Een heerlijk stukje humor uit de krant van 1873. Lees maar! Ten gevolge van de […]
d’ Er op los goan lijkt Stoffel op ze katte (onbezonnen en geweldig te werk gaan)
Werken gat uit, gat in (zonder orde)
Naaien met ê zoaterdagsteke (rap, zorgeloos en met grote steken)
Wit wasgoed wordt extra wit als men een linnen zakje met eierschalen met het wasgoed meekookt.
Geen krieken zonder stenen,
geen vlees zonder benen,
geen mannen zonder willen,
geen vrouwen zonder grillen.
Voor mijn beste lezers heb ik hier nog iets speciaals weggelegd, namelijk de tien geboden van het lang leven. Ik heb ze in een oud boeksken gevonden en er steekt verdorie veel waarheid in. Hier gaan ze:
Voor iedereen die het voor de wind gaat
en voor degene die alles in de wind slaat.
vroeg in bedde warm en rein
met een glasken goei wijn
uit het bed voor hen en hane
met uw pijpke op de bane
Zelden gebeurt het dat een Roeselaars handelsmens niet op zijn zaken past, dat hij ‘strontaffairens doet’, dat hij ‘mê z’n gat vul schulden zit’, dat hij ‘van ponte tuut stronte’ gaat, dat hij moet ‘uutscheen van krotte’, dat hij ‘gene roste cent’ meer heeft, en dat hij ‘gereneweerd’ is.
Petrus Demeyere, koopman, wonende de Bruul 55 te Moorsele, kwam zaterdag 10 oktober 1946 per rijwiel naar Menen en bezocht er enkele herbergen.
’t Is stief lange geleên. In de kleene Kaaistrate met al die dood-ouderwetsche dutsen van huizen stond een oud oud kot van een huus.
Wellicht heeft Vandewynckel de hele woensdag en de volgende nacht gepiekerd over de voorgehouden scheiding en moet hij wraakplannen hebben gesmeed. Donderdagmorgen, rond 5u was Vandewynckel opgestaan en was het landbouwwerk begonnen met de paarden te gaan voederen. Dan is hij terug naar de hoeve gegaan, waar hij naar de kamer van de schoonzuster is getrokken.
De 50-50-90 regel: als er 50% kanse is dat entwodde kan lukken, gaat het in 90% van de gevallen mislukken.
Ge moet hard werken: vele mensen van den ocmw hangen of van joen.
Vertel het mij en ik zal het vergeten, toon het mij ik ‘k ga het onthouden, betrek mij erbij en ik ga het begrijpen.
Den dokteur komt naar ieder huis waar dat de zunne niet kan schijnen.
Geneesmiddel voor een langdurige en halsstarrige verkoudheid die uit de koude ontstaat. Men moet verscheidene keren kort op elkaar purgeren, hetzij met Manna of met siroop van rozen of met aloë of agaric-pilletjes. Of neem de wortels van de wilde wingerd, snijd ze in dunne schijfjes en laat ze koken in de olie van olijven tot ze weer droog geworden zijn.
Daar was ‘ne keer ‘nen oude pastoor die een maarte huurde; en als ze bij hem inkwam, zei heur de pastoor: ‘Gaat ge ’t hier kunnen gewone worden, peist ge, Triene?’
Al wie zich eens goed wil verzetten, moet eens een reisje naar Voormezele doen. Daar is het altijd plezant. Bijna alle zondagen is er ringsteking, en dan nog een ringsteking voor ’t vrouwvolk. Zondag laatst trok ik er naartoe. Mijn verwondering was waarlijk groot toen ik tegen de avond inderdaad zag dat de jongelingen zich naast een poezelig meisje in een voiture en met kloeke hand de lans naar de ringen uitstaken.
Daar was ‘ne keer een kleen meiske, dat aleene met zijne moeder woonde. Het was zoodanig geern gezien van zijn moeder, dat het van heur een schoon rood kapke kreeg. En het meiske droeg altijd dat kapke en ’t en wierd daarom niet anders meer genoemd of Rookapke.
Irma en Zulma Van Puymbroeck woonden te gare, ’n beetje inneweerds, langs den binnenweg bij ’t Lulleke. Dat was’n kleine half uur gaans van de naaste herberg ’t ‘Kruiske’ en gildig dobbel zoo verre van de kerke. Dat is nu veranderd, want sedert ’t komen van de Paters Passionisten is daar ’n nieuwe parochie ontstaan. Daar stond ’n tweewoonst, maar ’t een huis was grooter dan ’t andere.