banner
Jan 3, 2020
1372 Views

Reuzenstier in Wervik

Written by
banner

Ik ben weer naarstig geweest vanmorgen. Nog enkele weken te gaan om de voorlopige teksten van mijn deel 10 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ op papier te zetten. Wat ik geschreven heb vanochtend lees je hier. Veel verser kan het niet zijn! Het gaat over een Wervikse kroniek.

10 september 1787. Er is in Moorsele een grote brand ontstaan in de oven van een bakker. Hij hadden die gebruikt om een ‘poortes’ of twee of drie te drogen. En de hitte ervan moet zo krachtig geweest zijn waardoor het vuur er in de schouw geraakt is. En omdat de schoorsteen nogal laag was is het vuur tot in het strodak van de bakkerij gekomen en brandde de woning helemaal af. Onder de doden bevond zich onder andere een ‘ouderse dochter’ die daar woonde. De schade was niet te overzien en het geschrei en getier van de inwoners was onzeggelijk. De tijden waren trouwens maar bitter. Onze bisschop liet als vorm van troost voor de mensen op de 16de september afroepen dat alle bemiddelde mensen indachtig moesten zijn dat hun werknemers 10 stuivers per dag moesten betalen, samen met de kost. Een week later verkoos de gilde van retorica een nieuwe prins en een nieuw bestuur. Dat waren Alexander Lewile, Bruno Mari (deken), Josephus Comestable, Petrus Vuylsteker en Carolus Stoffel (hoofdmannen). Met daarbij nog Angelus Ferrand en Johannes Van Damme en als jonge prins Augustinus Remoux. Op de 11de oktober presenteerde de gilde zich op het stadhuis om toelating te verkrijgen om in het nieuwe gildehof het spel van Chrispas en het spel van Jaiere te vertonen. Ze kregen de permissie om het een keer per week te mogen spelen en niet meer, waarom de gilde best mistevreden was.

26 november 1787. In Kortrijk gebeurde er een droevig ongeluk voor mijnheer Catulle, koopman in schietpoeder. Hij kreeg een koper op bezoek. Terwijl de dienstmeid hem aan het bestellen was lag hij met zijn brandende pijp voorover op de toonbank waardoor er vuur gevallen is in de ton met poeder en waardoor het materiaal direct in vuur en vlam is geschoten. De meid werd doodgeslagen, de vrouw des huizes dodelijk gewond en ze is er een weinig later overleden. De zoon die op zijn kamer was, kwam naar beneden gelopen maar werd bij zijn aankomst bijna het hoofd in stukken geslagen doordat er een ton met nagels op zijn hoofd viel. De jongen heeft nog twee dagen geleefd.

13 december 1787. Er werd nogmaals gepubliceerd dat niemand nadelige of schandelijke conversaties over onze keizerlijke majesteit mocht voeren of spotdichten en dergelijke mochten schrijven of voordragen. Op verbeurte van al hun goed, brandmerking en verbanning uit het land. Slachtoffers van klagers mogen rekenen op een schadevergoeding van duizend gulden. Wie in de straten roddelt over de gestelde landbestuurders mag zich aan gelijkaardige straffen verwachten.

17 januari 1788. De keizer liet weten dat hij niet ingaat op de eisen van de Brabanders maar dat hij wel afzag van zijn nieuwe wetten over de gerechtsprocedures, het garen en het vlas, de scholen, nieuwe lering, enzovoort. Een maand later volgde een verbod op de maandelijkse boekjes en het lezen en verspreiden van de Luxemburgse gazetten, op straffe van boete. Alle baljuws van het rijk kregen een strikt verbod van nog andere functies uit te oefenen en dat ze verplicht moeten woonachtig zijn waar ze hun ambt uitoefenen. Verder vroeg de keizer nog aan alle bisschoppen dat ze hun gelovigen zouden vermanen om te bidden zodat de Oostenrijkers de overwinning zouden behalen tegen de Turken.

16 maart 1788. Joseph Vandenbulcke leverde een stier aan Basilius Pardoen van Menen. Het was een beest dat nog nooit door iemand van de boeren of de beenhouwers gezien was. Zowel van hoogte als van dikte oogstte de stier grote verwondering en nieuwsgierigheid bij de inwoners van Wervik. Het was zo erg dat de meeste Wervikanen op de been waren om het beest door de stad te zien passeren. Zijn gewicht werd geschat op 1500 pond en nadat hij geslagen was bleek dat 1400 pond goed vlees, 313 pond voet, 237 pond huid, zonder al de andere toebehoren. Hij had voor het dier 108 kronen betaald en verkocht het vlees nu aan 4,5 stuivers.

10 april 1788. In Kortrijk ontstond er een brand in het achtergebouw van de gevangenis waardoor er twee criminelen in de brand gebleven zijn. ’s Anderendaags is er in het zusterhuis een stelling naar beneden gedonderd waarop drie werklieden, twee timmermannen en een loodgieter van Menen aan het werk waren. Er viel uiteindelijk één dodelijk slachtoffer te betreuren: nadat hij nog enkele dagen geleefd had stierf Bonninitus Ydde aan de opgelopen verwondingen. Op de 12de april viel schoorsteenveger Joannes Alderweirelt van het bovenste van een ‘cave’ naar beneden en overleed seffens.

13 juli 1788. Rond 12u is er een hevig onweer gerezen dat wegtrok naar het oosten in de richting van Ooigem, Avelgem en omliggende plaatsen. Over een breedte van 2 mijlen en een lengte van meer dan 40 mijlen heeft het noodweer zulk een schromelijke hagelstenen gegeven dat er niets van oogst of levensmiddelen op het land is blijven staan. Er werden hagelstenen van wel 5 pond zwaar gevonden. Er was zelfs sprake van 7 pond en dat ze wel leken op hele brokken ijs. Zo men vertelde waren er mensen die op het land waren tijdens de vlaag en wie niet tijdig kon vluchten werd doorgeslagen door de hagelstenen.

Uit deel 10 van ‘De Kronieken van de Westhoek’ – verschijnt einde 2020 –

Article Categories:
terug naar het verleden
banner
http://www.dekroniekenvandewesthoek.be

Vlaamse geschiedenis zoals je die nog nooit beleefd hebt!

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *