De Franse generaal Dumouriez heeft in het noorden van Frankrijk een leger van 80.000 geoefende […]
De graaf van Vlaanderen is niet vergeten dat de Noormannen hun troepen in 861 hebben […]
De hele kustregio wordt ingepalmd door de schaapsteelt waar vooral de Friezen zich integreren met […]
In 964 wordt er voor het eerst gewag gemaakt van een burggraaf in Dixmude. Een […]
In de hoge oudheid in het uitgestrekte ‘Vlaamse Woud’ verscholen, was Roeselare’s bodem grotendeels met bos bedekt. Vanaf de 12de eeuw werd de ontbossing overal ijverig doorgevoerd, en ook toen moeten er uit Roeselare verschillende bossen verdwenen zijn.
Een plotselinge mare heeft als een donderslag onze stad getroffen, en heel de bevolking op striepjes gesteld. Namelijk; monseigneur heeft bevonden dat zekere gekruinde kapel(h)aan hier wonderdaden genoeg verricht heeft en dat hij daarom de volgende beslissing heeft genomen.
Wanneer Mommolien, Berten en Ebertram hun klooster van Luxeuil (Haute Saone, Frankrijk) verlieten om Omaars te gaan helpen in het prediken van het evangelie aan de Morinen, kregen zij van deze het goed Sithiu toegewezen, dat Adroald aan Omaars geschonken had.
Binnen de jaren 1793 en 1794 plunderden de Franse republikeinen deze kerk, die als één van de schoonste van het bisdom van Ieper gehouden werd. Ze gebruikten het gebouw gedurende elf maanden voor kazerne, paardenstal en beenhouwerij. Ze vernielden en verbrandden al de meubelen, als de boisering, predikstoel, biechtstoelen en altaren, terwijl ze de sacristie voor gevangenis hielden.
De tempeliers hebben in hun bestaan tussen 1128 en 1314 ontelbare sporen nagelaten. Over heel Europa, België blijven op vandaag fysieke en tastbare bewijzen van hun bestaan overeind. De meeste tempeliers zonderden zich af in afgelegen hoeves die door de eeuwen heen de verbeelding van de mensen hebben geprikkeld.
Tussen Beveren en Hondschoote, niet ver van de Franse grens, is er een ronde, diepe put, de Paddeput genaamd.
Nog even en ik verlaat de jaren 1400 op zoek naar een nieuwe horizon en me goed bewust van de gevaren van een onbekende toekomst. Vooraleer de stap naar de 16de eeuw te wagen, wil ik echter absoluut nog eens terug naar het vroegere Diksmuide. In het jaar 2011 heb ik ooit een hoofdstuk geschreven over de intrigerende stichting van deze stad.
’t Huisens op d’ hofstee, als ik een joengentje was, de beesten kwamen ziek, de koeien hadden luizen, en Capoen, de peerdemeester, kwam en ’n zei dat ’t van ’t water kwam.
Tussen Beveren en Hondschote, niet ver van de Franse grens, is er een ronde, diepe […]