De hoogte van de ontworpen Ijzertoren zou circa 350 meter zijn, wat dus nog 30 meter meer is dan de Eifeltoren.
Professor Van Himbeeck ontwierp fantastisch plan voor een nieuwe Ijzertoren. Maar of hij er ooit zal komen, dat is wat anders! Nog geen beslissing getroffen.
De dynamitering van de Ijzertoren heeft reeds veel herrie veroorzaakt. Langs de gerechtelijke kant bekeken blijkt de zaak een verward net geworden waar niemand … klaar wil in zien. Men spreekt van ideologische en materiële daders, van ministers die te veel deden en gerechtelijke instanties die te weinig gedaan hebben en terwijl men hoge discussies voert zonder een stap verder te komen, blijft het puin te Diksmuide liggen als een vloek over een ongestrafte ploertendaad.
Gelukkig echter wordt er ook van heropbouw gesproken. De poort staat er, opgetrokken uit puinbrokken. De regering stelt kredieten ter beschikking, dat is allemaal positief werk.
Voor de eerste maal wordt er nu ook met een positief plan voor heropbouw van de Ijzertoren voor de dag gekomen. Het plan in kwestie, waarvan hieronder de technische gegevens, werd opgevat en uitgewerkt door prof. Van Himbeeck van de Leuvense universiteit. De cliché’s die deze bijdrage illustreren, werden ons bereidwillig afgestaan door ‘De Vlaamse Linie’ die we danken voor de bereidwilligheid.
Toen het Leuvens studententijdschrift ‘Ons Leven’ het ontwerp Van Himbeeck voor enige maanden publiceerde werd het door sommige bladen als een studentengrap betiteld. Prof. Van Himbeeck heeft later zelfs bewezen tijdens een persconferentie dat hij het zeer ernstig meent met zijn ontwerp, hoe fantastisch het ook moge schijnen.
Van Himbeeck is burgerlijk- en mijnbouwingenieur. Hij doceert als dusdanig aan de Leuvense Almate Mater en is inzake sterkteberekeningen een zeer bevoegd specialist. Hij denkt en rekent als bouwkundige maart stelde zich niet op een aestatisch standpunt. Nochtans werd in het ontwerp het vertrouwde profiel van de vroegere Ijzertoren bewaard, hoewel de ontworpen torenhet uitzicht heeft van een vierkantige spits, bestaande uit betonnen pijlers die met hun verbindingen een vierkante spits vormen.
Ontwerp van de nieuwe Ijzertoren – cijfertaal –
De hoogte van de ontworpen toren zou circa 350 meter zijn, wat dus nog 30 meter meer is dan de Eifeltoren. Voor de grondvesten zijn 1250 palen voorzien die 20 meter lang zijn. Op deze basis wordt vervolgens gebouwd met een doorsnede van 38 meter. Dat geeft voldoende plaatsruimte om tussen de oprijzende betonnering twee autowegen aan te leggen. Een tegen de buitenwand voor het klimmen en een in de kern van de toren om te dalen. De weg die naar boven boven leidt loopt over een afstand van 5 km en heeft een hellend vlak van 6%.
De dalende weg is merkelijk korter (3.550 meter) en heeft een helling van 8,42%. De kwestie van deze beide banen lichtte de professor zelf toe met de bewering dat dergelijk klimmen en dalen geen gevoel van duizeling verwekt en dat de weg zelf door autocars kan afgelegd worden. Er is zelfs om de vijf wendingen een rustvlak voorzien.
In de kop van de toren is, zoals vroeger, de leuze A.V.V. – V.V.K. voorzien. Maar deze kop is op zich zelf reeds een heel gebouw dat maar eventjes 42 meter lang en 28 meter hoog is. Dit kruisblok zou de bezoekers gelegenheid tot rusten bieden, er zou een museum in onder gebracht worden en het panorama zou er enig zijn om te genieten. Zelfs sprak de ontwerper van de mogelijkheid er een televisiestation in onder te brengen.
