De graaf van Vlaanderen is niet vergeten dat de Noormannen hun troepen in 861 hebben aangemeerd in de ‘Portus Isere’. In Dixmude begon hun verwoestende raid. 200 Noordse schepen kregen via de Ijzer toegang tot het Vlaamse binnenland. Een herhaling van die desastreuze feiten moet onder elk beding vermeden worden! Arnulf wordt in 940 al onmiddellijk aangesteld als burggraaf van Dixmude. Niet toevallig wordt zijn zoon Diederik I in datzelfde jaar geboren in Dixmude aan de Ijzer. Tussen 940 en 960 kan hij zijn expertise in verband met het bouwen van burchten omzetten in praktijk. Het is dan ook vrijwel zeker dat de Dixmudse burcht die afgewerkt wordt in 958 het werk is van de nieuwe baanderheer. In feite is Dixmude in die dagen niet meer dan een militair bastion onder de directe bevoegdheid van de graaf.
We keren nog eens terug naar het Angelsaksische Mercia. De nieuwe burggraaf van Dicasmutha is dus van Angelsaksische afkomst. Angel-Saksen zijn vernoemd naar de Saksen en de Angelen, allebei Germaanse stammen die zich na het vertrek van de Romeinen in 407 vooral in Engeland vestigden. De Saksen vestigen zich in het zuiden van Engeland, de Angelen in het midden en in het noorden van Engeland. De volgende eeuwen gaan de Saksen en de Angelen voortdurend in conflict met elkaar om de hegemonie te verkrijgen in Engeland.
Het resulteert in de hegemonie van Mercia waar Ethelred de baas wordt van de verenigde Angelsaksen. De Angelsaksische wortels van Arnulf de Bevere laten zijn sporen na in de naamkeuze van zijn burcht aan de Ijzer. De naam ‘smutha’ is een typische Angelsaksische naam. De Franken die Vlaanderen hadden overgenomen van de Romeinen, spraken met hun Hoogduitse taal over ‘Mund’ (bijvoorbeeld nu nog in Dortmund). De Angelsaksen (net als de Friezen) schrappen de ‘n’ en spreken over ‘Mûth’, wat zich manifesteert in het Engelse ‘Mouth’ zoals in ‘Portsmouth’ en ‘Plymouth’. Het is dus echt eens interessant om even uit te vissen welke de origines zijn van de naam van Portsmouth. De ‘Southwick Cartularies’ vermelden de plaats in de 9de eeuw als ‘Portesmuða’, poort van de haven.
Een tekst in het oude Angelsaksisch toont de zo goed als perfecte ‘match’ aan tussen Portesmutha en Dicasmutha. Portesmuða en Dicasmuða: ‘Her cwom Port on Bretene his .ii. suna Bieda Mægla mid .ii. scipum on þære stowe þe is gecueden Portesmuþa ofslogon anne giongne brettiscmonnan, swiþe æþelne monnan’. Wat in het Engels betekent: ‘Here Port and his 2 sons Bieda and Mægla came to Britain with 2 ships to the place which is called Portsmouth and slew a young British man, a very noble man’. In het oude Vlaanderen en in Friesland vinden we de woorden ‘muide’ en ‘muiden’. Zonder ‘n’! Waar de Franken ooit aan zet kwamen zien we de woorden ‘mond’ en ‘monde’. Met ‘n’!
Ten zuiden van Haarlem zien we Lietemuthen evolueren tot ‘Leimuiden’. Yselmouten is Ijselmonde geworden. Bij ons is Dicasmutha later Dixmude geworden. Zonder ‘n’! De Salische Franken laten nochtans de steden Dendermonde, Rupelmonde achter. Aan de voet van de burcht in Dicasmutha ontstaat nu stilaan een nederzetting. Burcht en nederzetting kunnen best omschreven worden als een versterking met een neerhof. De nederzetting zal de komende eeuw uitgroeien tot een bevolkingskern die op basis van haar vele inwoners rechten zal krijgen om een eigen parochiekerk te bouwen. Het wordt stilaan tijd om zich af te scheiden van de moederkerk van Eessen.
Op 31 oktober 1089 bevestigt de oorkonde van Robrecht II, markgraaf van Vlaanderen, de proost van het Brugse Sint-Donaaskapittel in hun bezittingen. Bij de goederen van de kanunniken bevindt zich de ‘de aecclesia de Hesna, cum capellis sibi attinentibus, Dicasmutha et Clarc’. Dixmude staat nu definitief op eigen benen.
Terug naar de periode 940-960. De Bevere heeft als burggraaf van Dixmude inderdaad een beperkte taak. Hij is alleen militair commandant van de grafelijke burcht. De overige bestuurlijke taken die bij een burggraaf horen, moet hij niet voor zijn rekening nemen. Dat kan in feite alleen betekenen dat hij niet uit de regio komt en dat hij daardoor de vereiste aansluiting met de bevolking en adel uit de regio mist. Een stevige link met zijn achterban is zeker nodig om de bestuurlijke taken goed te kunnen vervullen. Normaliter worden burggraven daarom gekozen uit de regionale adel. Arnulfs nazaten krijgen die aansluiting wel door hun verblijf in de regio en vooral dank zij hun huwelijken met blauwbloedige Vlaamse vrouwen.
Daardoor zullen ze later wel degelijk de overige, normale bestuurstaken toegewezen krijgen. Als Arnulf in het jaar 965 sterft, wordt hij opgevolgd door zijn vijfentwintigjarige zoon Diederik I de Bevere. Het geslacht de Bevere krijgt in elk geval het nodige vertrouwen van de graven van Vlaanderen. Telkens wanneer de graaf op expeditie vertrekt naar het buitenland, delegeert hij de macht over Vlaanderen aan één van de Vlaamse edelen. Het is een hele eer die alleen de hoogste en dapperste edelmannen kunnen verwachten.
Wanneer graaf Arnulf op missie vertrekt voor zijn oorlog tegen de Lombarden, stelt hij Diederik I van Dixmude aan als zijn plaatsvervanger. We spreken over het jaar 965. Diederik I wordt tijdens die periode in de val gelokt te Gent en belegerd door de troepen van de koningen van Frankrijk, Engeland en Schotland. De burggraaf bewijst dat hij van geen kleintje vervaard is en vecht zo hard terug dat de vijandelijke troepen zich genoodzaakt zien om zich terug te trekken. Het burggraafschap Dixmude beperkt zich in die beginjaren trouwens tot het gebied binnen de stadsomwalling. In deze feodale tijd is Dixmude een leen net zoals veel andere lenen in het Westkwartier.
De leenheren komen één keer per jaar samen onder voorzitterschap van de graaf om de financiën en de wetgeving in de respectieve leengebieden te bespreken. Deze vergadering wordt de ‘haulte Renenghe’ genoemd of de ‘chambre des renenghes’. De term renenghes is afkomstig van het woord ‘relanga’ wat staat voor ‘rekenschap geven i.v.m. de koninklijke rechten’. De leden van de kamer wordt ‘reneurs’ of ‘haute reveurs’ genoemd.
Dixmude heeft nu zijn militaire bevelhebber en krijgt zijn rechten en plichten toegewezen van de Renenghe. Maar wie is eigenlijk de eigenaar van de wouden van West-Vlaanderen en van Dicasmutha? De discussie over de eigendomsrechten zal enkele honderden jaren voor de nodige controverse zorgen. In 1030, tijdens een conflict tussen de graaf en de abdij van Corbie, worden de eigendommen door graaf Boudewijn aangeslagen.
In 1096 wordt de ruzie bijgelegd en worden beide partijen co-eigenaar van de bossen van West-Vlaanderen. Bij die overdracht wordt er een akkoord ondertekend tussen Erkembold van Eessen en graaf Robert II waarbij overdracht van gronden te Eessen en Dixmude aan de abdij van Corbie geregeld wordt. De naam van Rudolf van Eessen verschijnt trouwens eveneens in 1112 bij de overdracht van gronden ten gunste van de abdij van Bourbourg. Die abdij heeft trouwens nogal wat in de pap te brokken te Dixmude. Het begint op 14 oktober 1104 als Robrecht II een schenking van tienden door Hodierne, de zoon van Isaak van Bailleul, aan de abdij van Bourbourg aanvult met tienden die betrekking hebben op Dixmude. In 1115 schenkt graaf Boudewijn ook al gronden bij de Ijzer, en in Slijpe, aan Bourbourg. Dixmude geraakt in het eerste deel van de twaalfde eeuw stilaan bekend als een belangrijk commercieel centrum.
