Mei. ‘Drimilchi’, ‘Driemelkenmaand’, ‘Bloeimaand’, ‘Woenstmaand’ (maand van de vreugde), ‘Vrouwenmaand’ (vermoedelijk is dat Freya) en […]
‘Luther ontdekte, bij trappen, de nutteloosheid van de bedevaarten en boetedoeningen, de ongerijmdheid van de […]
Gallië bestaat uit drie naties. Belgisch Gallië, Celtica en Aquitanië. De bevolking is wonderlijk geneigd […]
Mei. ‘Drimilchi’, ‘Driemelkenmaand’, ‘Bloeimaand’, ‘Woenstmaand’ (maand van de vreugde), ‘Vrouwenmaand’ (vermoedelijk is dat Freya) en […]
Ook zo’n bizar onderwerp is de term ‘zegeningen’. Als je daarover nadenkt dan is het […]
Gallië bestaat uit drie naties. Belgisch Gallië, Celtica en Aquitanië. De bevolking is wonderlijk geneigd […]
De vierde dag van de week is voor Wodan Ook zo’n bizar onderwerp is de […]
Het Nieuwpoortse stadsleven in de 16de en 17de eeuw krijgt veel te maken met toverij […]
Pauwel komt nu plots aandraven met een historie over een zekere Geeraert Lambrecht, een ‘slechte’ man en een arme dagloner uit de parochie van Haringe. In de meimaand van 1681
Een rechtermollepoot in de zak dragen brengt geluk aan.
Een klaverblad van vieren bij zich dragen breng ook geluk aan.
In Duitsland, Engeland, Schotland en Ierland bestaat nog altijd een traditie uit de tijd van de oude Kelten en de Germanen: ‘de boom van de heilige nacht’.
Wider weunden hier niet verre van de vaart en up en avond komt er hier e wuvetje binnengelopen tenden (buiten) asem en al roepen “’t Is daar e verkeer, en ’t ruttelt met ketens, ’t is de waterduvel, ’t is de waterduvel.”
Komen de doden terug of niet? Volgens sommige zegspersonen moet er blijkbaar een onderscheid gemaakt worden tussen vroeger en nu: ‘… vroeger moesten de zielkens die kwaad gedaan hadden werekeren, nu blijven ze in ’t vagevier om uit te boeten. Maar in den tijd kwamen ze al were’.
De maan is in alle tijden en bij alle volkeren een mysterieus hemellichaam geweest. De heidense Germanen gebruikten de maandag voor toewijding aan deze maan en om te offeren.
Er waren destijds, zo zegde men, 700 superstitiën! Bad men dagelijks het ‘Gebed van Keizer […]
Vrijdag. ‘Vreyadag’, ‘Freitag’, in het Engels ‘Friday’, in het Zweeds en Deens: ‘Fredag’. Letterlijk dus: de dag van Freya, de zus van Wodan. Die godin speelt een grote rol bij de oudste mythes. Ze beschermde de vrijheid van de mensen en was uitdrukkelijk aanwezig op liefdesnachten en bruiloften.
Verse boter die op de kruisdagen gekarnd wordt bederft niet, daarom wordt ze kruisboter genoemd.
Naast een degelijke kennis van de zee en haar visgronden moet men ook een dosis geluk hebben in de opbrengsten, om een schone reist en goede besomming te maken. Ten eerste komt het er op aan de vis te vangen, ten tweede zonder pech de thuishaven te bereiken en ten derde in de vismijn een goede prijs voor zijn ‘vangste’ te bekomen.
Ter inleiding: de koeke van kinders was zo één van die kinderkwalen waar men voor ging dienen. Een soort vage buikziekte die gepaard ging met maagkrampen, spijsverteringsklachten en andere ongemakken van de darmen.
