E wos doa e blok van en henne
en ze koakelde biekans nooit,
’t adde ’s wienters stief e vrozen
en neur gat was nog niet e dooit.
Handdoek en zakdoek zijn vertrouwde gebruiksvoorwerpen uit het dagelijks leven die overal thuishoren. Ze zijn sedert jaren in bepaalde vormen en kleuren vervaardigd en het zijn slechts technische fabricatiemogelijkheden, die er soms een wijziging aan brengen. En toch hebben beide een brok geschiedenis achter zich liggen, die ouder is dan men het zou vermoeden.
Die kakelen wil, moet eieren leggen
Iedereen kakelt en ik het het ei gelegd
Zij het kakelen en ik het ei
Wie het kakelen niet kan verdragen moet achter geen eieren vragen
Het is met dat lastig wijf altijd eieren of jongen (ze is nooit tevreden)
Op eieren zitten: op hete kolen zitten.
Hij zit op iets te broeden
Hij blijft op eieren zitten (hij durft niets vragen)
Het Potjesvlees Vaak wordt in Frans-Vlaanderen ter zake de spelling geweld aangedaan. Zo onder meer in ‘Potche Vleich’ (Sint-Winoksbergen), ‘Potje Vlech’ (Duinkerke), ‘Potjesvleisch’, ‘Potjesvlesh..’
Hoe kan je de ouderdom van een kieken te weten komen?
Nog 5 weken en dan is het Pasen, misschien toch al eens repeteren. We beginnen met eieren te goochelen….
Bij het oplopen van brandwonden legde men de lies (eipel) van onder eierschaal over de brandwonde en daarmee bekwam men een natuurlijke pleister, welke afschermde tegen het binnendringen van stof en bacterieën. Een liesei is een ei zonder schaal.
Met de draai en de gang en de mode van onze vrouwenhoedjes ben ik weinig bekend. En ik spreek er enkel van als iemand die, hetzij in de feestzalen, hetzij langs de straten, hetzij ja, zelfs in de kerk, willens gedwongen is te kijken naar die blinkende, blekkende overvloed van appels en peren, krieken en pruimen, eiers en beiers, kruiden en bloemen, ranken en bramen, lintjes en strikjes, zijde en pane, kant en tuil, hooi en strooi en wat weet ik al!