5 november, donderdag. – De nacht is tamelijk kalm. Rond 5 uur doen de Fransen een contreattaque. Het gaat er buitengewoon geweldig, in den voornoen wat min, doch in den. achternoen erger dan ooit. Verscheidene Duitse krijgsgevangenen worden ingebracht en onderhoord in de onderpastorij. Zij vertellen dat de keizer hier op het front is. Kost wat kost moeten zij hier doorboren.
De periode tussen de jaren 96 en 180 betekent een bloeiperiode voor de Romeinen en wordt als “de gouden eeuw van de Antonijnen” omschreven. Bij gebrek aan eigen nakomelingen kunnen vijf opeenvolgende Romeinse keizers één of twee zonen als opvolgers adopteren.
Was de streek tussen Ieper en Poperinge midden de twaalfde eeuw nog een onbewoonde eenzame en eindeloze woestenij?
Waar dat Mauprez daar woont, ’t was ’s avonds, je ging daar binnen. Je vroeg als de boer thuis was. ‘Jaa’j, zei de boerinne. ‘Weet je gij dat je schoonzeune dood is?’ vroeg Pollet.
Aan de watertoren hier in Dikkebus, bij d’hofstee waar dat Verschoore vroeger woonde, waren er daar ruïnen, puinen en kelders van ’t duivelskasteel. Er was daar spokerij. ’s Nachts kwamen er daar duivels. De oude mensen vertelden dat. Dat kasteel was verzonken en er waren alleen nog stenen en puinen.
De leeggelopen kust- en Scheldestreek is al vanaf de 4de eeuw deels herbewoond door Saksische groepen die hun Germaanse cultuur en taal met zich meebrengen. Daarvan getuigen de ontelbare Germaanse dorpsnamen die we op vandaag nog kennen. De Salische Franken zelf vestigen zich in de 5e eeuw in het huidige Noord-Frankrijk en Wallonië, vooral rond de steden Kamerijk, Doornik en Bavay.
Onze gedachten glijden verder weg op zoek naar de herinnering van soldaten en handelaars die veel eeuwen voor ons die weg hebben afgelegd in hun zoektocht naar gewin of victorie. Maar laat ons verder stappen in onze tocht naar Pupurningahem dat twee mijl van ons verwijderd ligt. Haastig zetten we de laatste etappe van onze trip verder. We houden noodgedwongen halt aan een waterloop die ons pad doorsnijdt. Het is de Fleterna rivier. Het water van de Vleterbeek, ontsprongen op de Catsberg, stroomt hier in volle snelheid naar de Saksische kust, de Littus Saxus. We stappen over de primitieve brug gemaakt van stenen en rotsen en eindelijk komen we aan bij de antieke residentie van Pupurn.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
Oorlog met Frankrijk. Van de Brugse Metten naar de Guldensporenslag.
Uit deel 2 van De Kronieken van de Westhoek
Vlaanderen is ingedeeld in gouwen Sinds de Franken van Karel Martel, (door hem de Karolingische […]
Nieuwpoort ten tijde van de Romeinen In 1971 schrijft de Nieuwpoortse historicus René Dumon een […]