Tot mijn verbazing was er in 1931 ook al sprake van een BOB campagne, lees […]
Kermisherinneringen uit het Wervik van 1912 Het is kermisavond! De lucht pronkt. Een schof van […]
Geen markten zonder ezels. – Waar veel volk is zijn er mensen die zich laten foppen.
De herberg is de grote school van het zedenbederf. Het is daar dat de jongeling, die nauwelijks de schoolbanken verlaten heeft, het eerst en het meeste slechte klap hoort, het is daar dat hij de lichte vrouwspersonen tegenkomt die hem zijn eerlijke schaamte doen verliezen.
Uit onze rijke Vlaamse geschiedenis zoals die te lezen staat in deel 9 van ‘De […]
’t Is stille waar dat het nooit en waait, maar toen Nas van Sarels dien ene keer met een stuk in zijn botten thuis was gekomen, dan had zijn Zenobie er warempel een orkaan van gemaakt, lijk over een week of vier die zaterdagavond.
’t Woajd lik de vroede bjeestn: het waait heel erg.
Een stout ransel: vrouw die niet op haar mond gevallen is.
Jeed een twien bien buk gedoan: hij heeft iemand beetgenomen.
Giv moa sjette,pulle,goaze: begin er maar snel aan.
De man die het zwijntje in het circus won en met die gelegenheid door zijn gezellin bij de familie van het beestje gerekend werd, heeft zondag laatstleden op die goede kans nogal menig glaasje geledigd.
+ De zottigheid is ’t land meêstre.
+ ’t Is beter in de gazette te stoan of in de regen.
+ Dronk’e zeid is nuchtr’e peisd.
De drankzucht ligt aan de basis van menig Veurns gezegde, maar wie niet eenmaal in zijn leven dronken is geweest, werpe de eerste steen.
Adolf Verpoucke, geboren te Lichtervelde de 24se augustus 1901 en nu wonende te Noordschote, steenweg Lizerne, waar hij handel drijft in pluimgedierte en konijnen, was zaterdagnamiddag bedronken naar huis gegaan.
Zwijgen is de beste maniere van communicoatje.
Die plekke hier wos van te voaren leeg.
’T leven is goekoop, maar de opties zijn redelijk kostelijk.
O’j droenke geweist zijt, meug je nooit kwoad zijn up ’t bier.
Juge Mahieu houdt rechtzittinge. De eerste die voor de pinnen komt is Adolf Buysse. ‘Zijt je gij al gestraft geweest?’, vraagt de juge? ‘ e ja ‘k, ‘k hebbe al een jaar bak gedaan’.
De zot snijdt zich met zijn eigen mes en maakt zich dronken met zijn eigen fles
Het zijn niet al geen koks die lange messen dragen
Zorg goed voor de minuten, de uren zullen wel voor zichzelf zorgen
Men ziet wel aan de stront wien dat er de mispels gegeten heeft
Handen van de bank, ’t vlees is verkocht (lachend gezegd van iemand die een verloofd meisje ten dans vraagt)
Ze goan mank aan ’t zelfste been (ze hebben hetzelfde gebrek)
‘k goan het deur de billen jagen (ik ga het opeten, verteren of verkwisten)
Hij heeft natte voeten (hij is dronken)
Zijn eigenlijke naam was Sissen Voorde; hij kwam ter wereld op Passendale, binst een gruwelijke dondervlaag en hij kreeg al wijwater van eer hij gedoopt werd, wijl ’t kraakte buiten, dat het daverde. – Louize, zei Warden Voorde aan z’n wijf, we zullen ’t nooit vergeten, dat we vandaag onzen kadet indeden.