banner
feb 22, 2021
1154 Views

Met homo’s wordt niet gelachen

Written by
banner

Twee mannen van Koksijde hebben zich bezondigd aan sodomie. Met homo’s wordt in 1616 duidelijk niet gelachen. Maar hier is er dan nog sprake van seksuele activiteiten met dieren, meer bepaald met een merrie. Deze losbandigheid verandert nu in een nachtmerrie voor de betrokkenen, met name Guilliames de Grave en Andries Talmain. Schepenen Jacques Spierinck en Pieter Vander Waterleedt trekken op 23 december naar Koksijde om er de doodstraf voor beiden uit te spreken en ook effectief uit te voeren. Voor het duo wacht nu de dood op de brandstapel. Bizar genoeg is hetzelfde lot ook beschoren voor de bewuste merrie. ‘Rechtspraak over de sodemieters’, foeteren ze in Veurne en dan veranderen ze zedig van onderwerp en focussen ze zich opnieuw op hun succesvolle rederijkers die de opperprijs behaalden tijdens dit prestigieus tornooi in Nieuwkerke.

De kamer van retorica van Veurne beslist om nu zelf een tornooi te organiseren die ze met de bijzonder aardige naam omschrijven als ‘landjuweel’. Vooraleer de wedstrijd uit te schrijven moeten de heren natuurlijk op zoek gaan naar de prijzen die ze zullen moeten uitreiken voor de beste toneelgroepen. De Veurnse herbergiers, brouwers, wijnstekers, bakkers, beenhouwers, pachters van accijnzen en zelfs gewone burgers steken allen hun schouders onder het project. Hun financiële inbreng zorgt ervoor dat de geschikte prijzen (allemaal zilverwerk) nu kunnen aangekocht worden. Het landjuweel kan nu definitief uitgeschreven worden nadat het magistraat ook nog zijn fiat geeft aan het tornooi.

Er vertrekt nu een uitnodiging naar al de rederijkerskamers van Vlaanderen dat ze allemaal hun schoonste kunsten mogen komen vertonen in Veurne. De respons is overweldigend; maar liefst 26 kamers tonen zich bereid om vanaf 5 september 1616 het beste van zichzelf te geven tijdens deze kunststrijd. Voor de gelegenheid hebben de Veurnenaars een groot podium opgetrokken voor het landhuis op de grote markt. Het Veurnse landjuweel zal zes weken duren. Een gouden tijd voor de neringdoenden, de kroniekschrijvers hebben het over een ‘wonderlijke tering’. De rederijkers uit alle hoeken van Vlaanderen leven zich uit in dit wondermooi toneelkamp. Een menigte mensen uit allerhande dorpen en steden stroomt toe om zich te verlustigen aan al die geneugten. Vooral het ‘vaderlands feest’ van de leden van ‘Arm in de beurze’ blijft hangen in het collectief geheugen. Wie het landjuweel meeneemt naar huis is niet bekend. De Veurnse archieven zwijgen als vermoord over de winnaars.

Een verzilverde beker
De Latijnse scholen in Veurne kregen altijd hun onderwijs door wereldlijke lieden. Het magistraat gooit het op een akkoordje met Christian Druve, de abt van Sint-Niklaas dat dit voortaan zal gebeuren door zijn eigen geestelijken, meer bepaald jezuïeten zoals dat ook het geval is in andere Latijnse scholen van het land. Van die tijd af zorgen de geestelijken van het vermelde klooster voor het onderwijs in de diverse kleine scholen. Twee jaar later, op 6 juni 1619 zal die afspraak trouwens geofficialiseerd worden. Als erkentenis voor de inzet van Sint-Niklaas overhandigen de wetheren een verzilverde beker van 1,1 kilo, met daarin de kunstig ingesneden wapenen van de stad en de kasselrij.

Toch is het niet allemaal peis en vree tussen Sint-Niklaas en het magistraat van Veurne. Het zou wel eens kunnen dat ze die beker naar hun hoofd geslingerd krijgen. Een dispuut met de pastoor van de Sint-Niklaaskerk over wie nu precies eigenaar is van de grote klok in de toren, bij de stedelingen bekend als ‘bomken’ of de bromklok. De pastoor wil zijn hand leggen op die klok. ‘Dat is een deel van mijn kerk’, beweert hij. Daar is het stadsbestuur het hoegenaamd niet mee eens: de bromklok is eigendom van de stad! De heren van de wet willen de priester overtuigen van hun gelijk en gaan op zoek naar documenten die dat kunnen staven.

In hun eigen archieven vinden ze geen spoor en na onderzoek in de rekeningkamer van Rijsel is er evenmin iets terug te vinden over de klok. En dat terwijl de oude mensen van Veurne ook al beweren dat het van vader op zoon bekend was dat de klok effectief toebehoorde aan de stad. Enkele verweerde oorkonden geven aan dat de klok nog gebruikt werd tijdens de uitvoering van criminele vonnissen. Het is vermoedelijk wel een moeilijke discussie. In het oude Vlaanderen waren de klokken aanvankelijk bestemd ten dienste van de kerken maar werden ze met verloop van tijd meer en meer gebruikt voor burgerlijke doeleinden. Zo waren belfort en banklok zeker symbolen van de gemeentelijke vrijheden.

Een keure uit Doornik uit 1187 vermeldt expliciet dat hun klok ten dienste stond voor de burgerij. De bromklok van Veurne was zeker ook voor een identiek gebruik geschikt. De klok werd in 1379 gegoten door Wilhelmus van Haerlebeke en op de randen ervan staat te lezen dat zijn hamerslag het uur gestand houdt en iedereen zal oproepen als het brandt. Maar dan wel in het Latijn, maar daar komt het toch op neer.

Uit deel 10 van ‘De Kronieken van de Westhoek’

Article Tags:
· · · ·
Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *