Die kakelen wil, moet eieren leggen
Iedereen kakelt en ik het het ei gelegd
Zij het kakelen en ik het ei
Wie het kakelen niet kan verdragen moet achter geen eieren vragen
Een hen die het meest kakelt geeft niet de meeste eieren
–
Die kakelen wil, moet eieren leggen
–
Iedereen kakelt en ik heb het ei gelegd
–
Zij het kakelen en ik het ei
–
Wie het kakelen niet kan verdragen moet achter geen eieren vragen
–
Wie eiers wil eten moet de kip erbij nemen
–
Ze kakelt als een hen die haar ei niet kwijt geraakt
–
Het is bij hem meer kakelen dan eiers leggen
–
Kakelen gelijk een hen die een ei gelegd heeft
–
Kakelen kan iedereen, maar eieren leggen, dat is wat anders!
–
Of ge nu kakelt of vecht, de hen is de moer die eieren legt
–
Hij moet zijn gat afdraaien voor een appel en een ei
–
Je kan een ei in zijn gat koken (hij is doodsbang)
–
Hij zit met een ei in zijn gat
–
Men kan een ei in het gat van zijn broek broeden (angstig)
–
Hij zou iemand het ei uit iemands gat afvragen
–
Hij moet een ei gaan leggen (grote boodschap)
–
Een huis vol inderen is een korf vol eieren
–
Hij is lijk een met een pandertje eieren in zijn broekgat (zijn broek hangt zeer laag)
–
Niet alle eieren in dezelfde pander leggen
–
Een eierzuiper is een gierigaard
–
Het is een wijze hen die geen verloren eieren legt
–
Er zijn meer mensen die missen dan hennen die pissen
–
Hij ziet op een ei en laat de hen lopen
–
Ik zit niet op eieren, ik kan wachten
–
Eieren in de pan slaan (copuleren)
–
Zij is zo vol als een ei (in verwachting)
–
Hij ligt op zijn eiers (hij is rijk)
–
Zijn eieren verloren leggen (een slechte zaak doen)
–
Hij kreeg de kip met het ei (hij trouwt met een weduwe met een kind)
–
Werken is zalig zeiden de begijntjes en ze met warne zeven om een ei te klutsen
–
Uit gebraden eieren komen zelden kuikens
–
Met kan geen ei pluimen
–
Haren op een ei zoeken (profijtige mensen die profijten zoeken in de kleinste dingen)
–
De stoute wezels zuipen de grootste eieren
–
Hij kent geen schoner ei dan dat hij zelf heeft uitgebroed
–
Terwijl hij dat doet pelt hij geen eieren
–
Men moet geen paaseieren op Goede Vrijdag eten (niet voorbarig zijn)
–
Zijn ogen draaien gelijk een henne die een dubbel ei aan ’t leggen is
–
Uit ‘Die Chronycke Bachten de Kupe’ van 1998
Article Tags:
appèl · broek · doodsbang · ei · eieren · gat · hen · kakelen · kakelt · kip · koken · leggen · verdragenArticle Categories:
naar de bronnen van onze taal

