banner
feb 24, 2019
2406 Views

Het duivelsmerk

Written by

Dit merkteken bestond ofwel uit een misvorming of misgroeiing van een ledemaat, zoals van de voet of het been of elders aan het lichaam, ofwel uit een lidteken op het lichaam van de patiënt.

banner

De strafbare bestanddelen van de misdaad van toverij.

Ze kunnen als volgt samengevat worden:

1. De ontmoeting met de duivel (of de boze) diende bewezen te worden.

Hij verscheen gewoonlijk onder een spookachtige gedaante, hetzij:

a. onder het voorkomen van een levend persoon, zoals:

– onder de gestalte van een jongeling gekleed in het zwart, met een zwarte baard, enz ..
– onder de gedaante van een levend persoon, zoals de echtgenoot of echtgenote van de heks of de toveraar,
– onder de gedaante van een overleden persoon die terug tot het leven was opgewekt;

b. onder de gedaante van dieren zoals een vlieg, een vogel, vleermuis, een bok, een varken of een varkenskop, een grote zwarte of vuile hond;

c. onder de gedaante van een eenvoudig voorwerp, zoals een kaars, een flambeeuw, enz ..

Buiten het slachtoffer kon niemand de duivel of de boze zien. Anderzijds zou het slachtoffer op zijn beurt een gedaanteverwisseling kunnen ondergaan door toedoen van de duivel in alle slag van dieren.

2. Het duivelspact of het verdrag met de duivel diende eveneens bewezen te worden. De patiënt(e), hetzij de heks, diende met de duivel een overeenkomst af te sluiten waarbij enerzijds de patiënt(e) het geloof in God, in de moeder Gods of in de sacramenten moest verzaken en anderzijds, wanneer aan die verbintenis vanwege de heks voldaan werd, de duivel alle macht waarover hij beschikte, aan de heks vermocht over te maken, hetzij de macht om schade, kwaad of haat te stichten om allerhande ‘maleficiën’ te veroorzaken.

3. Die ‘maleficiën’ diende dan ook bewezen te worden waarbij de schade moest uitgemaakt en vastgesteld worden bij diegenen die benadeeld werden door toedoen van de heks, zoals leed berokkenen aan de buren door sterfgeval, ziekte of allerhande kwalen verdelging van het vee, vermenging van veldvruchten, enz…

4. Het duivelsmerk of de ‘stigma diabolicum’.
Eenmaal het verdrag met de duivel afgesloten, liet de duivel een merkteken na dat als een bijkomend bewijs gold dat de voorwaarden van het verdrag definitief aanvaard en nageleefd werden door de behekste persoon waaraan hij of zij zich niet mocht onttrekken op straffe van zelf te worden gepijnigd of vermaledijd door de boze. Dit merkteken bestond ofwel uit een misvorming of misgroeiing van een ledemaat, zoals van de voet of het been of elders aan het lichaam, ofwel uit een lidteken op het lichaam van de patiënt(e), zoals de moedervlek die bij lichamelijk onderzoek van de patiënt(e) vastgesteld werd en die bij aanraking of bewerking, gewoonlijk met behulp van een naald of ander scherp of snijdend voorwerp, pijnloos of bloedeloos bleef.

5. De deelname aan de ‘sabbat’. De sabbat was een nachtvergadering voorgezeten door de boze geest of duivel en alwaar een heiligschennend feest gehouden werd tot bespotting van het christelijk geloof. Dit feest zou eindigen met allerhande gekke sprongen en dansen, opgeluisterd door muziek, waarbij alle mogelijke driften door de drank opgezweept, tot uitbarsting kwamen. De heksen werden er heengevoerd door de lucht, gezeten op een bezemsteel, een stoofhaak, een bok of een mantel, rechtstreeks uit hun huis langsheen de schoorsteen. Na het feest vlogen de heksen terug naar huis op dezelfde wijze waarop zij gekomen waren naar de nachtelijke vergadering. Die vergaderingen of verzamelingen hadden gewoonlijk plaats op een afgelegen en verlaten terrein

De bewijsmiddelen

De bewijsmiddelen waardoor de misdaad van toverij vastgesteld diende te worden, berustten op de:

a. verklaring van getuigen die gewoonlijk in de meeste gevallen de buren waren van de beklaagde: zij moesten bevestigen wat zij ‘de visu et de auditu’ waargenomen hadden;

b. vermoedens die ontsproten uit een verdachte houding van de beklaagde, hetzij berekende wijzigingen in de verklaringen of antwoorden van de beklaagde; het hardnekkig zwijgen tegenover de beschuldiging tegen hem gericht of zijn ontkenning van reeds bewezen feiten te zijne laste;

c. bekentenis of ‘zelf-kennesse’ (de ‘regina probationum’) waarbij de beklaagde ten volle toegaf dat hij schuldig:was aan de misdaad van toverij; de bekentenis was een essentieel middel dienende tot bewijs van de misdaad. Ze kon worden afgelegd ‘buiten alle pijnen ende banden van yzere’. In dergelijk geval, werd de beklaagde niet verwezen naar de pijnbank en kon het onderzoek dadelijk voortgezet en de ‘sententie’ uitgesproken worden. Indien bij of na de tortuur geen bekentenis afgelegd werd door de patiënt(e), dan werd hij of zij andermaal tot de tortuur verwezen of geleid en kon de patiënt(e) zoveel maal op de pijnbank gebracht worden totdat de misdaad door de patiënt(e) uiteindelijk beleden werd.

Het bewijs van de ontmoetingen tussen de duivel en zijn slachtoffer kon – materialiter – nimmer geleverd worden, omdat de beschuldiging slechts berustte op een denkbeeldige voorstelling van feiten die zich in werkelijkheid nooit voorgedaan hadden. Daarom moest men zich uitsluitend steunen op de bekentenis van het slachtoffer zelf en indien die bekentenis of ‘zelf kennesse’ niet afgelegd werd door het slachtoffer, dan diende die afgeperst te worden op de pijnbank door middel van de tortuur. De doodstraf mocht te dien tijde alleen worden uitgesproken, wanneer de beklaagde tot bekentenissen overging; bij gebrek aan bekentenissen, moest de magistraat een lichtere straf uitspreken.

Uit ‘Bachten De Kupe’ van 1974

Article Categories:
vergeten geschiedenis
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *