banner
mei 7, 2026
2 Views
Reacties uitgeschakeld voor Oostende en de woedende zee

Oostende en de woedende zee

Written by
banner

Het jaar 1669 vangt aan met verschrikkelijke stormwinden en noodweer op zee waardoor er menigvuldige schepen ongelukkiglijk op de Vlaamse kust in de afgrond der wateren begraven worden. Bowens is meteen goed op dreef. Of moet ik op drift zeggen? Ik heb al herhaaldelijk geschreven over de meningsverschillen tussen de Oostendse en de Brugse schippersambachten.

Het feit dat koopwaar op weg naar Brugge in de haven van Oostendse haven moet overgeladen worden op Oostendse schepen is al veel jaren een doorn in het oog van de Bruggelingen. De stad Brugge heeft al herhaaldelijk geprotesteerd tegen deze vorm van lastbreken (want zo heet deze praktijk). Dit jaar krijgt Brugge de geheime raad eindelijk zo ver dat hun schepen die uit of naar de zee varen niet meer onderhavig zijn aan dat lastbreken.

Oostende pruttelt ferm tegen en gaat procederen maar de geheime raad houdt voet bij stuk. In 1669 moet de haven dringend nog een ontslibd worden. De scheepstoegangen zijn zeer ondiep geworden door al het opgehoopte zand. De werken gebeuren onder toezicht van markgraaf d’Ognate. Op 17 juni 1669 zijn de aanbestedingen voor de bouw van het nieuwe sas van Slijkens bij Oostende eindelijk uitbesteed en kan de eerste spade in de grond.

De delvers gaan er met alle enthousiasme aan de slag maar moeten hun werken op 4 augustus staken door gebrek aan geld. Een opdracht die komt van gouverneur de Velasco en niet enkel te maken heeft met een tekort aan middelen. De reden is eerder in het zuiden te vinden, waar Frankrijk al opnieuw dreigt met een oorlog. Op 18 augustus komt landvoogd de Velasco de plaats van Oostende bezichtigen en laat hij alles op punt stellen om in geval van een belegering de stad te kunnen houden. De zomer van 1669 laat zich dan weer opmerken door een grote droogte en watergebrek, een toestand die in de vergeetput belandt als het nu lang en overvloedig begint te regenen.

In januari 1670 vriest het dat het kraakt. Alle rivieren in de lage landen aan de Noordzee liggen er diepgevroren bij. De dikte van het ijs in de haven van Oostende breekt alle records. Op 2 februari meldt een Spaans schip zich aan voor de havenmond. Een boot met aan boord twaalf zeekapiteinen dat plots kapseist bij een ongelukkig manoeuvre waarbij alle inzittenden in de ijskoude Noordzee belanden en ongelukkig genoeg allemaal verdrinken.

De dode drenkelingen krijgen hun graf in Oostende. De koning van Spanje roept landvoogd De Velasco terug naar Spanje om er een andere functie te gaan bekleden. Een voordelige wind zal hem in juli naar het zuiden blazen. Zijn vervanger, de graaf van Monterey arriveert hier via het land. Nog voor het einde van de zomer bezoekt hij alle belangrijke steden van zijn Nederlanden.

In Oostende gebeurt dat op 25 augustus, de nieuwe man krijgt een ontvangst met alle eer en plichtplegingen. De lokale parochiekerk krijgt zijn afwerking in 1670. Het magistraat gunt het godsgebouw het gestoelte van het groot koor, goed voor een kostprijs van net geen 2.500 gulden, de twaalf koperen kandelaars als toemaatje hebben een prijskaartje van 400 gulden. Ook de graafwerken aan het sas van Slijkens schieten goed op. Nu en dan komen diverse Hollandse ingenieurs en bouwkundigen de werken bezichtigen en becommentariëren.

1671-1672. Het land krijgt nog maar eens te maken met een oorlogsdreiging van Lodewijk XIV. Iedereen staat in paraatheid om de Fransen te weerstaan. Vooral in Oostende staan de zenuwen gespannen en zijn de inwoners zeer beducht voor een eventuele belegering. Toch is het nog maar eens de natuur die zich baas maakt. Op 22 september 1671 teistert een allergruwelijkst onweer van wind en regen de Vlaamse kustlijn en zorgt daarbij overal voor grote schade.