Op de Coin Perdu was er een klein hofstedetje en wij zijn daar op gegaan, in plaats van die heks, Fidelia Lambrey, die daar voordien woonde. Mijn vader heeft dat overgenomen van die heks. Ik was toen twaalf Jaar oud. Zo in 1903. We woonden vroeger op de Zwarte Molen.
Het was aan den eik, de boom van Thor, dat de Germanen, zowel als de Kelten, een bijzondere eredienst bewezen. De Galliërs geloofden dat de eik de vader was van de mensen en het heiligdom van de opperste godheid, die er in verbleef.
Afkomstig uit Vlaanderen, werd dit volk overgeplaatst door de koning van Engeland, Hendrik I, om deze streken te bewonen. Een moedig en sterk volk is het, een volk door voortdurende strijd zeer vijandig gezind jegens de Cambriërs, een volk, zeg ik, bedreven zowel in het weven als in het handeldrijven, een volk zeer behendig om winst te maken en hiervoor geen moeite sparend of gevaar vermijdend zowel te land als ter zee : een volk al naar gelang plaats en tijd, vaardig in het hanteren nu eens van den ploeg dan weer van de wapens, een volk waarlijk gelukkig en moedig.
Als de eenden duiken, mag men zich aan slecht weer verwachten. Blaaskensregen voorspelt aanhoudende regen. De regen zal spoedig ophouden, als de kiekens schuilen.
– Een rechtermollepoot in de zak dragen brengt geluk aan.
– Een klaverblad van vieren bij zich dragen brengt ook geluk aan.
– Een cent met een gaatje in brengt de bezitter geluk bij.
– Als ge een duit vindt, dan moet ge ze weggooien om meer te vinden.
Den heiligen Bernardus was begraven onder een steen, de wormen hebben hem opgegeten, maar zijn hart vergeten, zijn de wormen klein of groot, geel zwart of rood, zij zullen de aarde eten en mijn vruchten vergeten, drie onze vaders en drie weesgegroetjes.
’t Ware jammer en zonde moest het Manneke, dat nu al jaar en dag zijn goe- en kwawere- ‘maren’ over geheel Vlaanderen rondstrooit, geen paar blaadjes papier over hebben om aan zijn lezers de ‘mare’te doen, dat het entwat gaat schrijven over een bijzondere mare. Ene die maar ’s nachts zichtbaar en doendig is.
Lik toe tante Mathilde, ’t zat e katte olle noene op d’haove deure. Da was e vrimde katte. En op e keje ze koste ’t nie mi verdragen. En ze was bezieg me butter braon, en ze was zo dul. En ze pakt de panne en smiet ze no die katte neur mule. En ’s anderendaags ze gieng en komisje doen en die vrouwe neur aonzichte was verbrand. Je ku peisen da ze verschoot.
De heksenvervolging is alhier overgewaaid uit Duitsland en werd een echte besmettelijke ziekte, waarvan al de openbare besturen aangetast waren. De slachtoffers waren meestal oude en abnormale vrouwen, die dan ook onschuldig op de brandstapel stierven.
Men ziet hier dat de gewoonte van het smijten der katten, veel ouder is als de instelling der jaarmarkten, en dat zij reeds in zwang was lange tijd voor dat de koophandel die eerst bij ruil gebeurde, te Ieper was ingevoerd: het is dan ongegrond te beweren, gelijk het ook meer dan eenmaal gebeurd is, dat de gewoonte tot stand gebracht is geweest om aldaar meer volk aan te trekken, en er hierdoor de handel meer te doen bloeien.
Hoe meer men de geschiedenis van de volkszeden bestudeert, hoe meer men er het heidendom in ziet doorstralen. Het huidig bijgeloof is veelal een overblijfsel van de oude heidense godsdienstige begrippen. Ten bewijze: de bijgelovige landman houdt staande dat de wassende en krimpende maan een verschillende invloed op zijn zaailingen uitwerkt; dat de volle maan aan zijn koorn de laatste rijpte geeft, enz.