banner
feb 4, 2025
206 Views
Reacties uitgeschakeld voor De Erembalden van Veurne

De Erembalden van Veurne

Written by
banner

Aanvankelijk zijn er nog eerst die verschrikkelijke voortekenen. De 15de augustus van 1124, rond het negende uur van de dag, etaleert zich een schaduw voor de zon. De inwoners kijken verbijsterd naar de hemel. Eerst beperkt de schaduw zich nog tot de rechterkant van de zon en lijkt het land veranderd in een spookachtig theater. Maar gaandeweg overvalt een bevreemdende en angstaanjagende duisternis het hele landschap en wordt het hele oppervlak van de zon bedekt door deze schimmige schaduw.’

‘Het is een onheilspellende voorbode van ongeluk’ orakelen onheilsboden. Ze houden de vrede in de gaten en ze beseffen maar al te goed dat het er niet altijd zo rechtzinnig aan toe gaat hier in dit Vlaanderen. Het mirakel dat zich voor ieders ogen afspeelt, is wel een teken aan de wand voor iedereen. Meesters en dienaars zijn gelijk voor de wetten van God. De voorspellers verwijzen naar psalm 104: ‘Hij riep een hongersnood over het land af en vernietigde elke voorraad brood.’

Korte tijd later vervult de profetie zich. Niemand kan zich nog op een normale manier in zijn of haar levensonderhoud voorzien. Voedsel en drank worden gehamsterd. In plaats van normaal te eten en te drinken, eten de mensen in één keer het brood dat ze normaal kunnen verorberen tijdens meerdere dagen. Als de hongersnood werkelijk zal uitbreken, dan kunnen ze er alvast aan beginnen met gevulde magen.

Galbert schetst een apocalyptisch beeld van zijn tijd. De menselijke gulzigheid en de excessen met de vruchten van de natuur zorgen er voor dat er mensen zijn die ziek zijn van indigestie terwijl er anderen zijn die verteerd worden door honger en dorst.

In deze tijd van hongersnood en dan nog in vastentijd, leven er mannen in dit land die zich enkel maar voeden met vlees. Ze leven in de buurt van Gent en dicht bij de Leie en de Schelde. Van brood op de plank is er al geen sprake meer. Hier en daar wagen enkelen zich op weg naar de steden of de kastelen. Op zoek naar brood. Soms vallen ze dood neer in het midden van de wegen, omgekomen van de honger. Zo erg is het dus al gesteld met Vlaanderen. Er wordt gesmeekt om aalmoezen. Je moet eens de lichaamskleur bekijken van de arme stakkers. Niemand zie je hier nog met een normale huidstint. Op de gezichten staan kleuren die je het best kan vergelijken met het grauw van de dood. En wie al gezond blijft, krijgt het psychisch hard te verduren met het verwerken van de ongenadige ellende van de stervenden.

De hongersnood treft geenszins de goddelozen die op dat moment al bezig zijn met hun plannen om hun graaf om het leven te brengen. De illustere Karel de Goede heeft zijn bijnaam niet zomaar gestolen. Hij probeert om zo goed en zo kwaad mogelijk de arme mensen bij te staan. Hij en zijn bedienden zorgen voor aalmoezen, genereuze giften die ze uitdelen in hun kastelen en op de plekken die hen toebehoren. Tussen de vasten en de periode van de nieuwe regens krijgen 100 arme Brugse sukkelaars dagelijks een extra groot brood toegestopt. En ook in andere kastelen wordt er voedsel uitgedeeld.

In datzelfde jaar van onheil beveelt de graaf dat iedereen die twee gemeten grond bezaait er één extra moet voorzien van erwten en bonen want die groeien snel en zo kunnen deze groentes op redelijk korte termijn de grootste noden lenigen. Ten minste als deze ingrijpende hongersnood blijft aanhouden voor de rest van het jaar.

In Gent zijn er mensen die hongerigen voor hun woningen moedwillig aan hun lot hebben overgelaten. In plaats van hen voedsel te schenken, hebben ze de sukkelaars laten sterven op de stoepen van hun huizen. Ze krijgen een smadelijke uitbrander van graaf Karel die trouwens ook het brouwen van bier verbiedt. De gerst kan beter gebruikt worden. Ook van haver, paardenvoer notabene, moet er brood gebakken worden. De armen moeten proberen in leven te blijven met een mengeling van haver en water.

Elke dag opnieuw laat de graaf brood wegdragen van zijn eigen tafel. Voldoende om meer dan honderd armen te voeden, lees ik. Ik heb zin om hierbij wat commentaar te geven. Maar is het nu al nodig om het imago van deze godvruchtige graaf beschadigen? Ik laat het zo en ga verder met het verhaal van notaris Galbert. Sinds de vastentijd houdt onze graaf zich ook bezig met de distributie van kleding voor de armen. Elke dag krijgt één sukkelaar een stel nieuwe kleren toegestopt van Karel. Een hemd, een tuniek, een dierenhuid, een kap en schoeisel en daarna spoedt hij zich naar de kerk om er te bidden en psalmen te zingen ter ere aan zijn God. Na de dagelijkse misviering aarzelt hij niet om nog verder denieren uit te delen aan de bedelaars.

De inlandse problemen van honger en voedselgebrek worden beetje bij beetje aangepakt. De gronden krijgen stilaan hun vroegere vruchtbaarheid terug. Karel beveelt dat de zolders gevuld moeten worden met fruit en met levensmiddelen. Het leven in Vlaanderen krijgt stilaan een zachtere allure. De vrome graaf wil vooral orde in zijn rijk. Hij gaat voorzichtig op zoek naar de werkelijke eigenaars en de echte gebruikers van de vele gronden doorheen zijn land.

Wie zijn hier de slaven en wie zijn de vrije mannen? We zien hem vrij vaak opduiken in vergaderingen van de vierschaar waar debatten en pleidooien gehouden rond de problematiek van de vrije mannen die absoluut niet geïnteresseerd zijn in het trieste lot van de duizenden lijfeigenen. Nochtans zijn het precies die lijfeigenen die er voor kunnen zorgen dat het land beploegd wordt. De graaf vermoeit zich om nieuw volk aan te trekken naar Vlaanderen. Zijn persoonlijke aanpak van lokale incidenten bezorgt hem niet altijd vrienden. Integendeel zelf.

Ik leer een aantal andere hoofdrolspelers kennen van het Vlaanderen van toen. Eerst en vooral is er Bertulf Erembald. Een telg van het geslacht van de Erembalden waar ik later meer zal over vertellen. De proost van het kapittel van Brugge en de persoonlijke kanselier van de graaf. Het grondgebied van Brugge is integraal eigendom van de graaf van Vlaanderen en dus is proost Bertulf een ondergeschikte van Karel. Net zoals zijn broer Désiré Haket die kasteelheer is van Brugge. Beiden hebben sleutelposten weten te bemachtigen in het graafschap van Vlaanderen. In hun zog nestelen zich nog een aantal neven met als voornaamste figuren Bosschaert, Albert en Robrecht. Je mag ze gerust nieuwe adel noemen.

De oude Veurnse familie heeft het, ondanks zijn horige status, ver geschopt in Brugge en heeft maar één agenda: middelen vinden om zich vrij te maken en niet langer ondergeschikten te zijn van de graaf. Het is de ideale manier om zelf de touwtjes in handen te nemen in het domein Brugge.

Bertulf sluit een deal met enkele ridders, want daar hangt de klepel van de onafhankelijkheid. Hij heeft enkele nichtjes opgevoed bij zich thuis en die worden nu uitgehuwelijkt aan enkele jonge snaken van ridders. Het is de ideale manier om voor zichzelf en voor zijn familie een status van ‘vrije mensen’ te verwerven. ‘La liberté séculière’ schrijft Galbert. Ik vertaal het als ‘wereldlijke vrijheid voor nieuwe rijken’.

Een nieuw soort ‘selfmade’ mannen, met pakken geld en met veel macht steekt de oude traditionele aristocratie naar de kroon. In Vlaanderen hebben ze dat soort nog nooit gezien. De pogingen van de proost lopen dus zeker niet van een leien dakje in deze strak georganiseerde maatschappij en stoten op een hardnekkige weerstand bij de adel.

Dit is een fragment uit Boek 5 van De Kronieken van de Westhoek

Article Categories:
fragment uit deel 5
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.