banner
sep 4, 2020
1626 Views

Instorting aan het Vleeshuis

Written by
banner

Anno 1915, op de 1ste maart. Een orkaan van bommen afgeschoten in de richting van de batterijen aan het kerkhof en de Kruisstraat zorgt voor heel wat ingestorten daken in de stad. De historische gevel van het gevel is ingestort en zorgt voor de dood van mevrouw Arthur Carlier, hoewel ze zich in de schuilkelder bevond. De graaf van Beaumont en mijnheer Chopart (die enkele dagen later aan een obusaanval zou sterven bij Nieuwpoort)kwamen op bezoek in Ieper met het voorstel om in Ieper een opvangtehuis op te richten voor wezen en achtergelaten arme kinderen, allemaal slachtoffertjes van de oorlog. Vanaf 23u won het bombardement duidelijk aan intensiteit. Tot 1u30 bleven de bommen maar afgevuurd worden in de richting van Sint-Jan. Ze zouden er maar liefst 17 soldaten doodgeslagen hebben.

Anno 1915, op de 1ste maart. Vijf of zes shrapnels ontploften aan het burgerlijk kerkhof en enkele anderen aan de Kruisstraat. Graaf Beaumont en mijnheer Chopard kwamen vandaag op bezoek bij priester Delaere. Ze stelden een kasteel in Normandië ter beschikking van de weeskinderen uit Ieper en omgeving. Een prachtig voorstel waar onze pastoor al een tijd van droomde want aan wezen was hier geen gebrek. Ondanks sneeuw, regen en wind ging de ‘search party’ onverdroten verder. We geraakten tijdens een stortbui verzeild in een kleine kelder onder het Vleeshuis. Een goedhartige vrouw bood ons een stoel aan en nodigde ons uit om even te rusten tot de regen voorbij was. Terwijl ze zich verontschuldigde begon ze een kip te pluimen, blijkbaar bestemd voor het avondeten van een officier. We zaten amper neer toen ik plots als door een onzichtbare hand vastgegrepen werd recht stond en vertrok.

Mijn gezel, mijnheer Stopford was wat verrast door mijn bruusk manoeuvre, volgde me in mijn voetsporen. We waren amper in het midden van de straat als de rechtop gebleven kalkmuren van de lakenhalle plots door een hevige windstoot naar beneden donderden. En meteen de kelder met vrouw en kip bedolven. Met de hulp van twee of drie mannen probeerden we haar nu te bevrijden, iets wat ons pas na een half uur lukte. Ze werd naar het huis Dehaene gedragen rechtover het klooster. Ze kreeg de laatste sacramenten toegediend. Pas nadat dokter Manning bevestigde dat ze overleden was mocht zuster Livine de vrouw begraven. Gelukkig zou het stormweer weldra wat gaan verminderen want anders zouden er zeker nog meer van dergelijke instortingen gebeurd zijn. De stormwind met rond de middag vervangen door een hevig bombardement.

Anno 1915, op de 1ste maart, maandag. Achteraan was een grote muur ingestort, gelukkig zonder gewonden. Bij ons dagelijks bezoek en zoektocht naar zieken zagen we dat de muur van het Vleeshuis ingestort was. De bazin uit de kelder ernaast werd eronder begraven. In de stad leverden die stukken muur een groot gevaar op.

Anno 1915, op de 2de maart, dinsdag. In de stad ontmoette ik Jules Coomans, de bouwmeester van de stad. Hij kon niet naar het gesticht komen. In de tuin van Henri Vander Ghote, wat verder dan het gesticht was er een obus ontploft. Gelukkig was er niet veel schade aangericht. Er vielen ook enkele bommen in de Rijselstraat, aan de Menenpoort en op de Kruisstraat. De familiues van de zieken brachten ons hun brieven. Het waren er een mandje vol. Moest ik de mensen willen geloven dat zou ik al een hele auto nodig gehad hebben voor alle pakken. Het was dan ook volstrekt verboden om iets mee te brengen voor de zieken. Alleen brieven werden persoonlijk afgegeven.

Enkele zieken kwamen nu genezen terug van Sint-Omer. Ze waren helemaal in het nieuw gestoken door de Friends en waren toch zo gelukkig om hier terug te zijn. Een meisje van twaalf jaar, Madeleintje D. keerde helemaal genezen terug. Wat voor verschil met dat mager en ziekelijk kind dat hier enige weken geleden werd binnengebracht. Haar ouders woonden op de Sterre in een van die kleine achterhuisjes. Met Madeleintje als Engels meisje gekleed aan de hand trok ik het kleine huis binnen. Het was net noenmaal. Moeder en de andere kinderen keken verwonderd op en niemand sprak tot het meisje uitriep ‘moeder herkent ge me niet meer?’ en ze dan uitriep ‘Och ’t is ons Madeleintje!’.

We lieten die brave ouders aan hun vreugde over, voor het moment waren ze tenminste gelukkig. Niet elke terugkomst was er trouwens een vol vreugde. We brachten een man terug uit Dikkebus. Hij vroeg om zijn twee dochtertjes te zien die samen met hem naar hier waren gebracht. Het jongetje was aan de beterhand, maar het oudste was precies een engeltje en herkende niemand meer. De arme man bezag zijn twee kinderen wenend. Diezelfde avond was het oudste meisje haar moeder gaan vervoegen in de hemel.

Anno 1915, op de 2de maart, in de loop van de voorbije nacht hebben de obussen 17 soldaten gedood in Sint-Jan en er waren nog heel wat gekwetsten. Onder de slachtoffers bevonden zich eveneens burgers waardoor de drie ambulancevoertuigen van de Quakers volop aan de slag moesten vannacht. Tijdens de daguren bleven de obussen maar neerploffen. M. Stopford en ikzelf ondervonden dat maar al te goed als ze vlak bij ons uiteenspatten terwijl we het water van de brasserie Donck aan het controleren waren. De ontploffing was ongelooflijk en het leek ongelooflijk hoe de schok ervan ons niet allebei in de openstaande citerne gegooid had. We moesten blijkbaar toch wel beschikken over een goede engelbewaarder. Een Duitse taube cirkelde opnieuw boven de stad.

Anno 1915, op de 2de maart. De oorlog hield zich overdag gedeisd met alleen maar 4 kleine bommen die rond 15u die wel heel dicht bij ons tot ontploffing kwamen en een dak van een woning bliezen. Het Merghelynckmuseum met zijn collectie aan oude wandtegels lag nu plots aan diggelen. We konden voor onszelf niet eens uitmaken of de bommen die dat veroorzaakt hadden nu door een vliegtuig waren gedropt of afkomstig waren van een obuswerper. Het aankomst was in elk geval totaal onverwacht.

Anno 1915, op de 2de maart, woensdag. Rond middernacht deden de Engelsen rond St-Elooi een aanval. Zij veroverden drie tranchees maar konden ze opnieuw innemen. De Engelsen leden zware verliezen. Wel 100 doden op St-Elooi alleen al en zeer veel gekwetsten. De auto’s konden ze niet snel genoeg wegvoeren. De gewonden moesten ze in de kerk leggen in afwachting. Het gevecht was hevig en met de bajonet. De troepen die gevochten hadden waren meestal Canadezen.

Ze waren hier 14 dagen geleden in Frankrijk toegekomen. Aan hun wezen zelf kon men zien dat hun type verschilde van de Engelsen. Hun uniformen waren wat groener. Velen spraken Frans. Ik werd geroepen bij een katholiek Canadees majoor die dodelijk gewond in het klooster lag. In de voormiddag brandde het hof van Dumoulin over het vijverhuis, waarschijnlijk door de onvoorzichtigheid van de soldaten. Alles plat. In de namiddag brandde het hof van Holvoet bij de Vierstraat af toen het in brand geschoten was door de vijand.

Uit ‘De Grote Kroniek van Ieper’ (werk in opbouw)

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *