Glazeken een is geen
Glazeken twee is meer als een
Glazeken drie makt my bly
Glazeken vier is goe bier
De grote apostel Paulus handelt in een van zijn brieven over gevangenschap en geseling, over steniging, over plunderen en schipbreuk, en menigvuldige doodsgevaren die hij moest doorstaan. Leefde hij op onze dagen, dan zou hij gewis ook spreken over spoorwegrampen.
E je frites g’eten tè? Dat zegt men tegen iemand die het vertikt om goedendag te zeggen. En als die man dan vraagt waarom, luidt het antwoord ‘omdat je moend nog toeplakt van ’t vet’.
Op het gehucht Toesel staat een weinig bezijden de weg de herberg ‘De Brouwerij’ bewoond door het huishouden Depauvez-Vangheluwe, zonder kinderen.
Ik heb daar eens over geprakkezeerd en mij dunkt het dat een mens voor niets meer redenen vindt dan om te drinken. Waarvoor drinkt men zoal?
De willetjes groeien in de busschen
en de kaantjes groeien der tusschen,
om de willetjes te blusschen
Weet je hoe de spiegel ontdekt werd? Luister! Ik heb het vernomen van een oud, oud paterke die er voorzeker niet zou om liegen!
Hoeveel werd er niet geschreven en verteld over varende vrouwen, ’t is te zeggen spoken of heksen, onder de gedaante van vrouwen, die over de aarde zweven of varen, zo snel en zo zacht, alsof zij de grond niet aanraken. Soms veroorzaakte hun stille vaart draai- en dwarrelwinden, die straten ver meedraaien. Vandaar kregen die draaiwinden, die zand en bladeren al wemelen omhoog drijven, de naam van varende vrouwen.
Die tegen heuge en meuge haar pint uitdrinkt, zit aan haar pint te ‘zuigen’ en zal een ‘klik’ of een ‘klak’ verschaald bier laten staan; krijgt ze echter het laatste glaasje uit de kan, dan lacht het gezelschap: ‘Kannegeluk is mannegeluk’.