Maandagavond werd heel de gemeente Pollinkhove in opschudding gebracht door de mare dat er een moordaanslag gepleegd was in de gemeente.
Er waren zes heerlijkheden in Watou. Onder de regering van Oostenrijk is er een zevende bijgekomen. Ze waren afhankelijk van andere heerlijkheden.
Zondag laatst, rond 18u30 was de kermis volop aan de gang bij het gehucht ‘Smiske’. Volk bij de vleet, gelijk ten andere heel de kermis door, in de herbergen en ook langs de baan waar men druk bezig was de volksspelen voor te bereiden toen er al met eens een autocar, volgepropt met Engelse soldaten in volle vaart, vanuit de richting Ieper naar Diksmuide te wege, aansnelde.
’t En zal maar juiste en wel besteed zijn ook. Waarlijk men moet Boezingse Jannen zijn om zullen beestigheden en meesterstreken te begaan. Maar die olijkaards die zo de puntjes op de i’s willen stellen, waarom hebben ze niet eerste het goede voorbeeld gegeven?
Zoudt ge ’t niet ommeslaan! Het is nu al de derde keer in een tijdverloop van zes maanden dat ze de tramuren veranderen, en nog altijd is ’t evenveel appels of peren! Verbeteren ze het aan de ene kant, het verslechtert aan de nadere kant.
Ik verslik me haast in mijn ochtendkoffie op 1 mei van het jaar 1447. Seroalius Heyse trouwt met Philipina van den Brouke. De huwelijksmis wordt gecelebreerd in de kerk van Sint-Maarten, waar de toren na storm van 1433 nog altijd in de steigers staat. De zus van de bruidegom wil wel eens een blik gaan werpen in te toren en samen met Seroalius Heyse stappen nieuwsgierig de trappen op om de stand van zaken bezichtigen.
Nog even en ik verlaat de jaren 1400 op zoek naar een nieuwe horizon en me goed bewust van de gevaren van een onbekende toekomst. Vooraleer de stap naar de 16de eeuw te wagen, wil ik echter absoluut nog eens terug naar het vroegere Diksmuide. In het jaar 2011 heb ik ooit een hoofdstuk geschreven over de intrigerende stichting van deze stad.
In 1488 is het voor de keizer van Duitsland welletjes geweest daar in Vlaanderen. De gevangenname van zijn zoon kan voor Frederik niet door de beugel. Hij zakt af naar de Nederlanden in het gezelschap van een groot leger met een resem keurvorsten op kop.
Een plotse aanval bij de Nerviërs in -57 was geslaagd, maar Julius Caesar, de beroemde veldheer had de taktiek van de bewoners door en in een minimum van tijd stond zijn leger van ongeveer 80.000 man slagvaardig. Ondanks de heldenmoed van de streekbewoners moesten ze terugwijken tot in de bossen en vandaar verder. De Morinen wisten heel goed dat ze in een geregeld gevecht tegen de goed gedrilde Romeinen het niet konden halen.
Ten tijde van de Romeinse inval in onze streken die later “Het Westland” zal worden genoemd, is de streek deels grondgebied van de Menapiers en deels van de Morinen. De regio is bezaaid met immense moerassen en reusachtige wouden. De Menapi¨¨ers en Morinen leven er in armoedige dorpen (vici). Er zijn geen steden in België en van Ieper zal er de volgende (bijna) 1000 jaar geen sprake zijn.
Tot aan de oorlog 14-18 waren de oude sluizen te Nieuwpoort aan de monding van de Ijzer veel te smal om in tijden van aanhoudende stortregens het water van Ijzer en bijriviertjes tijdig te kunnen slikken. Dikwijls in maart-april, ook al eens in september-oktober, altijd zeker in de winter bij het smelten van de sneeuw, zette de Krekelbeek geheel de vlakte onder water tussen Diksmuide, Esen, Zarren, Handzame, Werken en Vladslo; een blanke zee!
Benevens allerlei volksspelen – cupe varen, cupe steken, mastklimmen, zaklopen, · puiten voeren, wit en zwart, eitjeslaan, siroop likken; pap te eten geven, enz – hadden de voorname wijken ook meermals ’s jaars toneelvertoningen door de wijkbewoners en in volle straat. Elke wijk had haar eigenaardige straatversiering en zinnebeelden.
Bij het ter pers leggen verleden week, vernamen wij dat het lijk van Doom, de verdwenen man van Reninge, de donderdagavond aan de ‘Knokkebrug’ gevonden werd. Wij deelden dit in korte woorden mede en geven hier nu meer bijzonderheden.
Er ontstaat een nieuwe delta die in 840 omschreven wordt als ‘in sinum qui vocatur Isere Porrus’. In 961 wordt dat ‘Isere Portus in finibus Menapum’. Aan de kust, waar de Ics in de zee uitmondt, ligt Koksijde. Vroeger werd deze naam Coxie uitgesproken. Het achtervoegsel ‘ijde’ of ‘ie’, ook bekend bij andere kustgemeenten, betekent ‘aanlegplaats voor zeeschepen’. Coxie Ide is dus een zeehaven, de monding van de Ics.
Mijn buur is een gaai De mooiste herberg van de stad Diksmuide was zeker ‘De Papegaai’, op de hoek van de Grote Dijk en het Begijnhofstraatje, waar nu G. Myny en G. Hardy wonen.
De stoomkoets… hier komt ze aangevlogen
Ontzaglijk snellend op haar baan.
Zij briest en bruist en dampt ten hoogen,
En voert haar trein met trotsheid aan.
Dixmude, hef de kreet der blijheid!
De stoomkoets is de macht der vrijheid
Die gij thans vieren moogt en moet.
Zij brengt u ’s konings afgezanten,
Zij komt den boom der welvaart planten
Zingt, klokken! daver wellekom groet!
De leeggelopen kust- en Scheldestreek is al vanaf de 4de eeuw deels herbewoond door Saksische groepen die hun Germaanse cultuur en taal met zich meebrengen. Daarvan getuigen de ontelbare Germaanse dorpsnamen die we op vandaag nog kennen. De Salische Franken zelf vestigen zich in de 5e eeuw in het huidige Noord-Frankrijk en Wallonië, vooral rond de steden Kamerijk, Doornik en Bavay.
We hebben allemaal onze eigen tijd op aarde. Ofwel zijn we nu volop aan de gang met ons leven, ofwel is dat al voorbij. De generaties komen en gaan. Van vader en moeder op zoon of dochter. Ze veranderen al sinds mensenheugenis zowat om de 25 jaar. Elke 25 jaar staat nieuw jong geweld klaar om de fakkel over te nemen en een stuk leven voor zich te maken. Het resultaat van al die voorbije generaties noemen we ‘geschiedenis’. Wat is er allemaal geschied in die vele vorige levens?
Onze gedachten glijden verder weg op zoek naar de herinnering van soldaten en handelaars die veel eeuwen voor ons die weg hebben afgelegd in hun zoektocht naar gewin of victorie. Maar laat ons verder stappen in onze tocht naar Pupurningahem dat twee mijl van ons verwijderd ligt. Haastig zetten we de laatste etappe van onze trip verder. We houden noodgedwongen halt aan een waterloop die ons pad doorsnijdt. Het is de Fleterna rivier. Het water van de Vleterbeek, ontsprongen op de Catsberg, stroomt hier in volle snelheid naar de Saksische kust, de Littus Saxus. We stappen over de primitieve brug gemaakt van stenen en rotsen en eindelijk komen we aan bij de antieke residentie van Pupurn.
Boudewijn de imperialistische trekjes geërfd van zijn voorouders. Als hij de kans krijgt om aan de oostelijke kant van de Schelde een gebied te verwerven ter grootte van zijn bezit aan de Westelijke kant, waarom zou hij dan nog twijfelen?
Oorlog met Frankrijk. Van de Brugse Metten naar de Guldensporenslag.
Uit deel 2 van De Kronieken van de Westhoek
Vlaanderen is ingedeeld in gouwen Sinds de Franken van Karel Martel, (door hem de Karolingische […]
Alidoor Savooie wos garde gerocht te Diksmuude. ’t En wos niet deur zijn groote slimmigheid, […]