banner
apr 20, 2021
897 Views

Een plechtige communicant van 12 jaar

Written by
banner

7 augustus 1490. Er tekent zich een nieuw element af in de oorlog. De jonge graaf Filips de Schone, op dat moment een plechtige communicant van twaalf jaar, stuurt een brief naar Brugge met het bevel dat ze moeten breken met Filips van Kleef-Ravenstein of dat hen anders zware straffen te wachten staan. Ik vraag me af of de bewoners het dubbelzinnige van de situatie inzien; hun strijd is in het voordeel van Filips de Schone en het is net diezelfde figuur die nu dreigt met bestraffing als ze er niet mee ophouden.

En toch leggen ze het bevel van de jonge graaf naast zich neer. De volgende dag slaat de schrik hen om het hart als ze vernemen dat het magistraat van het Brugse Vrije in Diksmuide besliste om de vermindering van het geld dan toch door te voeren zoals dat gevraagd werd. Albrecht van Saksen mobiliseert zijn krijgsvolk ter hoogte van Oudenburg zodat een Duitse aanval niet lang meer zal uitblijven. Diezelfde 8ste augustus duiken er al 600 mannen op aan de Smedenpoort.

Brugge reageert met het aanwerven van 1.000 extra soldaten, op kosten van de stad. Vanaf 24 augustus trekken 500 rekruten er op uit om de waterloop tussen Male en Damme te blokkeren, de volgende dag zijn ze te vinden bij de kastelen ‘Ten Inconte’ en dat van Oedelem die ze in de as leggen. Op 1 september heeft Joris Picavet met toestemming van de wethouders nog eens 1.000 extra mannen aangeworven.

De nieuwelingen zetten zich op weg naar Sluis om er levensmiddelen te gaan ophalen. Ze slagen er in om terug te keren met 150 geladen wagens vol met koren, boter, kaas, vis, enzoverder. De Bruggelingen begrijpen echter dat dergelijke missies duur en risicovol zijn. Ze beslissen om de oude vaart tussen Sluis en Brugge uit te diepen om zo gemakkelijker levensmiddelen te kunnen aanvoeren. Zelfs de ballingen worden teruggeroepen om aan de slag te gaan zodat er geen gebrek aan werklieden is.

Zelfs de rijken lijden honger
23 september 1490. De ambachtslieden presenteren zich gewapend op de markt, elk onder zijn standaard zoals ze dat gewoon zijn. Joris Picavet vertrekt tijdens de nacht van de 25ste met 3.000 voetgangers en 100 ruiters naar het kasteel van Varsenare met de bedoeling om de sterkte te bestormen en te veroveren. De Duitsers die net onderweg zijn van Oudenburg naar Lissewege laten hen betijen maar vallen wel de Brugse militie van Ingelram Hauweel aan.

Naast enkele dode Bruggelingen nemen ze 50 van hen gevangen. Ondertussen is de schaarsheid van levensmiddelen zo groot dat zelfs de rijken honger lijden terwijl de arme mensen bezwijken door gebrek aan eten. Veel vrouwen die met eetwaren naar de markt komen worden door de Duitsers op de meeste verschrikkelijke manieren mishandeld. De graaf van Nassau gebiedt nu zelfs dat al diegenen die zich met voedsel naar Brugge riskeren gedood moeten worden als ze tenminste geen groot rantsoen kunnen betalen.

2 oktober 1490. De Bruggelingen zit nu toch wel echt op het tandvlees. De hongersnood dwingt hen om gezanten naar Engelbert van Nassau in Aalst te sturen met een verzoek om vrede. Ze krijgen er amper gehoor, hij laat de Bruggelingen zeker nog 12 dagen ‘chambreren’ vooraleer hij een datum bepaalt wanneer er eens met hen en met Filips van Kleef-Ravenstein kan gepraat worden. De reden van zijn talmen is niet ver te zoeken; hij verwacht elk moment nieuwe hulptroepen uit Brabant. Als die versterking er eindelijk aankomt verhuist Engelbert naar Damme en eist hij dat de Bruggelingen per direct de munt moeten devalueren zoals dat al gebeurd is in Ieper en het Vrije.

Als ze dat niet doen zullen de zwaarden en het vuur aan het woord komen. De bevolking schrikt nog maar een keer op. Joris Picavet moedigt de Bruggelingen aan om zich tot het uiterste te verdedigen. De graaf van Nassau die vaststelt dat zijn dreigementen ook deze keer niet helpen, geeft aan zijn volk de permissie om her en der toe te slaan en kwaad te bedrijven zoveel ze maar willen. Op 7 oktober bestormen de Duitsers dan ook het kasteel Ten Berghe van Jacob Despars in Koolkerke. De mannen die de vesting verdedigen geven zich na een tijd over maar ze kunnen niet voorkomen dat de hele bezetting om het leven gebracht wordt. Ook het Schottekasteel gaat op in de vlammen.

Uit Deel 9 van ‘De Kronieken van de Westhoek – het Oud Verhaal van Vlaanderen –

Article Tags:
· · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *