5 juli 1316. Er zijn grote veranderingen op komst vanuit Frankrijk. De koninklijke ruziemaker sterft tien maanden na zijn misbaksel in de Vlaamse velden. Doodsoorzaak longontsteking maar de geruchten van vergiftiging gluren doorheen de oude geschriften. Hij laat een zwangere koningin achter. Na een kort intermezzo neemt zijn broer Filips V van Poitiers (de Lange) de teugels van Frankrijk in handen. Robrecht van Bethune probeert gebruik te maken van de nieuwe situatie om de relatie met Frankrijk te herstellen en stuurt een delegatie van afgevaardigden uit de Vlaamse gemeenten naar hem toe om te onderhandelen over een mogelijke vrede.
Hun missie slaagt maar heel gedeeltelijk. De handelsbetrekkingen kunnen hersteld worden maar de rest van de vooropgestelde maatregelen zijn te ruw en te hard voor de Vlamingen. De Franse regent eist dat de graaf van Vlaanderen zal deelnemen aan de op gang zijnde kruistocht en dat zijn zoon Robrecht van Cassel enkele opeenvolgende bedevaarten zou ondernemen naar Onze-Lieve-Vrouw van Vauvert, naar Rocamadour, naar Puy, naar Sint-Gilles in de Provence en naar Sint-Jacob van Compostella. Begin er maar aan! De kastelen van Kortrijk en Cassel moeten afgebroken worden.
De kasselrijen van Rijsel, Douai en Bethune zijn definitief Frans en mogen niet meer teruggeëist worden door de graaf. De graven van Poitiers zullen voortaan gelden als scheidsrechters in de geschillen tussen Vlaanderen en Henegouwen. De titel van graaf van Vlaanderen kan daarbij alleen maar toekomen aan de oudste zoon van Lodewijk van Nevers die moet trouwen met een dochter van de graaf van Evreux. De Vlaamse afgevaardigden laten zich na enige aarzeling misleiden, zeg maar in de zak zetten, wanneer ze deze onrealistische voorstellen accepteren. Gelukkig voor hen beletten interne Franse onlusten de uitvoering ervan.
Uiteindelijk verklaren beide partijen zich bereid om de paus als scheidsrechter te laten functioneren in hun onderling geschil. Na een meeting in Avignon blijft de kerkleider op de vlakte, een politiek antwoord kan ik wel zeggen, waardoor de Fransman zijn eisen onverstoord verder op tafel legt. Omdat Robrecht van Bethune niet opdaagt in Parijs zal op 1 september 1317 het interdict-vonnis tegen Vlaanderen worden uitgesproken. Het zal uiteindelijk nog drie jaar duren vooraleer de meningsverschillen tussen Vlaanderen en Frankrijk zullen worden bijgelegd.
April 1320. Robrecht van Bethune heeft de onderhandelingen met Frankrijk tot het uiterste getrokken. Maar nu kan hij niet langer weerstaan aan de kuiperijen van Filips de Lange. De druk van de gemeenten om eindelijk vrede te krijgen is zo groot dat ze er zelfs mee dreigen om hem af te zetten in het voordeel van zijn zoon Robrecht van Cassel. Met een ‘lang gat’ vergezelt hij een delegatie Vlamingen naar Parijs.
Bij het naderen van de poorten van Parijs krijgt het gezelschap een bericht dat de koning van Frankrijk hen tegemoet komt. Als het zover is buigt Robrecht van Bethune nederig voor de koning en laat hij die een uitgebreide speech uitspreken zonder hem te onderbreken. Lodewijk van Nevers leest de huldigingswoorden voor die zijn vader nu zelf moet gaan uitspreken in de aanwezigheid van de koning. De oude Robrecht van Bethune spreekt ze uit. Filips de Lange denkt dat hij nu eindelijk de graaf op zijn knieën heeft gekregen. Hij heeft het echter helemaal verkeerd voor.
Zijn eed van trouw is afgelegd en dat is het zowat. Wanneer de Fransen het verdrag van 1 september 1316 ter ondertekening voorleggen weigert Robrecht van Bethune te tekenen. Die definitieve afstand van Rijsel, Douai en Bethune was een voorlopige waarborg in afwachting van de betaling van boetes en de rest is er gekomen door bedrog van de raadsheren van de overleden Filips de Schone. De bijeenkomst wordt daarop verdaagd. De koning toont zich zoals verwacht bijzonder misnoegd. Hij zweert en kettert op de ziel van Filips de Schone dat de drie kasselrijen nooit of te nimmer nog naar Vlaanderen zullen terugkeren. Hij zal nog kwader worden als hij verneemt dat de graaf van Vlaanderen tijdens de daaropvolgende nacht heimelijk Parijs achtergelaten heeft en naar Vlaanderen terugkeerde.