Tijdens de persconferentie door de ontwerper gehouden, heeft hij ook de financiële kant van de zaak aangeraakt. De onkosten worden op 85 miljoen geraamd. Voor dergelijk bouwwerk schijnt dit bedrag nog betrekkelijk laag te zijn. Dit komt doordat al het materiaal van de eigen binnenlandse nijverheid kan komen. De bouw vergt ten andere geen onkosten van stellingen omdat geleidelijk de opgaande weg wordt aangelegd langswaar de materialen voor verdere bouw kunnen aangevoerd worden. Het metalen werkvlak, dat bij ieder betonwerk onontbeerlijk is, schuift geleidelijk mee naar boven.
Wordt het project uitgevoerd?Â
De vraag die zich nu stelt is of het project Van Himbeeck uitvoerbaar is, en … of het zal uitgevoerd worden. Praktisch lijkt dit project van deze zakelijke en goed onderlegde ingenieur uitvoerbaar. Op het eerste zicht heeft het er misschien de schijn van dat de ingenieur een verwezenlijking gaf van de symbolische Ijzertoren die op de bedevaartplakbrieven van dit jaar als een reus de poort en het puin met het heldenkruisje in zijn schaduw vangt.
Nochtans is dit project wellicht veel vroeger in zijn brein ontstaan. Louter technisch bekeken is er niets in te brengen tegen de mogelijkheid van deze verwezenlijking. Financieel schijnen er evenmin bezwaren te bestaan daar de ontwerper zeer terecht voorziet dat de bezoekers zo talrijk zullen toestromen dat zij zelf voor een geleidelijke amortisatie zullen zorgen. Men weet immers hoe de toeristen, vooral de Amerikanen en de Engelsen, er op gesteld zijn ’the biggest in the world’ te ontdekken en ook te bezichtigen. Langs die kant schijnt er dus weinig risico voor een fiasco te bestaan.
Prof. Van Himbeeck zelf ziet in zijn ontwerp de beste manier om door een origineel en machtig ontwerp een antwoord te geven op de dynamitering van de Ijzertoren. Men moet enerzijds toegeven dat dergelijke verwezenlijking zeker een fier antwoord zou zijn aan hen die de gedachtenis van onze Ijzerjongens onteerden.
Maar het vraagstuk heeft ook een ander aspect en dit komt voorzeker tot uiting in het standpunt dat tegenover het ontwerp ingenomen wordt door de Brusselse afdeling der V.O.S. die hierover een bespreking voerde tijdens de algemene vergadering van donderdag 21 juli laatstleden. De vergadering keurde, met algemene stemmen, mits één onthouding, het ontwerp van Van Himbeeck af. In de motivering heeft het dat de materialistische gevolgen van zulk een Ijzertoren doden zouden inwerken op de echte geest van de Ijzer en de geheiligde dodenvlakte te Kaaskerke nog slechts een toeristische aantrekkelijkheid zou uitmaken. Mogelijks zouden duizenden er naartoe trekken als naar een bezienswaardigheid, maar weinigen zouden het gevoel hebben dat Kaaskerke een bedevaartsoord is.
Verder ziet de vergadering van de Brussels V.O.S. reeds de mogelijkheid opdagen dat er bij dergelijke verwezenlijking zeker nevenbedrijven zullen ontstaan, die een onvermijdelijk aanhangsel vormen bij ieder toeristisch centrum. Waarlijk, zo besluit deze motivering op schampere toon, dit ware een aantrekkelijke mallemolen midden in een dodenvlakte, waar duizenden hun bloed lieten voor land en volk.
Het Bedevaartcomité dat reeds meer dan één uiteenzetting gehoord heeft door prof. Van Himbeeck, heeft nog geen beslissing getroffen. Het project in kwestie zal misschien andere bouwkundigen en ontwerpers aanzetten om ook met een voorstel voor de dag te komen. Misschien wordt er terug gebouwd zoals het vroeger was en wordt het weer een 52 meter hoge toren zoals voorheen?
Ons zit de bedoeling niet voor een of andere thesis te verdedigen, alleen wilden wij het ontwerp Van Himbeeck aan onze lezers voorstellen, een ontwerp dat zeker veel goede kanten heeft en ook schaduwzijden, zoals dit wel altijd bij ieder voorstel zal zijn.
–
Uit ‘Het Wekelijks Nieuws’ van 1951 – www.historischekranten.be –




