banner
sep 21, 2019
1845 Views

Grote kak

Written by

Een boer had eens warmoes gegeten
waardoor hij kreeg grote kak,
en nu zijnde neergezeten
in het kakhuis met gemak,

banner

Na de story van Manten Kalle gisteren, vandaag nog een toemaatje met een flinke geur.. Lees maar…

Anno 1678, op de derde zondag van september, gaf op de prijsdag, in de gulden kamer van Maria van Alsemberge binnen Ieper, de wijsheid, anders gezegd ‘het zot van de gilde’, voor alleman een schone prijs te winnen, bestaande uit een roze tinnen soepkom, wegende in tin omtrent de zeven pond zwaar en dat voor al diegenen die op diezelfde dag in de gulden kamer van Maria van Alsemberge zouden bij de memorie daar zouden opzeggen het allerkluchtigste gedicht in ’t zotte, behoudens dat ze na het opzeggen hetzelfde gedicht in geschrift zouden overleveren aan de eed van de gilde om volgens hun oordeel daarna besproken te worden aan wie de gezeide prijs ze rechtvaardig zouden toekennen. Onze menigvuldige andere kluchtige gedichten heeft een zekere Joannes Ceriez, gildebroeder van de Sint-Anna gilde dit hiervolgend kluchtdicht aldaar opgezegd en daarmee de gezeide prijs gewonnen:

Kluchtdicht

Een boer had eens warmoes gegeten
waardoor hij kreeg grote kak,
en nu zijnde neergezeten
in het kakhuis met gemak,
dacht hij, moest ik eiers leggen
ik ware morbleu haast een rijke man
ik zou het aan alle mensen zeggen
wat ik met mijn eisgat kan,
op die hoop stelt hem aan ’t stenen
als een kip die eiers legt
boog hem ginds en dan maar henen
om te lossen zijne vregt

Maar daar schoot hem eerst van onder
uit zijn krom gebogen gat,
een krak, als van de donder
hetgeen hem verlichtte wat
Dan peinsde hij, ‘k zal gaan beginnen
deze scheet was maar zijn grei,
want na het kakelen der hinnen
volgt gemeenlijk het ei

Dan scheet hij daar zo’n eiers
dat een pander haast ware vol,
maar niet goed met stekebeiers
mits die kwamen uit een hol
zonder schalen overtrokken
Ik geloof dat op die stond
daaruit vielen zoveel brokken
dat men die amper tellen kond

Als die boer nu was gewaare
dat hij niet meer kakken moest
stond hij op, plat als een maare
want hij hadde veel gelost
Nu nieuwsgierig om te weten
of zijn mening was gegrond
dat hij eiers had gescheten
stak zijn hoofd daarin terstond

Maar zohaast hij had geroken
dat zijn eiers stonken al
heeft hij de bril fluks toegeloken
dacht dit niemand weten zal
dan heeft hij om kort te brokken
want hij stond met ’t eirsgat bloot
zijne broek eerst aangetrokken
en dan het kakhuis toegesloot

Hij is alzo naar huis getreden
met het hoofd als een muizennest
vol gepeins en niet tevreden
van zulke eiers. Dan op het lest
peinsde hij, ik en ben niet alleene
want een ieder kakken moet
rijk en arme, groot en klein
ofschoon al d’ eiers niet zijn goed

Wel, wat denkt u lieve vrienden
zoudt ge peinzen dat u op ’t land
ergens een boer kan vinden
die zo plomp is van verstand
Ik heb het nochtans horen zeggen
of het nu waar is of niet
Ik laat het daar om uit te leggen
wat aan het kakhuis al geschiedt

Ik laat de kakker dit getuigen
wanneer hij voelt kakkersnood
of hij zich niet neer moet buigen
met zijn billen beide bloot
of hij ware een grote heere
of een prins wijd befaamd,
de ene doet het zoetjes, de andere zeere,

volgens dat de nood hem praamt.

Al die kakken, prins of heren,
boer of mensen van de stad
man of vrouw moet het kakhuis eren
met zijn moedernaakte gat.
Moest het kakhuis hebben ogen
’t zou wondere dingen zien
velen zouden zijn bedrogen
en van schaamte haastig henen vlie’n

Ware dit zo, zonder verwijten,
liever zouden velen hun broek
of het rok vol beschijten
en gaan kakken in een hoek
Het en ware maar af te vagen
Doch ’t is beter al besteld
niemand kan van ’t kakhuis klagen
als hij dat op ’t eirsgat velt.

’t En zal niemand ooit verlaten
die gepraamd is in de nood,
het dient volk van alle staten
zelfs een bedelaar om brood
’t Wordt geloond ook voor zijn diensten
die het aan het eirsgat doet,
elk geeft wat, ja tot de minsten
met een nederig gemoed.

’t Ontvangt spijs die alle dagen
wordt onzienlijk gekocht
want zij komt uit ’s mensens maage
tot zijn buik is vol gebrokt
opgewollen als de padden
vol van muscus tot de boord,
velen wensen dat ze ’t hadden
want het brengt profijt nog voort.

Ge moet dit maar ondervragen
aan de maarte van het huis
hoeveel geld zij van dees dagen
heeft gemaakt van mensengruis
want de boeren die dit schuimen
hoort men roepen na die most
Hebt ge geen secreet te ruimen
want het is een lekkere kost.

Om de vruchten te doen groeien
daarmee meet de boer het land
dat wat slecht valt te besproeien
en te houden in goe’n stand
Velen rapen ’t in een pander
of een mande langs de straat
’t een valt beter als het ander
en dit meer in prijze gaat.

Daar zijnder veel boeren
die wel proeven van dit kaf,
eer zij dat naar huis toe voeren
en hun vingers likken af.
Dat zij daarom geen gebreken
die wordt van bedrog bevrijd
Wie kan van elke gunste strekken?
Ieder heeft zijn apetijt

Maar voor mij ‘k zou liever vasten
als dat ik den dezen vond
met mijn vingers zoude tasten
en zo steken in de mond
om daarop niet meer te denken
zal ik liever een glas bier
op de prins’ gezondheid drinken
en van al de broeders hier.

Finis

Uit een oude Ieperse kroniek van Pieter Martinus Ramaut

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *