1623. De abt en de monniken van het klooster van Ter Duinen laten weten aan […]
Al vijf eeuwen zijn de Romeinen heer en meester over België. De Frankische vorst Claudion, […]
Kroniekschrijver Pauwel Heinderyck houdt even halt. ‘Ik mag niet verder gaan zonder eerst de zeldzame […]
Om Poperinghem efficiënt te besturen, vaardigt de abdij van Sint-Bertijns een ‘prepositius’ af. Een proost. […]
Abt Walter krijgt problemen rond de tienden van Reningelst die het klooster heeft gekocht en betaald in juli 1251. Walter de Bareteur en zijn oudste zoon Jan die de tienden verkocht hadden, willen de transactie in 1276 terug openbreken.
Het volksonderwijs, door Karel de Grote ingericht, was reeds in de 9de eeuw in de handen van de kerk overgegaan, terwijl het door de burgerlijke overheid veronachtzaamd werd. Zo staat de oudste Roeselaarse volksschool, die voor de eerste maal in 1152 wordt vermeld, onder het oppertoezicht van de abt van Zonnebeke.
Op een dag in mei van het jaar 1784, stapte Jan Victoor, een struise jonge man, door de Koekuitdreef. Hij had de stad Poperinge pas verlaten langs de Pottestraat en was nu in ’t open veld gekomen. Hij ging voorbij de herberg De Koekuit, waar reeds enkele voorbijgangers binnen zaten. Dit volk ging ook naar het klooster van Sint Sixtusbos, waar vandaag de inboedel verkocht werd.
In december 1979 mocht ik in het Vatikaans Archief enkele gegevens ontdekken die voor de geschiedenis van Sint-Sixt belangrijk bleken te zijn. In de jaren 1390-1393 is de Ontvanger van de pauselijke Taksen voor de Kerkprovincie van Reims, Jean de Champigny, op toer in de noordelijke bisdommen van zijn ruim gebied.
Eggewaartskapelle maakte vroeger deel uit van de parochie van Steenkerke. Maar rond het jaar 1100 woonde daar een rijke ridder, een zekere Egalfridus die daar een kapel stichtte voor zijn gerief en dat van zijn volk.
Diksmuide. Ijzer. Noordzee. Pagus Iseretius. Het oord raakt duizend jaar terug stilaan bekend als ‘Dicasmutha’, ‘Dicasmut’, ‘Dicimuda’, ‘Diquemude’, ‘Disquemue’, ‘Dicimut’. Uiteindelijk wordt het ‘Dixmude’. Pas veel later zullen de mensen spreken over ‘Diksmuide’. Maar daar zijn we nog lang niet aangekomen. In de tiende eeuw is Dicasmutha eigenlijk niet veel meer dan gehucht met een kapel die afhangt van de Sint-Niklaaskerk van Eessen.
Het begon in de herfst van 1578. Op de beroving en openbare verkoping van de inboedel volgde de afbraak en verwijdering van het hout- en metaalwerk van de gebouwen. Met zoveel vlijt dat de onttakeling bijna voltrokken was tegen de winter van 1579.
Walbert heeft al een hele tijd geleden voor Bertinus gekozen als zijn favoriete zielenherder. Hij gaat hem regelmatig opzoeken en verlaat de abdij nooit ofte nimmer zonder eerst de speciale zegen van de abt gevraagd en gekregen te hebben. Toch riskeert hij op een bepaalde dag (hij moet om een of andere reden dringend vertrekken) de abdij te verlaten zonder die zegen. Hij is nog maar pas vertrokken als zijn paard struikelt en hij met een harde smak op de rotsachtige bodem valt.
Oudenburg. Eertijds hoofdplaats van de oever der Saksers (littus Saxonicum) en later van het Brugse Vrije, was zij, met Brugge, Gent en Ieper, een van de vier leden van heel Vlaanderen; zij was daarenboven een vermaarde koophandelstad, die door kreken met de zee in gemeenschap kwam.
Het ontstaan van de Hemme, het groot uithof van de Duinenabdij te Ramskapelle (Nieuwpoort). De periode, gedurende dewelke de Cisterciënzerabdij van ter Duinen ontstond, t. w. het begin der twaalfde eeuw is nog de tijd van het zogenaamd gesloten economisch stelsel. Het grondbezit is nog steeds de voornaamste vorm van rijkdom. De vruchten van de akkers, het vee, de vissen moeten in het onderhoud van de bevolking voorzien en ook de middelen geven, om hetgeen niet ter plaats kan voortgebracht worden, aan te schaffen.
De abt Elias van Coxyde (1189-1203) verwierf zo in 1191 het patronaatsrecht van Estchirche, een parochie op Sheppey, een zompig eiland op de monding van de Theems. Het was dus enkel een tiendenrecht, nog geen bezitting: maar de abdij kreeg daardoor wel voet in Engeland. Door aankoop en ontvangen schenkingen weet de Duinenabdij in den loop van de 13de eeuw een ‘Engels domein’ tot stand te brengen.
Met al die willekeur en die afpersmentaliteit is het niet moeilijk dat de moraliteit terugloopt in Ieper. De ‘God ziet u’ bordjes bestaan nog niet en de priesters hebben wel andere interesses dan de geestelijke integriteit van hun onderdanen. Er is amper sprake van nieuwe acquisities tijdens het bewind van abt Pierre. Het zijn blijkbaar moeilijke tijden voor het klooster. De Rubrum registers maken melding van een aankoop in januari 1247. Walter, de abt van Grimbergen, verkoopt aan de Ieperse proosdij alle eigendommen die zijn abdij bezit binnen de stadsmuren van Ieper. Het betreft opbrengsten van meer dan 9 pond afkomstig van verscheidene huizen in de stad en blijkbaar ook deels op de lakenhalle.
Wervik en Warwick zijn zowat Siamese tweelingen voor wat hun naam betreft: een nederzetting van mannelijke krijgers. Er rest mij nu nog het tussenvoegsel ‘via’ dat hier parmantig paradeert tussen de wijk van de mannelijke krijgers. Wie kent er niet de ‘Via Roma’ waar de wielrenners op vandaag voorbij racen tijden de klassieker Milaan-San Remo? Ik vind een perfecte Engelstalige beschrijving van het woord: ‘a road or paved part in a village or town’. Het geplaveide deel van de Wervikse nederzetting zorgt er voor dat de Romeinen haar de naam van Viroviacum toekennen. Via is van oorsprong trouwens ook Indo-Europees. Weg-ya.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
Menigmaal reeds heeft men ons de vraag gesteld hoe het komt dat er niets meer […]