banner
apr 30, 2026
3 Views
Reacties uitgeschakeld voor Na afloop van de Guldensporenslag

Na afloop van de Guldensporenslag

Written by
banner

Daags na de strijd liggen al die lijken nog altijd op het slagveld. Een kordelier stapt naar Gwijde van Namen met het verzoek of hij Robrecht van Artesië zou mogen begraven. Hij krijgt voor antwoord dat hij dat moet vragen aan Willem van Gulik en Pieter de Coninck, het is zo meteen duidelijk hoe groot het aanzien van de Bruggeling is in de Vlaamse kwestie.

Met de Fransen verjaagd uit Vlaanderen hebben de zonen van de graaf zich nu helemaal meester gemaakt van het land. In het merendeel van onze steden zijn er geen leliaards meer overgebleven. De vreugde en de triomf voor deze legendarische overwinning wordt dik gevierd in Brugge. Dat gebeurt op 12 juli en veel jaren nadien zullen er hier op diezelfde dag nog herinneringsfeesten gehouden worden.

De feestdag van de heilige Benedictus krijgt daarmee een plezierige invulling. De zegepraal van de Vlamingen heeft inderdaad zijn impact op de situatie in Gent. De Vlaamsgezinde poorters die tot nog toe gedomineerd werden door hun Fransgezinde wethouders zinnen na de slag in Groeninge om in eigen stad revanche te nemen op de leliaards. Ze vallen binnen in hun raadkamers en woningen.

De rijke patriciërs en allen die hun macht hebben geschraagd krijgen te maken met veel Vlaamse agressie en ongecontroleerd geweld. Een afrekening die kan tellen: de volkswoede gaat pas liggen na de liquidatie van zeker 2.000 leliaards. Jan II van het hertogdom van Brabant kiest nu officieel de zijde van de Vlamingen terwijl de Henegouwers aan de andere kant hun steun aan Filips de Schone herbevestigen.

De volledige onafhankelijkheid van Vlaanderen dient nu voltooid te worden. Rijsel, al vijf jaar een van de belangrijkste bolwerken van de Franse wapenmacht in Vlaanderen, moet weer onder Vlaams bestuur komen. Gewapende poorters van Ieper en Gent geholpen door ingezetenen van het Land van Waas en van het graafschap van Aalst gaan in een beleg om Rijsel in te sluiten.

De Vlamingen installeren Jan van Vlaanderen (of van Dendermonde) die aan de zijde van Gwijde van Namen stond om de bevrijding te voltooien als nieuwe ruwaard van Vlaanderen en het is hij die de overgave van Rijsel opeist. De inname van de stad loopt niet van een leien dakje. De Rijselnaars verdedigen zich dapper, de ene na de andere aanval van de Vlamingen wordt afgeslagen en dat terwijl de inwoners zich meer en meer achter de Vlaamse zaak willen zetten. Rijsel zwicht uiteindelijk op 6 augustus 1302 wanneer de Vlamingen hen toestaan dat de Franse soldaten en de leliaards er ongedeerd mogen vertrekken.

Jan van Vlaanderen geeft nu de opdracht om naar Douai te trekken. De tweede hoofdstad van Frans Vlaanderen hoeft echter geen omsingeling noch beleg nodig. Bij de aankomst van het Vlaams leger treedt het Frans garnizoen in onderhandelingen en vertrekken de Fransen er onder dezelfde voorwaarden als die van Rijsel. Ze vervoegen hun makkers onderweg naar Picardië.

De Vlaamse soldaten profileren zich nu ook niet echt van hun schoonste zijde: het is nu hun beurt om schrik en terreur te verspreiden bij de grensbewoners. Zij moeten de houding van Filips de Schone bezuren. Van Harnes, Hénin-Liétard en andere plaatsen blijft niet veel meer over dan rokende puinhopen. En dan gaan de krijgsbenden van Jan van Vlaanderen zich focussen op het kasteel van Cassel dat al gauw in de handen van de klauwaards valt.

De Vlaamse grond is nu helemaal gezuiverd van Fransen. Met uitzondering van Dendermonde die het gezag van ruwaard Jan van Vlaanderen weigert te erkennen. Daar weerstaat de heer van Vierzon, de zoon van Godfried van Brabant maandenlang de ene aanval na de andere. Pas in de volgende winter zal Dendermonde zijn poorten openen voor de gravenzoon en pas nadat de Vlamingen er veel bloed en middelen hebben verspild.

In de lente van 1303 sluiten de Vlamingen een wapenstilstand met Frankrijk. Een akkoord dat nog enkele keren zal verlengd worden. Filips de Schone geeft eindelijk de toelating aan de oude Gwijde van Dampierre om naar Vlaanderen terug te keren om er in onderhandelingen te treden over een definitieve vrede. De grijsaard onderhandelt een tijd met zijn zonen maar beslist uiteindelijk om naar zijn Franse gevangenis terug te keren.

Liever dat dan de belangen van Vlaanderen met een oneervol akkoord te verraden. Tijdens zijn interim aanwezigheid geeft hij het stadsbestuur van Brugge de toelating om de officiële stadszegel te veranderen. De Vlaamse leeuw zal er voortaan op prijken als zinnebeeld van de onoverwinnelijke kracht en moed van zijn ingezetenen. De oude zegel met de afbeelding van een kasteel in Romeinse stijl en een over het water liggende brug die verwijzen naar het ontstaan van de stad wordt vernietigd.

De kersverse abt Thomas de Sittere van de Duinenabdij in Koksijde wordt in het jaar 1303 verbannen naar Parijs. De abt toonde zich al te partijdig in het voordeel van de Fransen en wordt door de Bruggelingen weggejaagd uit Vlaanderen. Hij zal een miserabele dood sterven in Parijs.

Inmiddels zijn er nieuwe Franse troepen in het veld getreden om de smaad van Groeninge te komen wreken. Filips de Schone heeft daartoe zware lasten moeten leggen op de bevolking en hij viseerde daarbij vooral de rijke geestelijkheid. Die nieuwe middelen zorgen voor een leger van maar liefst 80.000 man die hij persoonlijk zal aanvoeren. Zijn broers, de graven van Valois en Evreux scharen zich aan zijn zijde en ook zijn dertienjarige zoon Lodewijk zal van de partij zijn.

De koning besluit om zijn veldtocht aan te vangen bij Douai, zijn troepen slaan hun tenten op in het Artesische Vitry op twee uur stappen van de aan te vallen vesting. De Vlamingen van hun kant tonen aan Filips dat ze hem niet vrezen en kiezen hun kamp in de velden van Brebières in de nabijheid van datzelfde Vitry. Beide legers weifelen of ze nu al dan niet zullen overgaan tot de aanval. Bij de Fransen zorgt de herinnering aan de Guldensporenslag voor een afkoeling van de strijdlust terwijl de Vlaamse aanvoerders goed beseffen dat het terrein helemaal anders is dan dat aan de Groeningebeek.

Het zal wel andere koek zijn om vanuit een sterke helling zomaar dit leger aan te vallen. Filips de Schone kiest voor geduld. Zijn eigen mannen zijn bedreven wapenlieden terwijl het leger van Jan van Vlaanderen voornamelijk uit burgers bestaat die thuis moeten zorgen voor voedsel voor hun families. Ze kunnen hier met andere woorden onmogelijk lang vertoeven. De Fransman heeft het ongetwijfeld bij het rechte eind. Filips waant zich in een zetel, bij elke mogelijke aanval van de Vlamingen zijn zijn manschappen in het voordeel. Ondertussen zagen en klagen de Vlamingen bij hun bevelhebbers dat ze liefst direct zouden beginnen aan het gevecht. En zo ontstaat er een langdurige patsituatie.

De ophoping van mensen aan de Vlaams-Artesische grens zorgt al gauw voor bevoorradingsproblemen en gebrek aan voedingsmiddelen aan beide zijden. De Vlamingen trekken zich achteruit naar Flines waar ze zich nu gemakkelijker van levensmiddelen kunnen voorzien dan hun Franse opponenten. Uiteindelijk worden er nog maar eens onderhandelingen opgestart. Wat stelt Vlaanderen voor?

Filips de Schone legt de bal netjes in het kamp van Jan van Vlaanderen. Graaf Gwijde van Dampierre en zijn oudste zonen zitten nog altijd vast in Frankrijk en dus is het aan de Vlamingen om met suggesties voor de dag te komen. De koning zit wel met het probleem dat er in een omtrek van vijftien kilometer rond zijn leger geen voedsel voor zijn paarden meer te vinden is en neigt daardoor toch wel tot enige souplesse.