Dat blijkt onder andere in de keure die de inwoners van Sint-Omaars krijgen van hun graaf Willem van Normandië. Ze krijgen in 1127 immers een volledige vrijstelling voor wat betreft het betalen van rechten en belastingen in de haven van Dixmude. De belangrijkheid van Dixmude blijkt ook bij de stichting van de nieuwe stad Nieuwpoort in 1160. Het ‘nieuwe’ Nieuwpoort wordt heropgebouwd op de heuvel Sandeshoved waar Lombardsijde in 1115 eerder vernield werd.
Op het moment van de aanleg van Nieuwpoort schenkt graaf Filips van den Elzas de Nieuwpoortenaars identieke voorrechten en vrijheden zoals die van de inwoners van Dixmude. Ondanks het ontbreken van de originele keure is de tekst op de Nieuwpoortse keure een afdoend bewijs van de voorrechten waarover de Dixmudelingen blijkbaar al eerder over beschikken. Op 22 augustus van het schrikkeljaar 1144 wordt de nieuw opgetrokken kerk van Dixmude eindelijk gewijd. Door Milo, de bisschop van de Morinen.
In het oorspronkelijke kerkboek staat te lezen dat ze onder andere opgedragen wordt aan de apostel Thomas en aan de martelaars Vincent en Lambert. In 1164 vinden we een schenking terug van Dixmudse gronden (gronden die zich situeren in de plaats ‘Ha’) door een zekere Bernard van Sumeringhem. Opnieuw is de begunstigde de abdij van Bourbourg. Die laatste akte wordt trouwens ondertekend met goedkeuring van Filip van den Elzas, die aanwezig is als de deal wordt afgesloten. De exploitatie van het reusachtige bos tussen Ieper en Dixmude en de ontginning ervan in de 11de en 12de eeuw is onderworpen aan een speciale regeling tussen de abdij van Corbie en de graaf.
Uit deze regeling blijkt dat de graaf en de abdij de opbrengst van het onontgonnen gebied in onverdeeldheid houden. Ze blijven gezamenlijk eigenaar. Ze komen overeen om de ontgonnen delen van het bos, de ’terra vacuae’, jaarlijks te inventariseren en als mede-eigenaars in gelijke delen onder elkaar te verdelen. De door de abdij geregelde ontginning van de bossen, zorgt er deels voor dat omwonenden clandestien hun stukje van de taart willen meepikken en de wouden voor eigen profijt gaan ontginnen. Het hout speelt uiteraard een belangrijke rol voor de bouw van woningen en voor de verwarming ervan. Het is een jarenlange en onomkeerbare roofbouw die stelselmatig knabbelt aan de buitenkant van die immense wouden.
Zo ontstaan er in de onmiddellijke nabijheid van Dicasmutha inderdaad van die ’terrae vacuae’, kale heidegebieden, waar nu ook massaal turf kan worden gewonnen. Woemen en Klerken vinden hun ontstaan in deze terrae vacuae. De moerasgebieden van de Blankaart zijn de restanten van de turfwinning in de gekapte Westhoekbossen. Het geslacht de Bevere blijft de macht uitoefenen in Dixmude. Na Diederik I komt Diederik II van Beveren. Gevolgd door Diederik III die eveneens bekend wordt als Halewijn I van Leiden.
De 60-jarige Diederik III en zijn echtgenote Beatrix, de dochter van de heer van Gent, laten bij zijn overlijden in 1070 één zoon na. Weer een Diederik, het zal in die dagen wel Thierry geweest zijn. Deze keer is nummer vier aan de beurt. Diederik IV. In 1096 zien we dat Diederik IV van Beveren en van Dixmude mee trekt op kruistocht naar het Heilig Land. Samen met graaf van Vlaanderen Robrecht II (van Jeruzalem). Diederik IV krijgt op zijn beurt twee zonen, Diederik V en Willem, en een dochter. Diederik V wordt in 1126 de nieuwe heer van Dixmude.
Hij trouwt met Margaretha, de dochter van Wouter van Zottegem. Willem bouwt zijn carrière op als officier in Jeruzalem waar hij de titel krijgt van ‘prins van Galilea’. Hij zal in 1181 door de Turken vermoord worden. Zijn zoon Elian van Dixmude volgt hem op in al zijn functies. De dochter van Elian zal later in het huwelijk treden met Gauthier van Saint-Omer.
Dit is een fragment uit Boek 2 van De Kronieken van de Westhoek