Verscheidene schepen stranden voor de havenmond met verliezen van man en muis. Volgens de schrijver nog maar eens een bewijs hoe gruwelijk deze woedende zee kan zijn. Het klimaat in die dagen is toch heel wat anders dan dat wat wij gewoon zijn anno 2020. De vorstperiode van de winter 1671-1672 slaat al toe op 24 november en zal pas eindigen op 4 maart. De wateren zijn zowat overal dichtgevroren en het land is bedekt met een ferme laag sneeuw wat in onze provincie bijdraagt tot grote armoede bij de landmensen.

De langdurige verwachting van een Franse oorlog wordt in 1672 realiteit. Koning Lodewijk XIV lanceert een plechtige oorlogsverklaring ten opzichte van de Verenigde Staten van Holland en Engeland. Vooralsnog blijft deze oorlog uit het stadsbeeld. De parochiekerk van Oostende krijgt er vier altaren bij, opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw, Sint-Rochus, Sint-Jozef en de Zeven Weeën. Wat die laatste precies zijn moet ik toch wel even opzoeken op Wikipedia en dat blijken dus zeven smarten te zijn, pijnlijke momenten in het leven van moeder Maria waar ik het verder niet meer over wil hebben.

Ieder van ons heeft zijn of haar miserie, zo zit elk mensenleven wel in mekaar. De delving en het houtwerk van het Sas van Slijkens zijn tegen die tijd ook al zo goed opgeschoten dat men eindelijk kan beginnen met het metselwerk. Op 4 augustus is graaf Monterey er getuige van hoe de bisschop van Brugge de eerste steen aanbrengt. Voor die gelegenheid slaan ze een gedenkpenning met aan de ene zijde een afbeelding van de koning en aan de ommezijde kan men zien hoe het Sas er zal uitzien.

Het jaar 1673 begint met een oorlogsverklaring van Frankrijk aan Spanje. En vermits Vlaanderen identiek is aan Spanje zijn we er deze keer gloeiend bij. Op de sterkten en verschansingen van Oostende wemelt het al direct van het krijgsvolk om de Fransen hier buiten te houden. Europa maakt zich op voor een machtsstrijd tussen twee blokken.

De Roomse keizer, Spanje en Holland treden in een alliantie tegen de tandem Frankrijk-Engeland. De Engelsen sturen in voorbereiding al onmiddellijk 8.000 soldaten om de Fransen te ondersteunen. De verenigde Engelse en Franse vloten onder het bevel van de admiraals prins Robert en graaf d’Etrée verschijnen op 3 juni 1673 terwijl ze naar de Hollandse kusten afstevenen.

un beroemde tegenstander admiraal De Ruyter kiest op 4 augustus het zeegat en duikt nog diezelfde dag op aan de kustlijn voor Oostende terwijl de Engelse en Franse vloten voor anker liggen aan de Zeeuwse kust. Op 21 augustus behaalt De Ruyter een perfecte zege op zijn vijanden. Een belangrijk gevolg van die overwinning is het feit dat de Duitse keizer nog intenser gaat samenwerken met Holland en Spanje.

In Oostende beginnen ze al aan het operationeel maken van enkele oorlogsschepen die zich zullen vervoegen bij de Hollandse vloot. Alles wat Frans is krijgt exact drie dagen de tijd om uit de stad te verdwijnen. Op 4 november verschijnt er een plakkaat dat geen Spaanse onderdanen nog handel mogen drijven met Frankrijk. Noch kopen, noch verkopen, op risico van grote boetes. De rest van het jaar zien we een escalatie van wederzijdse oorlogsverklaringen.

Het jaar 1674. Het ziet er steeds meer naar uit dat heel Europa in vuur en vlam zal komen. De Fransen laten zich in negatieve zin opmerken met hun allerwreedste buitensporigheden, brandstichtingen, roofpartijen en moorden zonder onderscheid van personen. De Franse brutaliteit dwingt hun tegenstanders om op identieke wijze te handelen.

Ondertussen verbieden ze in heel Vlaanderen dat niemand nog enige brieven mag versturen naar Franse streden of gebieden die onder hun vlag staan, tenzij die via Gent en het algemeen postkantoor van Brussel passeren. De Oostendenaars krijgen in april 1674 het formeel bevel om de Fransen extra in de gaten te houden op de Noordzee en krijgen nog eens te horen dat er effectieve lijfstraffen voorzien zijn voor diegenen die koophandel bedrijven met de vijand.

De Hollandse vloot blijft ondertussen de successen aan elkaar rijgen. Er is sprake van 200 gekaapte schepen in ditzelfde jaar. Brussel laat de werkzaamheden aan het Sas van Slijkens opschorten en verpatst de beschikbare bouwmaterialen zodat ze de afgedankte werklieden kunnen betalen voor hun laatste prestaties.

1675. Op 8 februari vervangt de Spaanse koning graaf De Monteray door hertog Villa Hermosa als landvoogd van de Nederlanden. De toestand van het beloftevolle Sas van Slijkens gaat er zienderogen op achteruit nu de werken stilgevallen zijn. Een toestand die zorgt voor het nodige tandengeknars bij de Brugse handelaars. Veertig van hen besluiten om 100.000 gulden te investeren en de werken opnieuw op te starten.

Op voorwaarde dat de schepen die er tijdens de werkzaamheden voorbijvaren dubbel vatgeld zullen moeten betalen. Na enkele tegenstribbelingen accepteren de Leden van Vlaanderen de tijdelijke belasting. Ik onderbreek even het militair-economische nieuws met een katholiek evenement. Op Witte Donderdag, 7 maart 1675 doet de processie van de paters kapucijnen voor de allereerste keer zijn ronde door Oostende. Met de vertoning van het passiespel en het ‘bitter Lijden van onze Zaligmaker’, let op de hoofdletters die ik er dan ook maar laat staan.

Net zoals de rest: ‘deze verbeeldingen waren uitgedrukt door Statiën, gedragen door twaalf personen, allemaal onbekend, gekleed in grauwe linnen kleren met hoge kappen en barvoets gaande. Op deze Statiën waren er figuren met de grote van een mens opgesteld. Ze verbeeldden de aanbiddelijke mysteries zoals het het laatste avondmaal, de hof van olijven, Christus gesleept door de beek van Cedron (waar halen ze het toch allemaal uit), zijn verschijning voor Annas, Cayfus en Pilatus, de aanspraak van Petrus met de meid van Pilatus, Petrus’ verloochening en alle verdere vertoningen van het bitter lijden van deze heer.

De processie was vergezeld door menige personen, ook allemaal getooid in linnen kleren zoals hun voorgangers. Sommigen droegen een houten kruis, anderen trokken een ijzeren bal vastgehecht een een ijzeren ketting, anderen droegen toortsen en fakkels. Eindelijk kwam daar de wachter van Pilatus aan, te paard en gekleed in ’t harnas, gevolgd door de kruisdragende zaligmaker en compagnie. Zodat volgens gissing deze processie afgebeeld werd door meer dan 300 personen.’ Ik zie ze voor mijn ogen rondhossen door de straten van Oostende.

Minder religieus is de oorlogsverklaring in juni, aan de koning van Zweden die eerder de partij van de Fransen gekozen had. De Vlaamse kustlijn krijgt het op 8 november hard te verduren als een gruwelijk onweer van wind, donder, bliksem, hagel en regen alom zorgt voor ongelukken en de infrastructuur zware schade toebrengt. Het noodweer blijkt echter niet in staat om de vastberadenheid van de Brugse kooplieden i.v.m. de werken aan het Sas van Slijkens tegen te houden.

Hun inspanningen blijken zo intens en krachtig dat de werken in december afgewerkt zijn en dat het Sas nu kan gebruikt worden. De kostprijs van 2 miljoen gulden is bepaald indrukwekkend. En toch zal de opening op zich laten wachten. Pas nu laat Bowens van zijn tong rollen dat de krachttoer van de Bruggelingen zeer tegen de zin van die van Oostende gebeurde.

Tja, het lijkt me duidelijk een machtsgreep waar ze niet echt mee kunnen lachen. Het regent klachten bij het hof van Brussel waardoor onze landvoogd de ingebruikstelling noodgedwongen moet uitstellen. Hele delegaties bestuurders, kooplieden en gedeputeerden uit Brugge zoeken hun weg naar het koninklijk hof te Brussel. Ondanks alle bezwaren van de Oostendenaars slagen ze er alsnog in om de opening van het Sas te laten gebeuren op 4 januari 1676.

Het is nu hoogtijd om de resterende zeedammen weg te nemen zodat op 25 januari het water van de zee nu kan stromen tot aan de sluisdeuren van het Sas. De Oostendse bargen kunnen er al direct naartoe varen.

Dit is een fragment uit Boek 10 van De Kronieken van de Westhoek

Article Tags:
· · · · · · · · · · · · · · · · · ·
Article Categories:
fragment uit deel 10
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Comments are closed.