De moedige tussenkomst van vier toeschouwers redt het leven aan een moeder en haar kind.
Vrijdagmorgen rond 9u30 werd de Gasthuisstraat en de talrijke personen die rond dit uur van of naar de markt komen, in hevige opschudding gesteld door een ongeval dat de dood van een moeder en haar tweejarig kind had kunnen voor gevolg hebben, ware het niet geweest van de rappe en moedige tussenkomst van vier inwoners uit de straat.
Een paardje aan een oud klein leurderskarretje gespannen, waarop een man – Désiré Dewulf van Klerken met naast zich zijn vrouw en hun tweejarig kindje eveneens gezeten waren, kwam de markt opgereden toen het paard gekomen rechtover het huis van vrouw-weduwe Derycke opeens steigerde en met een achterpoot over een van de lege tramen sloeg.
Hierdoor verschrikt sloeg het dier nog meer en wilde op hol slaan. De man die vooraan op de kar zat, trachtte het dier in te houden maar kon dat niet. Het paard sprong integendeel verwilderd rond.
In een oogwenk sprongen Alfons Rouseré en zijn knecht Georges Vannieuwenhuyze buiten, en Jerôme Delbaere en Camille Vandevoorde sprongen ook toe. De vrouw was intussentijd vooruit geslingerd geweest en had een hoefslag in het gezicht gekregen die haar erg gekwetst had.
Nu was ze omvergeworpen en hing haar hoofd omlaag tegen de achterpoten van het steigerende paard. Jerôme Delbaere sprong toe, nam de vrouw op en trok ze van de kar, haar schort waarmee ze aan de kar vasthing in flarden trekkende.
Het tweejarig kind was tezelfdertijde al schreeuwend op de grond gevallen en lag nu in de greppel tussen de poten van het paard. Alfons Rouseré raapte het kindje van onder het slaande paard terwijl Georges Vannieuwenhuyze en Camille Vandevoorde het paard bij de kop grepen en beletten dat het vooruit of achteruit zou gaan. Het kindje werd ongedeerd opgenomen en werd bij Maurice Lebbe, suikerbakker, binnengedragen.
Dit alles was in enige stonden geschied, in veel minder tijd dan men nodig heeft om het te beschrijven. Het paard was nu ten gronde gevallen en in de val werden de twee tramen afgebroken en het karretje gedeeltelijk vernield. Men hiel het paard recht en Dewulf deed het voor enige tijd in een stal.
De vrouw was ziek van verschot en was zeer erg gekwetst in het gezicht. Het hoefijzer had haar neus en lip doorsneden en ze verloor veel bloed. Ze begaf zich eerst naar de apotheker maar deze oordeelde het nodig de wonde te doen toenaaien door een geneesheer. De vrouw wilde daar niet van horen, maar op aandringen van haar man echter, liet ze zich door een dokter verzorgen.
In de Gasthuisstraat had dit ongeluk een samenscholing veroorzaakt en iedereen sprak vol lof over de vier geburen die zonder een moment te aarzelen door hun koene hulp vrouw en kind van een zekere dood bevrijd hadden. Zonder hen ging de vrouw voorzeker het hoofd ingestampt worden en het kindje doodgeplet.
We bieden die vier heren onze beste gelukwensen en hopen dat hun moedig gedrag in deze gevaarvolle zaak, door de overheid wel in aanzien mag genomen worden. Dat mag wel!
De vrouw kwam later met haar man de vier redders bedanken en vertrok met de tram van 11u30 naar Watou waar haar man thans verblijft. Deze trok er te voet naartoe met zijn paard, na zijn kar weggedaan te hebben.
–
Uit de krant van 1913 – www.historischekranten.be –