Lodewijk van Nevers die ook zijn eed van trouw heeft afgelegd is niet bepaald gelukkig met het vertrek van zijn vader. Hij insisteert bij de afgevaardigden van de gemeenten dat ze zijn vader achterna gaan en hem terug moeten brengen naar het hof van de koning. De gedeputeerden gaan hem achterna en treffen de oude vorst aan op zowat drie uur van Parijs, in een dorp waar hij met één enkele bode en incognito de nacht doorbrengt. Daar krijgt hij de omfloerste boodschap dat hij niet anders kan dan de onderhandelingen met Frankrijk verder te zetten of dat hij anders aan de kant zal gezet worden door zijn oudste zoon.
Robrecht van Bethune buigt het hoofd en zwijgt. Enkele dagen later, op 5 mei 1320 bekrachtigt hij finaal het verdrag van 1316. Hij krijgt nog een andere bittere pil te slikken. Zijn eigen kleinzoon (de zoon van Lodewijk van Nevers) trouwt met de kleindochter (de achtjarige Margareta van Frankrijk) van Filips de Schone, uitgerekend de man aan wie hij dat allemaal te danken heeft. Tussen Robrecht van Cassel en zijn broer Lodewijk van Nevers zal het nooit meer echt goed komen.
18 november 1321. Geschiedschrijver Nicolas Despars heeft het over een nieuwe oproer in Brugge. De drie belangrijkste ambachten nemen de wapens op, doden Jan de Mol en Jan de Mutere en trekken dan naar Damme om zich te wreken over enkele juridische beslissingen die ze als unfair beschouwen. Veel meer weet Despars niet te vertellen. Gelukkig verschijnt er in 2017 aan de universiteit van Gent een verhandeling van J. Sabbe die dieper ingaat op deze kwestie. De deal die Robrecht van Bethune noodgedwongen met de Franse koning moest sluiten, blijkt aan de basis te liggen van de rebellie.
Terwijl een meerderheid van de Vlamingen zich heeft neergelegd bij het akkoord van Parijs en er nu eindelijk weer sprake kan zijn van handel en nijverheid blijft hun eigen graaf roet in het eten gooien. Hij boycot het door hemzelf ondertekende verdrag en blijft met de voeten van de Fransen spelen. Zijn houding zorgt voor een onbehaaglijke spanning die duidelijk merkbaar is in Brugge, Ieper en Gent. Na klachten vanuit Frankrijk in maart van 1321 zijn het nota bene zijzelf die hun eigen graaf er moeten op wijzen dat hij zijn engagementen niet nakomt. Het is een pijnlijke vaststelling dat ook deze graaf het niet al te nauw neemt met wettelijke contracten.
Ook de anti-Franse houding van Robrecht van Cassel zorgt voor beroering, misnoegdheid en permanente onrust. Dat hij de Vlamingen gebruikt en misbruikt om zijn persoonlijke status in de opvolging van het graafschap te versterken is een publiek geheim. Hij steunt zijn vader in zijn anti-Franse politiek en saboteert daarmee de vrede. Zo weigert hij bijvoorbeeld om de achterstallige sommen te betalen, een kwestie die nochtans overeengekomen was. In het Brugse schepencollege beschikt Robrecht over enkele trouwe adepten terwijl de meerderheid van de schepenen en de bevolking veel liever de vrede met Frankrijk zouden willen.
Dat leidt in het voorjaar van 1321 tot een ernstige botsing tussen Brugge en Robrecht van Cassel. De zoon van de graaf wil die geest van verzet de kop indrukken. Tijdens een nachtelijke raid laat hij een van de voornaamste aanstokers oppakken. Jan Bonin, een prominente Bruggeling met een voorgeschiedenis als schepen en burgemeester, wordt in zijn woonplaats te Damme van het bed gelicht en naar Aardenburg overgebracht. Bonin verliest zijn eigendommen, moet folteringen ondergaan en wordt zonder enige vorm van proces terechtgesteld. De inwoners van Damme en Brugge krijgen niet eens de tijd om te reageren.
En blijkbaar is Robrecht van Cassel niet aan zijn proefstuk toe want hij heeft eerder al gelijkaardige toeren uitgehaald in Gent en Kortrijk, gekenmerkt door foltering en radbraking van zijn tegenstanders. De provocatie m.b.t. Jan Bonin zorgt voor hevig tumult in Brugge, maar daar maalt Robrecht van Cassel niet om. Ook hier wil hij de oppositie tegen zijn beleid breken. Hij plant een gewapende inval om de rest van zijn tegenstanders op te pakken en die te laten terechtstellen. Zijn gewapende escorte krijgt op de Brugse markt echter te maken met een massa toegestroomd volk waardoor hij zich verplicht ziet om de aftocht te blazen.
In zijn zog volgen de baljuw, de schout en de rest van de grafelijke vertegenwoordigers. Brugge ligt meteen lam. Wie zal nu de orde handhaven in de stad? De schepenen komen tot het besluit dat de vrede met Frankrijk en de stedelijke privileges gerespecteerd moeten blijven en benadrukken dat ze verder willen leven met hun graaf en hem zullen blijven respecteren. Robrecht van Bethune ziet vermoedelijk ook wel in dat zijn zoon te ver is gegaan en stuurt hem tussen mei en september van 1321 op zijn vijf bedevaarten waartoe hij contractueel verplicht werd in 1316. Zo kan hij enigszins de druk van de ketel halen en kunnen de partijen naar een oplossing zoeken voor het geschil. Daartoe richten ze in opdracht van de graaf een speciale commissie op. De schepenen van Brugge, Jan van Namen en die van Gent (Willem Utenhove en Ghiselbrecht Ruebe) en Ieper (Andries Broederlam en Pieter Peper) zullen in Damme proberen een compromis te bereiken.
23 juli 1321. Los van die commissie stelt het Brugs schepencollege een twintigtal inwoners in staat van beschuldiging. Het gaat vooral om aanhangers van Robrecht van Cassel die hem hand- en spandiensten bezorgd hebben. De meesten zijn poorters, ambachtslieden of gewezen schepenen die zich voorlopig uit Brugge hebben teruggetrokken; Jan de Mutere, Jacob de Garencoper, Jan Bachtenkist, Wouter Urbaen, Gilles van Hansbeke en Jan Scinkel. De commissie komt op 29 oktober 1321 tot een vergelijk. Het heeft de nodige tijd gevergd.
Er komt amnestie voor de Bruggelingen die de zijde van Robrecht van Cassel kozen. Maar wel op voorwaarde dat ze zullen zweren om deze keer de vrede wel te eerbiedigen. Het schenden ervan zal men de volgende keer als doodslag catalogeren. In ruil is Robrecht van Bethune bereid om de spons te vegen over al hetgeen de stad tegen hem heeft ondernomen. Lang zal de vrede helaas niet standhouden. De rechtszaak die de baljuw aanspant tegen de anti-graafgezinde poorters Gherwin Bonin en Lamsin Tolnare is in strijd met het akkoord van Damme en al zeker tegen de bestaande privileges. De herrie breekt opnieuw los en escaleert tot op het niveau van het schepencollege.
De bittere strijd om de macht tussen de voor- en de tegenstanders van graaf ontaardt begin december bij de komst van Robrecht van Cassel in een bloedig treffen voor de rechtszaal waar Bonin en Tolnare zullen berecht worden. Robrecht van Cassel muist er van onder en laat de oorlog over aan de Bruggelingen. Een meerderheid steunt de graaf en zijn zoon, Het zijn vooral wevers, volders, scheerders en enkele kleinere ambachten. Onder de tegenstanders van de graaf tref ik de veteranen Pieter de Coninck, Jan Breydel, Jan Herne en Jan van de Poele die zich samen met de ambacht van de draperie verzetten tegen de bepalingen van het verdrag van Athis. Het is tijdens dit gewapend treffen dat de wevers Jan de Mol en Jan de Mutere het leven verliezen. Beiden stonden bekend als aanhangers van Robrecht van Cassel.
4 december 1321. Robrecht van Bethune verleent toestemming aan zijn zoon om het geweld in Brugge aan te pakken. De edelen van het land krijgen de opdracht om hem hierbij te steunen. Opnieuw een dwaze zet van de graaf: hij laat Brugge over aan de wraak van zijn zoon, een diplomatieke oplossing is dus al bij voorbaat verloren. Robrecht trekt met zijn voorstanders uit de drie grote ambachten en de edelen naar Damme om de doorgang van Brugge naar het Zwin te blokkeren. Hij vraagt en krijgt daarbij de steun van die van het Brugse Vrije. De scheepvaart valt stil, er kan geen voedsel meer binnenkomen.
Dit is een fragment uit Boek 9 van De Kronieken van de Westhoek


