Na een sprong in de tijd, 300 jaar vooruit, belanden we opnieuw in het Westland […]
Op het einde van oktober 1794 zetten de Fransen hun oorlog verder in Holland. De […]
Al gauw gonst het van de geruchten in de Nederlanden dat er een nieuwe oorlog […]
26 april 1384. Brugge. Margareta van Male en haar echtgenoot Filips de Stoute doen hun […]
In het gebied tot ver onder de Aa wordt er een onterechte ‘Gallo-Romaanse’ mythe opgebouwd […]
Januari 1477. Alle ogen zijn nu natuurlijk gericht op Maria van Bourgondië, Karels enige dochter en erfgename van Vlaanderen, Holland, Henegouwen, Brabant en Bourgondië. Ze moet nog 20 jaar worden volgende maand.
1294. Er breekt oorlog uit tussen Engeland en Frankrijk. Beide partijen gaan op zoek naar bondgenoten. Koning Edward I van Engeland kijkt in de richting van Vlaanderen.
M’ hoort soms de menschen al ‘en keer ruttelen tegen dit en pruttelen tegen dat; en dat ze niet verstaan ’n kunnen waarom op Godswereld dat er moeten luizen bestaan en vlooien, en mieren en muggen, jandorie!
B.A., viskoopman, door zijn vrouw verlaten, ontmoette deze donderdagnamiddag in de Diksmuidestraat en ging haar dadelijk te keer. Omdat hij gendarmen zag opkomen, sprong hij op zijn velo en vluchtte ijlings weg.
Dank zij Julietje was de overval mislukt. Het enige noodlottig gevolg was dat Gabriëlle Veys-Goethals, die een tweede kindje verwachtte, door deze gebeurtenissen een miskraam had. Julie Capelle (°Staden 13-05-1859 +Westrozebeke 05-03-1952) werd te Vlamertinge “Julietje van Feysens” genoemd omdat ze gedurende 75 jaar te Vlamertinge in dienst geweest is bij de familie Veys, waar ze bij drie generaties vergroeid en vastgeworteld was.
Het duel speelt zich af ter hoogte van de brug over de Leie in Komen. De Vlamingen zijn in groten getale toegestroomd en houden de doorgang bezet. Een deel van de constructie wordt zelfs afgebroken en deels met mest gecamoufleerd waarop ze zich zelf verdekt opstellen en de komst van de bende van de Haese afwachten. Het wachten duurt niet lang. Ik schakel even over op de rechtstreekse commentaar van de jaarboeken voor me: ‘wanneer de ridders met gevelde lancien op hun aanvielen, zo dat zij de doortocht vrij ziende, op de brugge reden. Het gelukte aan omtrent dertig andere van daar over te geraken, maar de brugge dan brekende, onder de volgende, is er een deel van deze zwaar bewapende ruiters in de riviere gevallen en verdronken.’