banner
mei 6, 2026
8 Views
Reacties uitgeschakeld voor Smullen van het Heilig Bloed

Smullen van het Heilig Bloed

Written by
banner

De aanbidding van het heilig Bloed in Brugge is met verloop van de eeuwen uitgegroeid tot een heus cultgebeuren. Vooral de al dan niet vermeende vloeibaarheid van Christus’ bloed op de jaarlijkse Goede Vrijdag wakkert de fantasie van de gelovigen aan. Tot op vandaag – 13 april 1310 – het bloed plots gestold blijkt. De chroniqueurs wijzen in de richting van lasterende woorden tijdens de zegening, of ze verwijzen naar de opheffing van de tempeliersorde door Filips de Schone. God moet echt wel kwaad zijn.

Brugse afgevaardigden krijgen paus Clemens V zo ver om de verering van het heilig Bloed met een pauselijke bulle te laten erkennen waardoor er nu een officiële vereringsdag, processie incluis wordt gecertificeerd. Robrecht van Bethune helpt het stadsbestuur en zegt toe dat die festiviteiten mogen doorgaan tijdens de jaarmarkt van mei. Meer bepaald op 3 mei van elk jaar. Die toezegging is een prima excuus om het broederschap van het heilig Bloed op te richten. 26 Brugse notabelen kiezen op de dag van de ommegang hun hoofdman die dan enkele weken de titel van proost van het heilig Bloed mag dragen.

1310. De zaken beginnen weer goed te draaien in Brugge. De vrede met Frankrijk zorgt voor een nieuwe bloei van de scheepsvaart, de ambachten en de handel. Brugge ontwikkelt een netwerk van relaties over de hele Nederlanden maar ook ver daarbuiten. Afrika, Palestina, Armenië, Tatarije (het oude Rusland) en Perzië zijn actief aanwezig in Brugge en omgekeerd.

De reeks van kruistochten hebben Vlaanderen in contact gebracht met de Italiaanse centra van Pisa, Genua en Venetië die hier hun pracht en kunst introduceren. Brugge doet er gulzig zijn voordeel bij en krijgt weldra het aura om zelf het Venetië en het Genua van het noorden te zijn. Ondanks de afstand. Want in die tijd duurt het vier maanden om de afstand tussen de Lagunen en het Zwin te overbruggen.

En toch bloeit de scheepsvaart tussen Italië en Vlaanderen. Brugge heeft zijn positie als stapelplaats van de wereldhandel voor wat betreft West-Europa de voorbije eeuwen stelselmatig opgebouwd en plukt er nu de vruchten van.

De haven van Damme, aangelegd in 1168 wordt twaalf jaar later al door de kroniekschrijvers vernoemd als de eerste zeeplaats ter wereld. Tijdens het bewind van de gravinnen Johanna en Margareta van Constantinopel zijn Lammingsvliet (het latere Sluis), Aardenburg, Sint-Anna ter Muiden en Oostburg uitgegroeid tot drukke handelsplaatsen met een bruisend verkeer van inlanders en vreemdelingen.

Brugge zelf krijgt het hoofdkantoor van de Hanze, een internationaal verbond van kooplieden. Zijn zolders en magazijnen bevatten de rijkdommen van de wereld. De handel in juwelen is nergens groter dan hier. En dat is ook het geval met de wol. Jaarlijks worden er in Brugge duizenden ladingen aangevoerd vanuit Engeland. Ook de handel in wijn is een lucratieve business: vanuit La Rochelle voeren de zeeschepen wel tot 40.000 vaten per jaar aan. In het zog van deze stomende economie ontwikkelt zich het bankwezen en het verzekeringswezen.

Brugge wordt de ‘place to be’ voor de steenrijke Lombardische bankiers. Op verzoek van de kooplieden richt Robrecht van Bethune de eerste kamer voor verzekeringen op in Brugge. Hier kan elke koopman voortaan zijn koopwaar en goederen verzekeren tegen verlies op zee mits de betaling van de nodige premies. Brugge is ongetwijfeld het middelpunt van de Vlaamse handel, in zijn slipstream gevolgd door Gent en Ieper.

De aanleg van de Lieve en de uitdieping van de Ijzer schenken hen beiden een belangrijk aandeel in de scheepvaart die Vlaanderen met vreemde gewesten verbindt. Vlaanderen en Brugge vervaardigen massale hoeveelheden linnen, laken, fluweel, zijde en tapijten. Producten van superieure kwaliteit. De wolwevers, volders en droogscheerders verenigen zich in gilden die ook gezamenlijk ten strijde trekken in het voordeel van de graaf.

De Vlaamse velden zorgen voor graan, de schepen voor koopwaar, de kuddes op de weiden zorgen voor vlees, melk en boter en de oceaan voor een stroom aan verse vis. Die Vlaamse weelde steekt de ogen van de vreemdelingen uit die hier op bezoek komen. Ik denk daarbij aan het bezoek van koningin Johanna van Navarra die het moeilijk kon pikken dat hele rijen Brugse vrouwen net zo prachtig gekleed waren als zijzelf.

Die afgunst zorgt er nog in datzelfde 1310 voor een nieuwe oorlog tussen de Avesnes en de Dampierres. Robrecht van Bethune bewapent zijn Vlamingen en Willem III van Avesnes zijn Henegouwers, dan nog ‘Hennewieren’ genoemd. De Waal rekent op de steun van de Hollanders en de Zeeuwen maar die geven verstek. Waarom de Hont, de Scheldemonding oversteken als ze nu al genoeg werk hebben om hun eigen kusten te bewaken?

Wanneer de vijandelijke legers zich te Lessen bij de Dender presenteren om met elkaar in de clinch te gaan ziet Willem III zich gedwongen om een deal te sluiten met de Vlamingen. Daardoor komt Vlaanderen in het bezit van de Zeelandse gebieden ten westen van de Schelde.

2 mei 1311. De oude kroniekschrijvers smullen van die heilig Bloed ommegang. Tijdens de namiddag rond de vespertijd verzamelen de speellieden (de pijpers) van de gilden en de ambachten zich op de treden voor de kapel van het heilig Bloed en spelen ze er enkele traditionele muziekstukken.

Vanaf 4u van de volgende morgen begint de tentoonstelling van het heilig Bloed, tijd voor eerbied en hulde van de gelovigen die er dan nog absoluut van overtuigd zijn dat ze hier werkelijk te maken hebben met het bloed van hun verlosser. Het geluid van de grote klok roept iedereen om 7u en 8u op om zich klaar te maken om volgens rang en status mee te gaan stappen met de processie.

Om 9u reinigen de bezemmakers en de stadswerkers de straten waar de ommegang voorbij moet. Om 10u laat de grote klok nog eens van zich horen. Een oproep voor de boogschutters om zich met hun vaandels en eretekens voor de halle te schikken. Al de processiegangers zijn nu op de been. De geestelijken brengen het heilig Bloed uit de kapel, de processie zet zich in het gelid, met op kop een aantal ruiters gevolgd door een muziekgenootschap van wie de leden met hun zilveren speeltuigen enkele muzikale uitvoeringen te berde brengen. En daarmee openen ze de processie.

Het is nu tijd voor de gilden en ambachten om mee te stappen. Elke gilde voorafgegaan door vier of zes van zijn eigen muzikanten. Voor die muziekspelers draagt men geflankeerd door twee vergulde kruisbeelden een met wimpels en veelkleurige linten versierde triomfkaars voorzien van de eretekens van elke respectieve gilde. Na de passage van de diverse gilden is het nu de tijd voor enkele pelgrims uitgedost in grauwe linnen kleren, gevolgd door het broederschap van het heilig Bloed die het magistraat van de stad en de geestelijkheid voorafgaan.

Uiteindelijk komt dan de onschatbare relikwie die beurtelings gedragen wordt door kerkvoogden, bisschoppen en andere leden van de hoge geestelijkheid, ik denk dan vooral aan de abten van zowat al de West-Vlaamse kloosters. De processie met het heilig Bloed sluit af met een groep toneelspelers die met enkele bedrijven het lijden van Christus visualiseren. De stoet vervolgt zijn weg langs de Breydelstraat, de Steenstraat en de Boeveriestraat tot aan het gasthuis van Sint-Juliaan waar het stadsbestuur, de gildebroeders van het heilig Bloed en enkele hoge geestelijken naar binnen gaan om aan te schuiven aan tafel voor een maaltijd die klaargemaakt werd in het rechtover gelegen gasthuis van Sint-Hubert.

Terwijl de mannen hun eten verorberen vervolgt de processie zijn weg tot buiten de Boeveriepoort. Het gaat nu langs de buitenvesting tot aan de Ezelspoort waar de groep nu weer de stad binnenkomt en zijn weg verder zet via de Claravesting tot aan de Dampoort. Hier treden de processiegangers weer buiten de stadsmuren en zetten ze hun weg verder tot aan de Katelijnepoort naar de binnenstad om via de binnenvesting weer het gasthuis van Sint-Juliaan te bereiken. Tegen die tijd hebben de prominenten hun maaltijd naar binnen gespeeld en nemen ze nu weer hun plaatsen in bij de stoet.

Het heilig Bloed wordt nu opnieuw langs de Boeveriestraat, de Steenstraat en de Breydelstraat naar zijn rustplaats gedragen. Het gezelschap bereikt de heilig Bloed kapel pas tegen de avond, zo lang is de weg die de stoet moet afleggen. En daar blijft het niet bij! De vijftiendaagse devotieperiode voorziet dagelijks een ommegang langs hetzelfde parcours, een processie die nu aanvangt om 5u, om beurten uitgevoerd door de geestelijkheid van de diverse parochiekerken, de kloosterorden, de paters predikheren, de augustijnen, de karmelieten en de recolletten. De begijnen nemen de eerste en de laatste dag voor hun rekening.

Voorjaar 1311. Lodewijk van Nevers, de oudste zoon van Robrecht van Bethune is ondertussen ook al 21 jaar. Hij heeft al evenzeer dat impulsief karakter van zijn pa. De junior kan zijn afkeer van Filips de Schone niet verstoppen. Het feit dat vader en zoon niet opdagen bij een zitting in het parlement van Parijs verslecht nog meer de relaties met Frankrijk. Een scheuring lijkt onvermijdelijk.

Lodewijk van Nevers laat voor alle zekerheid zijn kinderen weghalen uit zijn graafschap van Nevers. Want daar zijn ze volgens hem niet langer veilig en daarbij: hij wil dat zijn kinderen de taal van Pieter de Coninck spreken. Vlaams. Maar nog voor zijn kinderen de grens van Nevers willen oversteken worden ze onderschept door Franse spionnen en in verzekerde bewaring weggebracht. Dat is natuurlijk niet naar de zin van de toekomstige graaf van Vlaanderen. Hij vertrekt naar Parijs om er zijn zonen terug te eisen.

Hij beschuldigt er de Franse kroon van verraad en bestookt de koning met een stortvloed aan verwijten. De raadsheren van Filips de Schone zien hun kans schoon om de houding van Lodewijk van Nevers om te zetten in een akte van beschuldiging aan zijn adres. Majesteitsschennis, inbreuk op de vrede, schending van eden, rebellie, strafbare pogingen om onlusten op te wekken in de Vlaamse steden. Noem maar op: onze gravenzoon krijgt de boemerang van zijn agressie frontaal in zijn gezicht terug.

Hij krijgt niet eens de tijd en de mogelijkheid om zelf zijn juristen te raadplegen want hij dient zich al de volgende dag te verantwoorden voor het parlement van Filips de Schone. Daar moet hij zich moederziel alleen verdedigen tegen een nest Franse jaknikkers en het spel eindigt dat de Franse koning onze Lodewijk van Nevers laat opsluiten in een vuil en vochtig kot in Monthéry. Een verschrikkelijke plek waarvan onze troonopvolger vermoedt dat hier op deze plaats verscheidene tempeliers aan hun einde kwamen.

Lodewijk van Nevers zingt nu natuurlijk een toontje of twee lager. Zijn hoogmoed maakt plaats voor nederige verzoekschriften of ze geen betere verblijfplaats kunnen regelen voor hem. Hij zal nog een hele tijd moeten wachten en pas op het moment dat Filips de Schone denkt dat hij van hem niets meer te vrezen heeft, zal hij uit deze cel kunnen verhuizen.

Juni 1311. De graaf probeert op zijn manier af te geraken van de Franse cijnzen die zorgen voor een soort btw van acht percent (de twaalfde penning) en in die pogingen ziet Filips de Schone plots een gouden opportuniteit om de pandgeving van Rijsel, Douai en Orchies om te zetten in een definitieve overgang naar Frankrijk. Met de zoon van Robrecht van Bethune in zijn macht zit hij nu natuurlijk in een zetel om te onderhandelen.

De Fransman heeft financiële problemen en ziet in de vergroting van zijn grondgebied een ideaal scenario om extra belastingen te werven. Hij stuurt Enguerrand de Marigny naar Vlaanderen. De man is een geslepen en welbespraakte staatsman die er op korte tijd in slaagt het vertrouwen van Robrecht van Bethune te winnen. Met veel schone beloften slaagt de Franse diplomaat er in om de oude vorst over te halen tot het tekenen van een bedrag waarbij hij de drie steden in volle eigendom aan Frankrijk overdraagt in ruil voor de afschaffing van die rente van 20.000 pond.

De inkt van de ondertekende oorkonde is vermoedelijk nog niet droog als Robrecht van Bethune begint in te zien dat hij een gigantische bok geschoten heeft en dat hij door de Franse schatmeester in de zak werd gezet. Hij verklaart dat de Marigny hem misleid heeft en dat de overeenkomst van nul en generlei waarde is. Maar dat zijn natuurlijk allemaal vijgen na Pasen. Vlaanderen is Rijsel, Douai en Orchies kwijt, het Waals grensdistrict is verloren. Het verdrag van Pontoise officialiseert de overeenkomst op 11 juli 1312.

Precies tien jaar na de glorieuze Guldensporenslag is het nu aan Frankrijk om te triomferen. Graaf van Bethune is zo woedend op de geslepen Filips de Schone dat hij verstek geeft bij de opening van zijn nieuw paleis in Parijs. En een oproep van de Fransman om deel te nemen aan een kruistocht legt hij naast zich neer. De Franse koning acht het op 6 januari 1313 niet langer nodig om Lodewijk van Nevers opgesloten te houden in dat bedompt hok te Monthéry. Dat gebeurt op aandringen van een Vlaams gezelschap van abten en ridders.

Filips de Schone is hoe dan ook niet van plan om de erfgenaam van het graafschap Vlaanderen op vrije voeten te stellen. Zijn cipiers tonen zich wat minder streng en laten Lodewijk zelfs toe om het Driekoningenfeest te vieren. Daar maakt de Vlaming handig gebruik van om de plaat te poetsen, weg van Parijs. Hij slaagt er in om Gent te bereiken.

De rechterkant van de Schelde is grondgebied van de Duitse keizer en daar blijft de zoon van Robrecht van Bethune uit de greep van de Fransen. Filips de Schone eist prompt dat hij terugkeert. Lodewijk van Nevers krijgt exact zes weken de tijd om zich voor het parlement te komen verantwoorden. Als hij dat weigert zullen ze hem schuldig verklaren aan hoogverraad.

Het is niet duidelijk of het koninklijk oproepingsbevel al dan niet tot bij Lodewijk van Nevers geraakt of dat die zich gewoonweg niet zonder vrijgeleide durft aan te bieden in Parijs. Hoe dan ook: onze gravenzoon stuurt zijn kat waarop het parlement hem vervallen verklaart van al zijn rechten op het graafschap van Vlaanderen.

Wordt vervolgd …

Dit is een fragment uit Boek 9 van De Kronieken van de Westhoek – Het Oud Verhaal van Vlaanderen –

Article Categories:
fragment uit deel 9
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.