In 1913 was er nog geen sprake van vrouwenstemrecht dat pas in 1948 zou worden […]
Op Lichtmis en is er geen vrouwtje zo arm of het maakt de koekepanne warm.
Dat hoendereieren een licht verteerbare en voedzame spijs, voor gezonden en zieken, en naast de melk één der meest versterkende middelen zijn, is algemeen gekend.
Geen krieken zonder stenen,
geen vlees zonder benen,
geen mannen zonder willen,
geen vrouwen zonder grillen.
E wos doa e blok van en henne
en ze koakelde biekans nooit,
’t adde ’s wienters stief e vrozen
en neur gat was nog niet e dooit.
’t Is beter een veugel in de hand als twee op d’haeghe.
Wat baat de keerse en bril, als den uyl nie zien en wil.
Je kunt een gat in je kous hebben, je kunt een gat in je kop hebben, je kunt een knoopsgat hebben, je kunt in een verlaten gat wonen, je kunt al een gat in een hoop kolen zien, de wind kan uit het verkeerde gat waaien, je kunt een pint in een zwelg door je keelgat gieten, je kunt je vrouw in de gaten houden en ’t gat (bodem) van je bloempot kan zelfs uitvallen.
In de laatste week van de maand september, op de zaterdag na de feestdag van de heilige Mattheüs, de patroonheilige van de wevers, is er binnen Ieper een zeldzame oproer gerezen. Een nooit eerder meegemaakt gevecht en algemeen tumult tussen de vrouwen onderling. Voornamelijk diegenen die met een kraam of een stand op de markt stonden.
Die kakelen wil, moet eieren leggen
Iedereen kakelt en ik het het ei gelegd
Zij het kakelen en ik het ei
Wie het kakelen niet kan verdragen moet achter geen eieren vragen
Men lost 120 gram keukenzout in een liter water op. Het ei, op dezelfde dag gelegd, zal in deze oplossing tot aan de bodem zakken.
Wat de beul te verrichten had was soms zeer vermoeiend, ja afmattend. In 1435 kreeg hij opdrahct om op de Hoofdbrug zeven personen, veroordeeld voor opstand, na elkaar te onthoofden. In 1595 waren er negen terechtstelling op één dag: twee door het vuur en zeven door de strop.
Het is met dat lastig wijf altijd eieren of jongen (ze is nooit tevreden)
Op eieren zitten: op hete kolen zitten.
Hij zit op iets te broeden
Hij blijft op eieren zitten (hij durft niets vragen)
Nog 5 weken en dan is het Pasen, misschien toch al eens repeteren. We beginnen met eieren te goochelen….
Bij het oplopen van brandwonden legde men de lies (eipel) van onder eierschaal over de brandwonde en daarmee bekwam men een natuurlijke pleister, welke afschermde tegen het binnendringen van stof en bacterieën. Een liesei is een ei zonder schaal.
Eén haartje maakt geen permanente (uit één feit kan men geen algemene conclusies trekken)
Kwade klokke, kwade klepel (zulke ouders zulke kinderen)
De paster doet geen twee missen voor ’t zelfste geld (ik zal het geen twee keer zeggen)
De paster zegent zijn zelven het eerst (iedereen zorgt eerst voor zichzelf)
Tot eenen pot melckx, neempt acht doyeren van eyeren, cleyn gheclopt, twee oncen blomme van rys, ses oncen suycker, vant beste, ende als sy ghesoden is, ende in schotelen gerecht, mach mense bestroyen met fyn suycker.
Hij is van ’t jaar elve, hij houdt het liever zelve (hij is erg gierig)
’t Is ’t er een van ’t jaar nul (hij is ferm uit de mode)
Dat is op geen blauwen steen gevallen (dat zal ik onthouden)
De stenen vragen geld (er is altijd en overal te betalen)
De Witte Donderdag gaan de misdienders rond met een reutelaar om eiers te vragen. De Goede Vrijdag, de mensen steken een takje busseboom op de kruisbeelden en de boeren planten zo een takje op de hoeken van ieder van hun velden. Allerheiligen, van achter de vespers af tot aan de weie, ieder uur, en tien minuten, lang, hoorde men de klokken luiden (beiaarden zeiden de mensen) en Allerzielen van het Angelus voort tot aan de mis voorde overledenen luidden de klokken nog tien minuten per uur.