Op het einde van de Romeinse periode, rond 270, staat de hele Vlaamse laagvlakte onder […]
Boerinne, ‘k’n kan niet meer. De boerin hoort diepe, lastige snikken en ziet Fluppe voort trakelen, de poort uit. Ze weet niet waar het haar houdt en ze schreeuwt lijk een kind. ’s Anderendaags komt Fluppe niet terug en de boer gaat naar ’t woonstje
‘k Zijn ik e betje beschamd van hier te spreken, ke zijn ik nie geweune van Vlamsch te klappen, ’t usend ’t is assan Fransch, de jongens e verstoan geen Vlamsch, ‘k zijn ik wel obligiert van Fransch te klappen, ’t wuf en h’et ook nie gèren.
Oude documenten vermelden in die periode al de naam Brielen: “In den Brielen….ligghende bezuuden den ommeloope ende binnen den ommeloope…”. Het Noordhof ligt noordelijk in de Ieperse landhoeve binnen de “ommeloope”. De straatnamen van de Omloopstraat en van de Noordhofweg vinden hun oorsprong in die beginperiode van de landhoeve Ieper.
Kijk eens naar Ieper op vandaag. Waar is het water nu? Aan de noordoostkant zien we het kanaal en de Ieperlee, aan de zuidwestkant de ‘Verdronken Weiden’. De komst van het water in 260-270 was een (afgezwakte) herhaling van wat er zich al had afgespeeld 1000 à 1500 jaar voordien. Het water 5 à 10 meter hoger. Beeld u dat eens in? Alleen de heuvel, de prairie van Ieper, bleef gespaard van het rijzende water. En er waren twee havengemeenschappen. Briel (Breuil) en de omgeving van het Zaelhof en de Zuudstrate (de latere Rijselstraat), niet toevallig nog steeds met elkaar verbonden met de ondergrondse Ieperlee. Zeker al in 270, kijk maar naar de ‘ille’ namen waar we het al uitgebreid over hebben gehad. Hier leefden beslist al mensen 1000 jaar voor het begin van onze nieuwe tijdsrekening.