaf de oudste tijden stonden de grote huizenagglomeraties als ‘wijken’ bekend, terwijl de ‘gehuchten’ de kleinere woninggroepen omvatten.
De Samenwerkende Bouwmaatschappij ‘De Mandel’, in 1920 gesticht, bouwde 337 werkmanswoningen op het Mandelkwartier (gezegd ‘Nieuw Kwartier’), herbouwde en herstelde de vernielde huizen op de Vredewijk en in andere straten, bond de strijd aan tegen de ‘krotwoningen’, en richtte een groep ouderlingenhuisjes op het zuidelijk uiteinde van de Mandellaan op.
In de middeleeuwen waren alle binnen het Roeselaarse schependom geboren poorterskinderen van nature ‘poorters’ of burgers van de ‘poort’ of ‘stad’ Roeselare: ‘alle kinderen van poorters ofte poorterssen der voornomde stede zoo wel ghetraude als bastaerde syn gehouden voor poorters’.
Er waren destijds, zo zegde men, 700 superstitiën! Bad men dagelijks het ‘Gebed van Keizer […]
Mens! Welk een weelde van kramen en -venters. Stoffen met gehele hopen: ‘ Drie ellen voor nen frank’ – Kramen met stokvis, rogge en haring: ‘Verse vis, verse geernaarts … ‘ – ’n Tapijt uitgespreid op de grond, met ’n hele vracht sigaren: Vijftig frank voor nen bak! Vijf en veertig! Veertig! Vijf en dertig frank!
In de gemeente Alveringem werd een man die iets kon in de kamer van een vrouw, die door de mare bereden werd, binnengeroepen. Hij nam een handvol droog zand, sprak enige woorden en wierp het zand in de lucht en overal in het rond onder de tafel, de stoelen, de kasten, in ieder hoekje.