In Duitsland, Engeland, Schotland en Ierland bestaat nog altijd een traditie uit de tijd van de oude Kelten en de Germanen: ‘de boom van de heilige nacht’. Dat was een hulst of een dennenboom die in tegenstelling tot de andere loofbomen tijdens de winter wel zijn bladeren bleef behouden en zo het symbool was voor de komende lente en het nieuwe groen dat binnenkort zal geboren worden. Een zuivere heidense traditie die voor de christenen natuurlijk niet door de beugel kon en met heel veel gefoefel en volksverlakkerij werden de ‘nacht van het heilig licht’ en zijn symbolische boom in een ‘Jezus’ jasje gegoten. De kleine van Maria en Jozef werd plots geboren tijdens die nacht van het heilig licht en daarbij werd hulst het symbool van de doornenkroon die hij aan het kruis op zijn hoofd gezet kreeg. En de besjes kregen ook hun functie: die moesten het bloed van de gekruisigde voorstellen.
De ‘boom van de heilige nacht’ werd door de katholieke kerk verboden en geboycot. Het is pas in de 19de eeuw dat die oude boom zich transformeert tot een ‘kerstboom’. Mijn schrijver in 1844 geeft ook toe dat er in zijn tijd haast geen sprake is van de christelijke kerstboom. Het jaar en zijn maanden zijn nu voorbij. Daar houdt het zeker niet bij op. Er is ook nog zoiets als een maanjaar, ‘het jaar van de maan met zijn dertien manen’. Het getal dertien is over het algemeen niet geliefd, vooral niet sinds de invoering van het christendom, maar was wel het symbool van een jaar dat ingedeeld was in dertien manen en die naar verluidt veel, veel ouder is dan het zonnejaar die zijn ingang vond bij de krijgers.
Het maanjaar was de standaard voor de meeste Germanen en was zo diep doorgedrongen in de maatschappij dat we nu nog altijd ‘maand’ zeggen tegen onze hedendaagse maanden. De kruising tussen ‘Monat’ en ‘Mond’. ‘Nacht’ en ‘avond’ vinden hun oorsprong in het maanjaar, hoewel die aanvankelijk niet de juiste betekenis vertegenwoordigden. De almanak van de middeleeuwen stond vol met termen waarbij ‘nacht’ en ‘avond’ gekoppeld waren aan de heilige die de volgende dag zou gevierd worden. Sint-Michielsavond, Sint-Jansavond….
Historicus Schayes brengt in 1837 heel veel extra informatie rond de betekenis van de diverse manen voor onze voorouders. Hij vangt aan met nieuwe maan. De opkomende maan zorgt voor gelukkige huwelijken, ambachten en tuinbouw als die dan tenminste opstarten. Eerste kwartier: meneer Maan kijkt met plezier naar nieuwe verlovingen en wenst de verliefden alle succes toe. Tijdens het eerste kwartier dringt hij er bij de mannen op aan om hun nieuwe woningen te betrekken. Het is die heer Maan die al de jonge getrouwden aanbeveelt bij mevrouw ‘Soleil’. Volle maan en laatste kwartier. Wie zijn geld telt bij volle maan zal het zien veranderen in goud want het is zeker niet de volle maand die geld zegent. Best grappig om te zien hoe geld en goud zich in vroegere dagen tot elkaar begaven.
De maan die goed is bij zijn opkomst is integendeel zo slecht als hij vertrekt. Alles wat opgestart wordt tijdens het laatste kwartier zal achteruitgaan en verslechteren. Huwelijken afgesloten tijdens het laatste kwartier zijn geen lange duur beschoren. Heer Maan is de vrijer van dame Zea (zee). Ze komt op en gaat weg als hij dat vraagt. Slaapwandelaars zijn kinderen die geboren werden wanneer de nachtster aan de hemel scheen. Ze zijn ’s avonds en ’s nachts gelukkiger dan overdag. De ‘nachtwandelaar’ staat onder de invloed van de ‘nachtmoeder’, een fantoom die in het bezit is van kwade krachten. En ook de sterren hebben zo hun eigen betekenis. De wagen van Wodan, ‘woenswagen’ of de ‘hellewagen’ staat synoniem met de ‘Grote Beer’. Venus, de planeet van de liefde werd door onze landbewoners ‘vrouw-ster’ genoemd of ‘morgenster’.
Dit is een fragment uit boek 7 van De Kronieken van de Westhoek


