De maniere waarop we onze dagen vullen is dezelfste maniere lijk dat we ons leven […]
Het was in de maand oktober van 1867. Sissen K. was naar Rijsel gegaan met […]
Ieper. Maurice was op jacht zo gelukkig geweest twee schone moortelvette patrijzen te schieten, en daar hij wist zijn beste vriend ermee plezier te doen, besloot hij hem ’s anderendaags een aangename verrassing te bezorgen.
Uit Wijtschate Over 14 dagen was het alhier de gemeentekermis. Dat de feestelijkheden weinig belang […]
Als men getrouwd is moet men eveneens veel kunnen verdragen. Niet iedereen is baas in zijn huis lijk ik. Daar zijn er velen die staan waar dat de borstel staat en die moeten dansen naar de pijpen van hun vrouw.
Daar waren ne keer twee soldaten, Crabbe en Sparre, die te oud waren om nog in het leger te dienen en te lui om te werken. Daarom gingen zij bedelen; maar ze werden omtrent overal slecht ontvangen; ze en kregen bij kan niet: men zei hun dat ze kloek en gezond waren en maar en moesten werken om de kost te winnen
Die toveresseknok ligt langs de Moorselestraat. Het is een bergje met een grote boom in het midden. De berg zelf bestaat uit verschillende aarden trappen die de boom omringen tot op een hoogte van omtrent 150 centimeter.
Ten oosten van de stad Veurne ligt een straat, bekend sedert aloude tijd als de Rodestraat, die leidt door de weiden naar het Duivekot, een grote hofstede met kapel, die toebehoord heeft aan het klooster der Predikheren.
‘k En zal noch dag noch jaar noemen, maar hetgeen ik hier vertel, heb ik bij het Vlaamse volk gehoord. Zekere Tisten hield herberg in ‘De Kromme Krinkel’ maar, ik weet niet aan wie of waaraan het loog, de verkoop wat bitter klein. Menigmaal had Ciska de bazin daarover haar beklag gemaakt aan de weinig klanten, die nog van tijd tot tijd in ‘De Kromme Krinkel’ hun dorst kwamen lessen: maar het was allemaal boter aan de galg, niets een baatte.
Al wie zich eens goed wil verzetten, moet eens een reisje naar Voormezele doen. Daar is het altijd plezant. Bijna alle zondagen is er ringsteking, en dan nog een ringsteking voor ’t vrouwvolk. Zondag laatst trok ik er naartoe. Mijn verwondering was waarlijk groot toen ik tegen de avond inderdaad zag dat de jongelingen zich naast een poezelig meisje in een voiture en met kloeke hand de lans naar de ringen uitstaken.
Ik zie mij aan de dikke pol van mijn grootvader samen naar een motorbal gaan. Dat was geen dansbal, maar een (voet)balmatch tussen motorcrossers op het veld van de Blue Star op de Abeelseweg. Ik herinner me hoe die motorduivels zo fel tekeer gingen en de ‘knoape’ van het plein daarna zo kwaad was omdat ze – zoals hij voorspeld had – “heel ’t pling aan de kloaten hadden gereden.”