Ongelukkig genoeg voor de Vlamingen draagt hij de leiding van zijn troepen over aan zijn broer, de graaf van Evreux die zich niets aantrekt van die bevoorradingssituatie en het spel hard blijft spelen. Zijn onderhandelaars stellen de Vlamingen voor een vervelende keuze: zolang de aanstokers van de Brugse Metten niet worden uitgeleverd aan Frankrijk zal Filips de Schone geen enkel Vlaams voorstel in overweging nemen.

‘We leveren helemaal niemand uit!’, het antwoord van Jan van Vlaanderen is resoluut. ‘We zijn niet gewoon onze vrienden en de vrijheidsstrijders te verraden om ons doel te bereiken. Zeg aan uw koning dat we ons klaar houden om hem op het slagveld te ontmoeten.’ Filips de Schone zegt geen woord als hij de Vlaamse boodschap ontvangt. Hij vertrouwt het zaakje niet langer en vreest zelfs voor verraad.

Er moet een reden zijn waarom de Vlamingen zo zelfverzekerd zijn. Zijn vrees is voldoende reden om nog diezelfde nacht holderdebolder het Frans kamp op te breken en naar Parijs terug te keren. Het lijkt op een massale vlucht die voor de Vlamingen als muziek in de oren klinkt. Van zodra ze horen over de aftocht vallen de Vlamingen de Franse achterhoede in de nek.

Daarna keren ze met een rijke buit beladen terug binnen de grenzen van Vlaanderen. Bij hun terugkeer proberen de Vlamingen zich te wreken op die van Doornik. Ze kunnen hun levendige blijken van appreciatie voor koning Filips de Schone maar matig smaken. Hoe is het mogelijk dat Doornik zich zo begint af te keren van het land van Vlaanderen, terwijl de inwoners ervan altijd al van hetzelfde volk deel hebben uitgemaakt?

Het regent schermutselingen tijdens hele voorjaar van 1303. Sint-Omer, Calais, Bethune, Lens, Arras en Doornik krijgen af te rekenen met Franse bezetters. Als die de kans schoon zien dan ondernemen ze strooptochten in Vlaanderen. De Vlamingen laten zich evenmin onbetuigd, ze vallen herhaaldelijk Artesië binnen. Zo erg verwoestend dat heel dat prachtig buitengebied op een woestijn begint te lijken.

Een van de meest ernstige incidenten speelt zich af op de hoogte van Ballimberghe bij Cassel. De Vlamingen verliezen hier maar liefst 2.000 manschappen, maar de Fransen betalen die zege met een zwaar gekwetste graaf Othon van Bourgondië, de schoonzoon en troonopvolger van de in Kortrijk gesneuvelde Robrecht van Artesië. De graaf zal later in Melun aan zijn verwondingen overlijden. Tijdens een ander gevecht leiden de Franse bezetters van Lens een volslagen nederlaag.

De heren van Vaucouleurs en Vendin worden verslagen en Libert de Beauffremont dodelijk gekwetst. Tijdens een conflict tussen de bezetters van Rijsel en Doornik richten de Doornikenaars een ware ravage aan in de Frans-Vlaamse hoofdstad die de dood van zeker vijftig edelen of rijke ingezetenen te betreuren krijgt.

Begin maart 1303. Jan van Vlaanderen splitst het Vlaams leger op in twee divisies. Hij stelt het eerste leger onder het bevel van Willem van Gulik die nu de opdracht krijgt om de Franse bezetters van Artesië in de gaten te houden. Het tweede leger met Jan en Gwijde van Namen als commandanten gaat in de aanval op de vesting van het Henegouwse Lessen die ze innemen en waarvan ze achteraf de stadsomwalling slechten.

Het ontzag voor de goedendags van de Vlaamse poorters is groot bij de Franse elite. Willem van Gulik stelt zijn opponent Gauthier de Châtillon, de veldheer van Filips de Schone in Artesië voor om een veldslag te leveren maar de Fransman durft daar niet op in te gaan. Toch mislukt de poging van Willem van Gulik om Arques te bemachtigen. Een Frans leger komt net op tijd om de bedreigde vesting te ontzetten.

In de daaropvolgende gevechten verliezen de Vlamingen zeker 3.000 mannen. Ondertussen verplaatsen Jan en Gwijde van Namen, aangemoedigd door hun Zeeuwse ballingen het toneel van hun krijgsverrichtingen naar de noordelijke graafschappen van hun neef Jan van Avesnes. Willem, de graaf van Ostrevant (tussen Douai en Cambrai), de erfgenaam van graaf Jan van Henegouwen en Holland heeft onlangs een aanval op het noorden van Vlaanderen ondernomen en die willen Jan en Gwijde nu bloedig gaan wreken.

