De opvoeding der dochters Het is wel van zeer groot belang dat de dochters een […]
De moedige tussenkomst van vier toeschouwers redt het leven aan een moeder en haar kind. […]
In Vlaanderen werd en wordt 1 april ‘Verzenderkensdag’ genoemd. We kennen geen typisch dialectwoord waarmee dit gebruik wordt benoemd. De Engelsen integendeel kennen een gelijkaardige variante, nl. ‘All fools’ day’. De persoon die men beet nam werd een ‘Aprilgek’ of een ‘Aprilzot’ genoemd.
Als men honger heeft, smaakt het eten nog zo goed: ‘Honger is de beste saus.’ Om te zeggen dat men honger heeft: ‘Mijn beer begint te grollen’, of ‘Mijn merelare schuifelt’; ook nog: ‘’k Zie ze vliegen.’
Nu dat de plotselinge en talrijke weersveranderingen zo veel keelziekten veroorzaken, is het niet ongepast, zegt een Frans blad, een eenvoudig geneesmiddel bekend te maken dat bijna altijd lukt.
Er komt daar een vrouwe bij den apotheker, en zegt ze: ‘apotheker, ne kilo arseniek voor mijne vent.’ – ‘Arseniek’, zegt den apotheker, ‘maar jong toch! En dan nog voor joene vent!’
De verscheidenheid van de ambachten in de middeleeuwen is groot. Ik heb er ooit een hele lijst van opgesteld. Ze maken ongetwijfeld deel uit van de magie die deze tijden uitstralen op de dag van vandaag waar alles uitbesteed wordt aan buitenlandse, spotgoedkope en onbekende werkkrachten. Vroeger maakten onze mensen alles zelf en werden ze hiervoor betaald. De schoonheid van het werk had toen nog iets van een ‘savoir-vivre’.