22-24 april 1303. Gravenzonen Jan en Gwijde zijn twee dagen eerder te Damme scheep gegaan richting noorden. Ze zijn in de veronderstelling dat de graaf van Ostrevant zich in de buurt van Calais bevindt en zien hun kans schoon om daarvan te profiteren. Wanneer ze aan land gaan in Cadzand krijgen ze heel ander nieuws. Willem van Ostrevant moet blijkbaar lucht gekregen hebben van hun militaire voorbereidingen in Damme en heeft alle mogelijke bevriende zeemanschap ingeroepen om de achtervolging op de vloot van zijn neven in te zetten.

Nog diezelfde dag volgt de confrontatie voor de Cadzandse kust. De slag verloopt allesbehalve voorspoedig voor de Vlamingen, hun schepen worden uiteengeslagen. Gelukkig staakt Ostrevant de strijd wanneer de Vlaamse vloot zich massaal terugtrekt. Hijzelf stevent verder af naar de Hollandse kust. Gwijde van Namen profiteert ervan om door te zeilen naar Walcheren.

Een verrassende zet die Willem van Ostrevant dan weer niet verwachtte. Die surprise in combinatie met enkele verraders in eigen rangen zorgt er nu op zijn beurt voor dat Willem slaag krijgt. Hij ziet zich genoodzaakt om naar Arnemuiden en later naar Zierikzee terug te wijken. Walcheren komt nu helemaal in Vlaamse handen want het bedreigde Middelburg heeft netjes zijn poorten geopend voor de overwinnaars.

Mei 1303. De aanval van de Vlamingen op Zierikzee mislukt echter. Ze hebben wel het geluk aan hun kant als ze er in slagen om Voorne en Putten in te nemen en daarbij vaste voet aan de grond te krijgen. Waardoor Jan van Avesnes nu wel moet in onderhandelingen treden met de Vlamingen. Het komt uiteindelijk op 1 juni tot een wapenstilstand voor onbepaalde tijd.

Er kan nu opnieuw volop gefocust worden op Frankrijk. Jan van Vlaanderen en Gwijde van Namen krijgen nog extra versterking van Italiaanse hulpbenden. Mannen van hun broer Filips van Chieti die recent door zijn huwelijk met een Napolitaanse edelvrouw tot heer van Teano is verheven. Als oudste van de zonen van Gwijde van Dampierre die nog op vrije voeten loopt neemt hij het ruwaardschap over Vlaanderen op zich.

Best handig omdat hij over de nodige militaire ervaring beschikt. Hij gaat in Brugge al meteen over tot de aanstelling van 100 verstandige en notabele personen die belast worden om de geschillen tussen burgers op een efficiënte manier te regelen. Alle lopende geschillen en processen in verband met de handel dienen voortaan in de loop van acht dagen vereffend te worden.

Zomer 1303. Inmiddels is het leger van Filips de Schone al uitgegroeid tot 100.000 mannen. Het komt zich onder het bevel van connestabel Gauthier de Châtillon neerslaan in de omgeving van Sint-Omer. Zonder aarzelen trekken de Vlamingen de Franse veldheer tegemoet en ze dagen hem uit om het pleit tijdens een veldslag te beslechten. Maar de Châtillon twijfelt en besluit om niet in te gaan op het voorstel.

Hij laat zijn legermacht met de tenten en wagens in stilte terugtrekken naar Arras. De daaropvolgende nacht houdt hij ook de grenzen van Vlaanderen voor bekeken en vestigt zich dieper in Frankrijk. Filips van Chieti gaat er wel nog achteraan maar de vogel is al gaan vliegen. Artesië is nu overgeleverd aan de genade van de Vlamingen die het hele gebied op een vreselijke manier teisteren.

Het fiere leger van de poorters plundert nu aan de Boven-Leie, de Aa, de Biette, de Navez en de Souchet zonder daarbij door iets of iemand afgestopt te worden. Een betreurenswaardige vergelding voor de ellende die de Fransen in de aanloop van de Guldensporenslag op Vlaams grondgebied hebben aangericht. Enkele Franse steden gaan na hun verovering door de Vlamingen in de vlammen op. Zo onder meer Terwaan, Lillers, La Bassée en Lens.

Dit is een fragment uit Boek 9 van De Kronieken van de Westhoek of ‘Het Oud Verhaal van Vlaanderen’ – Met bronnenvermelding in het boek.

Article Categories:
fragment uit deel 9
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.